Francine van Dierendonck„Overal waar besluitvorming plaatsvindt zijn vrouwen ondervertegenwoordigd.”

Foto Niels Blekemolen

‘Overal waar besluitvorming plaatsvindt, zijn vrouwen ondervertegenwoordigd. Óveral’

Interview | Francine van Dierendonck, bestuurslid APG Een vrouwenquotum voor raden van commissarissen gaat láng niet ver genoeg, vindt Francine van Dierendonck. En het risico dat vrouwen die dan komen bovendrijven, gezien worden als excuustruus? „Wat een onzin.”

Ze laat het meestal maar passeren. Francine van Dierendonck (43), sinds vorig jaar lid van de raad van bestuur van pensioenuitvoerder APG en recent voorgedragen als commissaris bij ingenieursbedrijf Royal HaskoningDHV, krijgt ondanks haar invloedrijke positie nog steeds te maken met seksistische en „niet gepaste” opmerkingen, zegt ze. En niet alleen in bestuurskamers. „Overal”.

Voorbeelden wil ze niet te geven. „Die kunnen worden uitvergroot en uit hun context gehaald.” Wel legt ze uit waarom ze er meestal niets van zegt. Van Dierendonck is huiverig voor „welles-nietesdiscussies” en heeft er bovendien geen vertrouwen in dat weerwoord in individuele gevallen veel zou veranderen. Fatalistisch? Van die conclusie zou ze „heel verdrietig” worden. „Ik ben van het motto: richt je energie op wat je wél kunt veranderen. Iedere keer zeggen dat je iets niet zo leuk vond, valt daar niet onder.”

Zinniger vindt Van Dierendonck het zich in een interview uit te spreken over het dieperliggende probleem waarvan de seksistische opmerkingen een symptoom zijn. Ze doelt op de hardnekkige ondervertegenwoordiging van vrouwen in de top van bedrijfsleven, wetenschap en politiek, die weer het gevolg zou zijn van het ontbreken van een „gelijk speelveld”. Vrouwen krijgen in de regel nog altijd niet dezelfde kansen als mannen met gelijke kwaliteiten, stelt de APG-bestuurder. Het is een echo van de diagnose die bestuursvoorzitters Herna Verhagen (PostNL) en Nancy McKinstry (WoltersKluwer) vorige maand stelden in NRC.

Gedomineerd door mannen

Voor onderbouwing hoeft Van Dierendonck, met haar 43 jaar opvallend jong voor een bestuurder én commissaris van een Nederlandse multinational, niet ver te zoeken. Ze doet haar verhaal in een vergaderzaaltje op de 26ste verdieping van de Symphonytoren aan de Amsterdamse Zuidas. Daar zetelt APG (met een beheerd vermogen van zo’n 530 miljard euro voor 4,5 miljoen deelnemers de grootste pensioenuitvoerder van Nederland), tussen prominente advocatenkantoren en accountancyfirma’s als De Brauw, Stibbe en Deloitte. Het zijn bedrijven die zeggen talent en werklust te belonen. Tegelijkertijd is het óók een wereld die grotendeels door mannen wordt gedomineerd, wees een enquête van het Financieele Dagblad onlangs uit. Net als de hoogste geledingen van beursgenoteerde ondernemingen in Nederland.

Lees ook dit verhaal over vrouwen op de Zuidas: Waarom de wereld van bankiers en advocaten een mannenwereld blijft

APG is anders, met twee vrouwen en een diversity officer (een man) in de vijfkoppige raad van bestuur, en twee vrouwen in de zevenkoppige raad van commissarissen. Deze zomer maakte APG bekend de salarissen van 125 vrouwelijke werknemers te verhogen, zodat zij evenveel verdienen als mannelijke collega’s met vergelijkbare functies. Er bleek een ‘onverklaarbare’ loonkloof van 2,2 procent, had intern onderzoek uitgewezen. „Voor ons heeft dit prioriteit. Daarin zijn we een stuk verder dan de commerciële wereld”, concludeert Van Dierendonck.

Die commerciële wereld kent ze goed. Opgeleid als biotechnoloog werkte de geboren Zeeuwse achttien jaar in het bedrijfsleven. Eerst als consultant, later als manager bij Marktplaats en Philips. In 2013 begon ze aan haar eerste bestuursfunctie, bij de kwakkelende kledingketen Miss Etam, die drie jaar later failliet ging. Vervolgens werd ze bestuursvoorzitter bij Xenos. Ook dit avontuur eindigde eerder dan gehoopt. De winkelketen werd vorig jaar „in drie stukken” verkocht. Heel leerzaam, noemt ze beide periodes, maar „vrolijk” werd ze er niet van.

En toen kwam APG, met de vraag of zij er een organisatie van wil maken die niet alleen de ingewikkelde techniek van de pensioenuitvoering beheerst, maar die er óók begrijpelijk en zinvol over communiceert met deelnemers. Een opmerkelijke stap, op het oog. Maar volgens Van Dierendonck zijn er veel raakvlakken met haar eerdere werk.

„Ik heb tweedehands spulletjes verkocht bij Marktplaats, bloemetjesjurken bij Miss Etam, en boeddhabeeldjes bij Xenos. Dat gaat over consumentenbehoeften. Wat willen die mensen nu eigenlijk? Zo moeten wij ook denken. Hier praten we niet over commercieel verzilveren, mensen zijn verplicht pensioen bij onze fondsen op te bouwen. Maar we hebben wel de morele plicht om die mensen de informatie te geven die ze nodig hebben en waarnaar ze op zoek zijn.”

Volgens u is het bedrijfsleven nog altijd geen gelijk speelveld voor vrouwen. Waar baseert u dat op?

„Bij een gelijk speelveld heeft iedereen precies dezelfde kansen en wordt uitsluitend op talenten en prestaties afgerekend. Vrouwen worden dat niet. Uit verschillende onderzoeken, onder meer van Princeton, blijkt dat meisjes al vanaf jonge leeftijd anders worden beoordeeld dan jongens.

„Als je kijkt naar waar de besluitvorming plaatsvindt, in de wetenschap, in de politiek, bij overheidsinstanties, semi-overheid, in het bedrijfsleven: overal zijn vrouwen ondervertegenwoordigd. Óveral. We kunnen er kort en lang over spreken hoe dat is ontstaan, maar het is een feit. Dat kan niet meer. Daar moeten we balans in brengen.”

U zit op een invloedrijke positie binnen APG. Hoe draagt u zelf bij aan een betere balans binnen de organisatie?

„Ik kan zorgen dat vrouwelijk talent op de juiste plekken terechtkomt, de juiste kansen krijgt. Onlangs heb ik een vrouw die ik als groot talent beschouw, gevraagd om voor mij te komen werken. Binnen APG is nu een ontwikkelprogramma, specifiek gericht op vrouwelijk managementtalent. In mijn organisatieonderdeel was maar één vrouw geselecteerd. Toen heb ik gebeld met de HR-afdeling en gezegd: ‘Het kan niet zo zijn dat er maar één geschikte kandidaat is. Kijk nog eens een keer.’ Nu zijn het er zes.”

Belt u ook om te zeggen: in dit klasje zitten alleen maar mensen met een Nederlandse achternaam?

„Ik stel die vraag wel. We hebben een relatief diverse organisatie, qua nationaliteiten en achtergronden, onder meer door onze kantoren in Hongkong en New York. Maar dat mag nog wel wat diverser. Het Nederlandse bedrijfsleven is veel te wit. Tegelijkertijd: vrouwen maken de helft uit van de bevolking. Ik denk ook: waarop kan ik de meeste invloed hebben? Volgens mij is dat op dit moment op de positie van vrouwen.”

De Sociaal-Economische Raad (SER) bepleit een quotum van 30 procent vrouwen voor raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven. Bent u daar voor?

„Ja. Het is een paardenmiddel. Maar soms moet je kiezen voor drastische maatregelen om iets te doorbreken. Het is een kwestie van normen en waarden. We willen in de besluitvorming op het hoogste niveau een representatie van onze maatschappij hebben. Daar hebben we discussie over gevoerd. Tegelijkertijd constateren we na zoveel tijd dat we die representatie nog steeds niet hebben. Dan heb je een norm nodig om dat te veranderen.”

Gaat het voorstel ver genoeg wat u betreft?

„Nee. We zijn in Nederland dan weer heel bescheiden, dat vind ik jammer. Waarom alleen op het niveau van de commissarissen, denk ik dan. Waarom niet óók een quotum voor raden van bestuur? Wat mij betreft komt dat er zelfs voor de top-50 of top-100 managers van een bedrijf. Een quotum is een breekmiddel, vrij heftig om in te voeren. Als je dat dan toch doet, doe het dan meteen goed.”

Veelgehoord tegenargument, ook van sommige topvrouwen, is dat vrouwen die door een quotum komen bovendrijven straks niet serieus genomen worden, gezien worden als excuustruus.

„Wat een onzin. Dan mis je de essentie van waarom je zo’n maatregel tijdelijk – want het moet wel tijdelijk zijn, een jaar of acht bijvoorbeeld – zou doorvoeren. Namelijk om een patroon te doorbreken, door versneld kansen te creëren voor een groep die nu onvoldoende doorstroomt en ondervertegenwoordigd is in de top. Die excuustruus, daar moeten we echt vanaf.”