Opinie

Voor ‘donker’ deel van Duitsland is de Muur niet gevallen

Val van de Muur Dertig jaar na 1989 is Duitsland nog altijd gespleten. Rechts profiteert van het onbehagen in Oost-Duitsland, schrijft
Na 1990 werd het succesvolle model van West-Duitsland geschikt verklaard voor de economie in het oosten van Duitsland, waar men in veertig jaar tijd een geheel andere ontwikkeling had doorgemaakt.
Na 1990 werd het succesvolle model van West-Duitsland geschikt verklaard voor de economie in het oosten van Duitsland, waar men in veertig jaar tijd een geheel andere ontwikkeling had doorgemaakt. Wolfgang Weihs

De zoektocht naar een nationale identiteit die in Duitsland rond 1800 is begonnen, is na de val van de Muur op 9 november 1989 niet beslecht. In tegendeel: dertig jaar later is het land nog steeds gespleten, mentaal, sociaal-economisch en politiek. Hoe is deze kloof te verklaren? Twee werelden botsen met elkaar, wat vooral te maken heeft met een verschillend verleden.

Na 1990 werd het succesvolle model van West-Duitsland, een welvarend en democratisch stabiel land, geschikt verklaard voor de economie in het oosten van Duitsland, waar men in veertig jaar tijd een geheel andere ontwikkeling had doorgemaakt. De vervallen en vervuilende industrie in het oosten werd geliquideerd of geprivatiseerd en de 1:1-valutawissel leidde tot langdurige werkloosheid. De „bloeiende landschappen” die Helmut Kohl in 1990 had beloofd, bleven uit. Veel jongeren verlieten het land van Erich Honecker en de Trabant.

Bovendien verloren de Oost-Duitsers hun identiteit door de val van de Muur en de hereniging. Weg was het gevoel van geborgenheid en gemeenschap door de sociale politiek in de vorm van kinderopvang, vrouwenemancipatie en lage werkeloosheid. Door Oost-Duitse ogen gezien was het westen te materialistisch en te kapitalistisch, een zogenaamde ‘elleboogsamenleving’. Tegelijkertijd leefden de voormalige inwoners van de DDR met slechte herinneringen aan de politiestaat, beheerst door de Stasi en diens informanten.

Invloedrijke posten

Na 1989 vielen de Oost-Duitsers in een diep gat, niet alleen omdat zij, actief en passief, twee dictaturen hadden moeten meemaken, maar ook omdat zij door West-Duitsers gestigmatiseerd werden als Stasi-daders, of als Stasi-slachtoffers – en de laatste jaren als neonazi’s. Bovendien namen West-Duitsers in het oosten invloedrijke posten over bij onder andere universiteiten en bedrijven.

Zie ook: beelden van na de val van de muur

Het Oost-Duitse gevoel van achterstelling en frustratie kwam ook voort uit niet waargemaakte verwachtingen. Onder de demonstranten die in steeds groteren getale in de herfst van 1989 in Leipzig en Oost-Berlijn de straat opgingen, waren er vele die dachten dat de DDR nog te hervormen was. De hereniging voelde voor hen als kolonisatie vanuit het westen. Bovendien werden deze patriottische gevoelens electoraal gebruikt, onder meer tijdens Kohls bezoek aan Dresden in december 1989 („Wir sind das Volk”), maar niet gehonoreerd. Eenheid en vrijheid stonden hier op gespannen voet, zoals vaker in de Duitse geschiedenis.

Geen democratische traditie

De visie vanuit West-Duitsland op de hereniging is het resultaat van een jarenlange identificatie met het Westen. De Bondsrepubliek (BRD) was gebaseerd op het idee dat nationalisme en etnisch denken tot nazisme zouden leiden, en ontleende haar identiteit aan een grondwet die een weerbare democratie beoogt en de rechtsstaat beschermt (Verfassungspatriotismus). Binnen Europa namen veel West-Duitsers een postnationale identiteit aan. Men richtte de blik op de wereld, nationalisme was taboe.

In de DDR was het nationale gevoel jarenlang onderdrukt door de marxistische dogma’s als het ‘antifascisme’. Maar in tegenstelling tot de BRD was van een echte verwerking van het verleden geen sprake, noch van het naziverleden noch van de DDR-dictatuur. Er was geen democratische traditie. Het identiteitsverlies kon niet voor honderd procent worden goedgemaakt door liberale waarden en meer economische welvaart.

Voor Oost-Duitsers ontbreekt die mogelijkheid om trots te zijn op hun verleden of zich af te sluiten voor het vreemde, zoals in Polen en Hongarije wordt gepoogd. Immigratie wordt als een probleem ervaren, maar niemand wil de terugkeer van een muur.

De huidige rechts-populistische en ook neonazistische stromingen en partijen in Duitsland kunnen inspelen op al deze gevoelens van onbehagen. Zij menen dat de Wende, een term van de laatste DDR-leider Egon Krenz, alsnog op hun manier voltooid kan worden (zij kaapten de leuze ‘Wir sind das Volk’), zoals Björn Höcke van de AfD (Alternative für Deutschland) beweert.

Lees ook: ‘In onze hoofden staat de Muur nog overeind’

Het bijzondere van 1989 was dat het een friedliche Revolution was die vrede, eenheid en welvaart beloofde, maar die voor velen in het oosten een culturele schok betekende, mede door de geglobaliseerde wereld waarin ze terecht kwamen. Veel is ook goed gegaan. Natuurlijk zijn de meesten tevreden over het feit dat ze niet meer onder het communistische juk leven. Slechts weinigen zullen echt terug willen naar de DDR-tijd (de ‘Ostalgie-fase’ is nu wel voorbij).

Maar het gevoel als tweederangsburgers met lagere lonen en pensioenen behandeld te worden en in een ‘donker’ deel van het land te moeten leven speelt een belangrijke rol in de antiliberale revolte die zich politiek vertaalt in een sterke positie van de AfD tijdens verkiezingen, zoals laatst in Thüringen. De eurocrisis en vooral de vluchtelingencrisis van 2015 waren, zoals bekend, hier de katalysator.

De traditionele volkspartijen worden hierdoor in de hoek gedreven. Vanuit haar postcommunistische, prowesterse houding heeft Angela Merkel te weinig aandacht voor de gevoelens in het oosten getoond. Haar opvolgers zullen voor een loodzware opgave staan, namelijk eenheid en vrijheid, natie en democratie, met elkaar te verzoenen in een steeds chaotischer wereld.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.