Opinie

Twistgesprek: moet de overheid mee kunnen lezen met WhatsApp?

Privacy Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) wil toegang tot versleutelde berichtendiensten als WhatsApp. Een gevaarlijk voorstel, meent . Noodzakelijk, stelt . Twistgesprek onder leiding van .
Twistgesprek

In 1791 beschreef de Britse rechtsfilosoof Jeremy Bentham het panopticum: een gebouw met een centrale hal, omringd door kleine cellen. Een bewaker in het centrale gedeelte kan toezicht houden op alle omliggende vertrekken, zonder dat de surveillant vanuit de cel te zien is. Het panopticum groeide uit tot symbool voor totalitaire controle. Sommigen menen dat Nederland verwordt tot een panopticum, nu minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus (CDA) – tegen het kabinetsstandpunt in – oppert dat de overheid toegang moet kunnen krijgen tot berichtendiensten als WhatsApp. Met end-to-end-encryptie versleutelde berichten moeten volgens hem gecontroleerd kunnen worden wanneer er aanwijzingen zijn voor ernstige internetcriminaliteit, zoals de verspreiding van kinderporno. We moeten de integriteit van al ons communicatieverkeer niet afbreken, meent Evelyn Austin van Bits for Freedom. Toegang tot deze beveiligde berichtendiensten is juist een noodzakelijk stap tegen de digitalisering van criminaliteit, vindt intelligence-expert Rutger Rienks.

Stelling van dit twistgesprek: de overheid moet inzage krijgen in versleutelde berichtendiensten als WhatsApp.

RR is Rutger Rienks, EA is Evelyn Austin.

RR: „Door nieuwe technologieën die criminelen gebruiken buiten het bereik van de overheid te houden, komen handhavings- en opsporingstaken onder druk te staan. De mogelijkheden voor mens en machine zullen in de toekomst alleen maar toenemen, en dit vraagt blijvend om vernieuwing van wet- en regelgeving.”

EA: „Bedoel je met nieuwe technologie versleuteling? Dat kunnen we toch niet nieuw meer noemen? Versleuteling staat aan de wieg van het internet. Het maakt onze online aankopen veilig en onze communicatie betrouwbaar. Moeten we deze beveiliging, waar onze digitale infrastructuur van afhankelijk is, stuk maken omdat ook criminelen het internet gebruiken?”

RR: „Wat ik vooral bedoel, is dat het ondermijnen van de samenleving met moderne technologie door een overheid moet kunnen worden bestreden. Bijzondere ‘nieuwe’ bevoegdheden, zoals het onder de juiste voorwaarden kunnen ontsleutelen van berichtenverkeer, horen hier in mijn beleving ook bij. Dit heeft niets met „stuk maken” van doen, zoals jij stelt.”

EA: „In 1993 wilde de Amerikaanse geheime dienst, de NSA, al achterdeurtjes in versleuteling. Het antwoord was toen, en is wat mij betreft nog steeds: je kunt versleuteling niet ‘een beetje’ verzwakken. Het kabinetsstandpunt onderschrijft dit. Veel interessanter dan de technische discussie is dus de morele vraag die hieraan ten grondslag ligt: moeten mensen privé kunnen communiceren?”

RR: „Onzin. Uiteraard kun je sleutels wel degelijk ter beschikking stellen aan bevoegde instanties. Bovendien: mijn fietsslot kan ook met een slijptol open en toch gebruik ik het. Privécommunicatie nastreven hangt in mijn optiek nauw samen met de behoefte iets voor anderen achter te houden. Hoe sta jij in de wereld?”

Lees ook: Minister Grapperhaus wil toegang tot versleutelde chatberichten

EA: „Dus het kabinet, encryptie-experts en bijvoorbeeld Stichting Digitale Infrastructuur Nederland hebben allemaal ongelijk? Hmm. Maar goed, de technologie daar gelaten. Je andere statement, dat privécommunicatie gaat over de wens iets te willen achterhouden, baart me meer zorgen. Maakt de wens een persoonlijk gesprek privé te willen voeren mij in jouw ogen verdacht?”

RR: „Interessant is de oorsprong van de behoefte om iets privé te delen. Die kan prima legitiem zijn. Maar bij een serieuze verdenking van het privé delen van iets dat maatschappelijk niet is toegestaan, kinderporno bijvoorbeeld, wint in mijn beleving het maatschappelijk belang het altijd. Of willen we niet samenleven?”

EA: „Ik vind het verontrustend dat je het recht op een persoonlijke levenssfeer zo sterk associeert met criminaliteit. In jouw samenleving zijn burgers bij voorbaat verdacht. En trouwens, justitie heeft allang de bevoegdheid om bij verdachten te mogen inbreken om versleutelde communicatie te lezen. Waarom hebben ze daarnaast toegang nodig tot de communicatie van alle Nederlanders?”

RR: „Toegang tot end-to-end encryptie beveiligde diensten als WhatsApp is nodig op het moment dat er een gegronde verdenking van een zwaar misdrijf is, net zoals dat nu met e-mail en telefoon kan. Continue meeluisteren met alle digitale communicatie is niet aan de orde. Ik krijg de indruk dat jij de overheid niet wil vertrouwen. Klopt dat?”

EA: „Nogmaals: justitie heeft al de mogelijkheid om toegang te krijgen tot die communicatie, door middel van de hackbevoegdheid. Daar gaat deze discussie dan ook niet over. Het vraagstuk dat voor ligt, is tweeledig: moet justitie toegang krijgen tot de communicatie van alle Nederlanders en moet daarvoor de betrouwbaarheid en integriteit van al ons communicatieverkeer worden afgebroken? Het antwoord daarop is wat mij betreft twee keer nee. Nee, omdat burgers pas in het vizier van de overheid horen te komen als ze ergens van verdacht worden, en nee omdat je het miljoenen burgers en bedrijven onmogelijk maakt veilig online te communiceren. En daar wordt echt niemand beter van.”

RR: „Je haalt zaken door elkaar. De hackbevoegdheid maakt niet dat je communicatie kan meelezen op het moment dat dat nodig is. De hackbevoegdheid maakt dat het legitiem is dat de overheid zich toegang kan (proberen te) verschaffen tot een dienst. Als de data end-to-end encrypted is, levert toegang tot een berichtendienst geen waardevolle inzichten. Politie kan versleutelde data niet meelezen. Ik vind dat dat onder de juiste condities altijd zou moeten kunnen. Sleutels voor decryptie dienen dus indien noodzakelijk door bevoegde instanties te kunnen worden opgevraagd en ingezet. De suggestie dat justitie dan lukraak altijd met iedereen meeluistert, is absurd.”

EA: „De politie mag al op afstand inbreken bij een verdachte om daar, op de plek waar de communicatie niet versleuteld is, mee te lezen. Dan hebben ze precies wat ze nodig hebben: toegang tot de communicatie van een verdachte. Maar laten we de technologie even vergeten, want die is morgen weer anders. De vraag die we als samenleving moeten beantwoorden is of mensen privé moeten kunnen communiceren. Als het antwoord daarop ja is, is de vraag over wel of geen achterdeurtjes in versleuteling ook meteen beslecht.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.