Foto Frank Ruiter

‘Seks was de manier om me vrij te voelen in mijn lijf’

Lunchinterview Sofie Rozendaal (32) kwam door een sm-verhouding seksueel weer los. Over deze relatie en het passie-arme huwelijk dat eraan voorafging schreef ze De stilte in bed. „Ik vind het een feministisch boek geworden.”

We hebben afgesproken bij haar thuis. Daar had ik om gevraagd, ik wilde zien waar het boek zich heeft afgespeeld dat Sofie Rozendaal (32) heeft geschreven over de afgelopen acht jaar van haar leven. De stilte in bed heet het, er staat in hoe ze indertijd kennismaakte met haar nieuwe buurman, die later haar man zou worden: „Er stond een man op het platte dak van het buurhuis. We keken elkaar verbaasd aan. Hij naar beneden en ik naar boven. Ogen met een twinkeling, een sportief figuur en pluizig haar dat alle kanten op waaide.”

Dat platte dak zien we door het achterraam. Net als de schutting tussen hun twee tuinen, waar ze doorheen glipten om elkaar op te zoeken. Romantische scènes zijn het, een beetje de sfeer die haar huis ook lijkt te ademen: klein en knus, een vloerkleed voor de bank, als je daar zit zie je familiefoto’s in een open kast tegen de muur: haar ouders, haar oma. We drinken thee uit grote mokken, op de sloophouten eettafel staat de lunch te wachten.

Maar met dit soort huiselijkheid begint het boek niet. Het boek begint zo: „Een mens is niemands bezit, maar als we samen zijn ben ik van hem. Hij wil alles. Iedere vezel van mijn lijf, elke geschifte gedachte, het zwartste van mijn ziel.”

De één heet in De stilte in bed Jasper, de ander OM, ‘oudere man’. Jasper is de buurman, OM een kunstenaar uit Amsterdam, hij is vijfentwintig jaar ouder dan zij. Wanneer Sofie is gescheiden van Jasper, na een huwelijk dat niet langer dan een jaar heeft geduurd, en waarin het ontbrak aan lichamelijke passie, krijgt ze een sado-masochistische verhouding met OM. Dat begint met ruwe seks, wat via slaan en bondage („De volgende keer wil ik blauwe plekken, hoor ik mezelf zeggen”) uitloopt op hun laatste contact, waarbij hij haar keel dichtknijpt en haar in het gezicht slaat („Overal?”, herhaalt hij. „Ja”, besluit ik ter plekke. „Zelfs in mijn gezicht”).

In het boek wisselen de mannen elkaar per hoofdstuk af: de ‘nu’-hoofdstukken spelen in 2018, die gaan over de sado-masochistische verhouding, in de andere hoofdstukken zit het jonge echtpaar geregeld bij de seksuologe („En ik heb problemen met… dáár.” „Je bedoelt een erectieprobleem?”, vraagt ze.”). Al lezend begrijp je wat er is gebeurd: door de seksuele remmingen van haar man verliest een vrouw het vertrouwen in zichzelf, ze raakt als het ware seksueel op slot, waarna een vergaande sm-verhouding haar daar weer van afhelpt. En passant rekent het verhaal af met een paar vooroordelen, want het is hier de gezonde jongeman die liever niet te veel seks wil, terwijl de vrouw juist de grenzen van de seksualiteit opzoekt: het lijkt de boodschap van het boek.

Volle verantwoordelijkheid nemen

In de loop van ons gesprek verspreekt ze zich één keer. Jasper heet eigenlijk anders, net als, op haarzelf na, alle andere figuren in het boek. Maar los van de namen is alles in het boek terug te voeren op de werkelijkheid. Zoals Sofie Rozendaal eerder journalistieke verhalen schreef naar aanleiding van persoonlijke belevenissen, in NRC bijvoorbeeld over ‘hoe om te gaan met schoonfamilie tijdens de feestdagen’. Als je die artikelen nu legt naast haar boek, blijken ze in de tijd te kloppen: precies toen waren er spanningen met de schoonfamilie, dacht ze na over kinderen krijgen of wilde ze wel met haar man naar bed, maar niet met hem slapen.

Alleen: in al die artikelen ging ze naar aanleiding van zo’n persoonlijke gebeurtenis praten met deskundigen. De stilte in bed is alléén maar persoonlijk.

Het is waar ze het meest tegenop ziet, zegt ze: dat straks alle mensen die erin voorkomen haar boek gaan lezen. „Ze weten dat ik het heb geschreven, ik heb het aan iedereen verteld. Over bepaalde passages heb ik ook overlegd: vind je het goed als…?” Iedereen wist ook dat ze sinds haar vierde dagboeken schrijft, toen dicteerde ze die nog aan haar moeder. Ze heeft ze allemaal bewaard, „hele zakken vol liggen er op zolder”. En je gelooft haar, als ze zegt dat „het minst leuke onderdeel, waar ik me ook nog steeds niet honderd procent lekker bij voel”, zal zijn dat haar ex niet veel zal hebben aan zijn gefingeerde naam. „Wie hem kent, weet dat hij met mij was getrouwd.” Je gelooft haar, omdat ze aardig is en empathisch, je merkt dat ze zich verdiept in mensen, en ze probeert te begrijpen. Zoals ze zichzelf probeert te begrijpen in al die dagboeken.

Lees ook: De-man-heeft-altijd-zin – en andere seksfabels op het hakblok

De stilte in bed begon met een innerlijke drang, antwoordt ze op de vraag waarom het zo is geschreven en niet anders. „Van wat ik de afgelopen jaren heb meegemaakt heb ik zoveel geleerd, dat ik dacht: ik moet het gewoon op papier zetten. Ik heb ook wel getwijfeld hoor, het is heel expliciet in deze vorm. Maar als ik er een autobiografische roman van had gemaakt, en het dus voor een deel fictie was geworden, dan zou het minder impact hebben. Alleen als iets helemaal echt is, neem je de volle verantwoordelijkheid voor je verhaal. En dit is een boek met een boodschap, ik wil dingen vertellen over seksualiteit. Ik denk… Ik vind dat het een feministisch boek is geworden.”

We zitten nog op de bank, op haar laptop laat ze een paar videofragmenten zien van haar vier jaar geleden overleden oma. Die oma speelt een belangrijke rol in het boek, ze ging vaak bij haar langs voor advies als het weer eens niet lekker liep in haar huwelijk. Op de video zie je een levendige 87-jarige, die vertelt dat haar eigen oma in een ander bed sliep dan haar man: „Ze kon die pik niet slap houden, en die handen niet thuis houden, ze had al zeven kinderen, dus dit was het enige middel.” In een ander fragment: „Die man vond jou leuk, die heeft naar jou zitten kijken – en die kreeg meteen een stijve.”

Clichématige rollen

Je hebt je directe woordgebruik niet van een vreemde, zeg ik. Was het even makkelijk om over seks te schrijven als om erover te praten? „Nee, dat was veel moeilijker, ook omdat het dus echt moest zijn. Ik heb denk ik wel vijf verschillende versies gemaakt van die seksscènes, voordat ik ermee kon leven. Maar op een gegeven moment heb ik het losgelaten, ik dacht: ik doe wat ik vind dat nut heeft, de dingen die van belang zijn voor het verhaal moet ik gewoon durven benoemen.”

Een voorbeeld had ze ook: Vochtige streken van Charlotte Roche, een boek dat bij verschijning veel ophef veroorzaakte. „Vochtige streken las ik tien jaar geleden, toen ik begin twintig was. Eerst was ik gechoqueerd, maar het was ook een eyeopener. Zo vrij als zij was, menselijk zijn en dat durven tonen, zo hoopte ik ook te worden. Toen ik mijn eigen boek ging schrijven, ben ik het gaan herlezen.”

Zelf dacht ik aan Fifty shades of grey toen ik De stilte in bed las, had ik haar verteld toen we deze afspraak maakten. Daar was ze van geschrokken. Waarom, vraag ik nu. „Daar heb ik toen een stukje in gelezen, maar ik kwam er niet doorheen. Ik vond het zulke clichés.”

Alleen zit het sm-deel van De stilte in bed niet in Vochtige streken, maar wel in Fifty shades of grey. Hoe kijkt ze daar dan tegenaan? „Dat is zo, maar ook dat deel was een sprookje met clichématige rollen. De rijke man en het meisje dat zich onderwerpt: zo heb ik het niet ervaren. Ik heb die verhouding zelf opgezocht en aangewakkerd. En ik wil juist laten zien dat er altijd meerdere kanten zijn. Een gezonde jongen, op wie ik hartstikke verliefd was, blijkt niet zoveel om seks te geven, waardoor ik me ga schamen voor mijn verlangens. En een oudere man, die dan misschien wel een predator is, is tegelijk zo invoelend dat hij me mijn seksualiteit terug kan geven.”

Magie van anorexia verdween

Die sm heeft ze nu niet meer nodig, zegt ze: het was een tijdelijke behoefte, die haar hielp om seksueel weer los te komen. De behoefte verdween – „alsof er een knop werd omgezet” – nadat ze OM had gevraagd over haar grenzen te gaan, wat hij deed.

Ze vertelt het wanneer we aan tafel zijn gaan zitten, waar veel meer staat dan we ooit op zullen kunnen: yoghurt, fruit, beleg, broodjes, scones. „Die kan ik warm maken. En wil je misschien ook soep?” Ik vraag hoe het intussen is met haar eetstoornis, waarover ze haar eerste boek schreef, Gek van eten. Toen was ze 19.

Ook daar is een knop omgezet, antwoordt ze. Toen ze als tiener na een scooterongeluk in een revalidatiecentrum terechtkwam, zat ze daar op een dag naast een heel mager meisje. Ze was er jaloers op, maar het meisje bleek kanker te hebben. „Toen besefte ik dat ik een lichaam haatte dat verder gezond was. Daardoor verdween de magie van de anorexia, ik kon er niet meer van genieten.”

Lees ook dit artikel dat Sofie Rozendaal schreef voor NRC: Op naar de volgende date: ‘Ik ben een serial dater’

Ook dat scooterongeluk, ze heeft nog altijd chronische pijn, in de keuken staat een massagestoel, en die anorexia, die nooit helemaal overging, speelden een rol in de gebeurtenissen: „Ik leid een heel beheerst leven, ik leef gematigd en ik moet het altijd kalm aandoen. Seks was voor mij altijd de enige manier om me vrij te voelen in mijn lijf.”

Na de lunch lopen we nog naar Heeren van Beijerland, voor koffie. Daar zat ze vorig jaar zomer op het terras met OM. Na hun laatste sm-sessie heeft ze hem niet meer gezien. Uit De stilte in bed, wanneer ze in het laatste hoofdstuk nog eenmaal de seksuoloog bezoekt, nu alleen: „Misschien is zoiets extreems de volgende keer niet nodig. Als het al nodig is. Want wie weet ontmoet je iemand met wie je gelukkig bent en blijft.” „Ja.” Ik knik. „Wie weet.”