Recensie

Recensie Boeken

De Nederlandse vrouw die personal assistant werd op een Schots kasteel

Cliffrock Castle In deel twee van haar belevenissen op een Schots kasteel maakt Josephine Rombouts promotie tot ‘personal assistant’ van de kasteelvrouw. Dit boek is nog beter dan haar eerste. (●●●●)

‘I hope I do not disturb you?’ Voor de haard van de schemerige bibliotheek knielt de dienstmeid met haar asemmer, in een leunstoel zit de zoon des huizes, bladerend in een tijdschrift.‘Not at all’, antwoordt hij genadig.

‘Het was wel een Downton Abbey-moment,’ noteert de dienstmeid over het voorval. Alleen gebeurt dit echt, en niet aan het begin van de vorige eeuw, maar nu. De vrouw bij de haard is eigenlijk geen dienstmeid, maar ‘personal assistant’ van de kasteelvrouw, sinds kort.

Hoera, Josephine Rombouts (1971) is terug! Na het succes van het heerlijke eerste deel, Cliffrock Castle. Werken op een kasteel in Schotland, wijdt ze nu een al even heerlijk tweede boek aan de laatste drie jaar van haar vijfjarige dienstverband op een kasteel aan de Schotse westkust.

Etiquette

Terug naar Cliffrock Castle begint met een vraag. Wat houdt Rombouts promotie tot ‘p.a.’ precies in? Engeland is gesloten: niemand die het haar precies uitduiden wil. Uit ondervinding moet ze leren, net als in het eerste boek. Dat gaat met ups en downs. Het valt niet mee, en het blijft niet meevallen, om als rechtgeaarde, directe Nederlandse alle gevoeligheden juist in te schatten, niemand voor het hoofd te stoten. Keer op keer komt Rombouts voor een ongewisse situatie te staan, waarin ze niet weet wat te doen, hoe het hoort. Ze vraagt aan een boer, in dienst van het landgoed, of hij het wagenpark kan wassen. Het blijkt niet tot zijn taken te behoren. Achter haar rug om spreekt men er schande van dat ze het hem vroeg. Ten einde raad sopt ze zelf alle Landrovers en de andere auto’s dan maar, waarna er prompt weer iemand anders gekrenkt is, omdat ze hem niet om hulp vroeg.

Lees ook het interview met de schrijver: Huishoudster in Schots kasteel: ‘alsof ik bij vreemde stam was terechtgekomen’

Het is en blijft schipperen. Gelukkig schept Rombouts behagen in wat zij noemt ‘moeilijk doen op de millimeter’. Ze vindt de regels voor het sociaal verkeer interessant, en houdt ervan met haar handen te werken: ‘Na een leven in de stad van in witte ruimtes achter computers zitten en naar de supermarkt gaan, vond ik het heerlijk om te ruiken, te voelen en te maken.’ Ze wrijft met was meubels in, kookt in koperen pannen, plukt bessen in de moestuin en coördineert nu, als p.a, bovendien een verbouwing in een van de bijgebouwen. Zelfs in de meest eenvoudige klussen, zoals bedden opmaken, schept ze genoegen – ze beschrijft dit zo smakelijk dat je zelf direct ook af wilt reizen naar een ver kasteel in de regen, om er de kussens op te schudden.

Meesterproef

Rombouts ergert zich soms ook wel, maar haar nieuwsgierigheid wint het steeds van haar wrevel. Ze raakt gemakkelijk geboeid, bijvoorbeeld door de uiteenlopende deurknoppen in het kasteel (het materiaal verschilt per kamer), en schrijft daar zeer aanstekelijk over. Ze wekt niet alleen het kasteel en zijn bewoners, maar en passant de hele streek tot leven. Dit tweede boek is nog geslaagder dan het eerste. Het is hechter van structuur, de losse hoofdstukken vormen meer een eenheid die tot doorlezen noopt.

Het uitzoeken van kippen en een kippenhok is tenslotte zoiets als Rombouts’ meesterproef. Zij en haar gezin vertrekken uit Schotland, onder meer vanwege de nakende Brexit.

Het mooie, maar benarde bestaan van upstairs-downstairs wreekt zich op het allerlaatst nog bijna. Rombouts man verzorgt een pianoconcert voor de familie. Rombouts mag erbij zijn. Haar collega, de huishoudster beneden, is spinnijdig. Zoiets hoort niet. Absoluut niet.