Het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft donderdag zijn hoogste straf ooit opgelegd aan de Congolese rebellenleider Bosco Ntaganda (46). Hij kreeg dertig jaar cel voor achttien aanklachten wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die hij heeft begaan in de Congolese regio Ituri.
In juli hadden de rechters hem al schuldig bevonden, zes jaar nadat Ntaganda zichzelf had aangegeven en zestien jaar na de misdaden. Volgens de uitspraak is hij schuldig aan onder andere moord, verkrachting, seksuele slavernij en het inzetten van kinderen jonger dan vijftien jaar als soldaten. Ntaganda pleegde zelf misdaden én is indirect schuldig als commandant van strijders die misdaden begingen.
Ntaganda’s vroegere baas, Thomas Lubanga, was in 2012 de eerste verdachte die door het hof veroordeeld werd. De aanklacht werd toen beperkt tot het inzetten van kindsoldaten, de straf bedroeg veertien jaar cel. Bij Ntaganda waren de aanklachten divers en volgens de rechters heeft aanklager Fatou Bensouda ze allemaal bewezen.
De rechters vonden geen verzachtende omstandigheden waardoor ze minder dan dertig jaar cel zouden opleggen. Zij rekenden Ntaganda onder andere zwaar aan dat hij zelf een priester heeft vermoord, als voorbeeld voor zijn ondergeschikten. Ook het feit dat zijn strijders zich schuldig maakten aan „systematische verkrachting” van kindsoldaten, onder wie een ongeveer negenjarig meisje, werd hem zwaar aangerekend. Ntaganda is al in beroep gegaan tegen de uitspraak van juli.
De veroordeling is een opsteker voor het in 2002 opgerichte Strafhof, dat nog maar weinig zaken tot een goed einde wist te brengen. Tot op heden zijn Lubanga, de eveneens Congolese militieleider Germain Katanga en de Malinees Ahmad al-Mahdi de enige andere veroordeelden.