Waarom is het zo moeilijk om nog iets te repareren?

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: het feilen en falen van consumentenapparatuur.

Edele en onedele metalen kunnen, bijeengebracht, voor problemen zorgen.
Edele en onedele metalen kunnen, bijeengebracht, voor problemen zorgen. Foto Getty Images

De Nederlander repareert zijn kapotte spullen niet omdat hij het niet kan. Hij heeft geen idee waar hij zou moeten beginnen, hij kan de benodigde onderdelen niet meer krijgen en veel kapotte spullen zijn simpelweg irreparabel omdat ze niet demontabel zijn. Ook en vooral slaat de Nederlander niet aan het herstellen omdat hij er te laks voor is.

In haar laatste campagne probeert de Stichting Ideële Reclame (SIRE) wat aan deze situatie te verbeteren. Of het zal helpen is de vraag. De Nederlander kan in principe uitwijken naar een Repair Café waar technici zitten die niet laks zijn, maar steeds vaker lopen die ook vast op een gebrek aan demontabiliteit. Actievoerders van de ‘right-to-repair’-beweging klagen er al jaren over. Zoals ze mopperen over de beperkte levensduur van veel apparaten en de slechte nalevering van onderdelen. De Europese Unie komt maar moeizaam tot regels die dat verbeteren.

Duurder dan een nieuwe

Hoe ernstig is de toestand? Toen twee jaar geleden in AW-kader geprobeerd werd om een oude Samsung-magnetron te repareren, bleek het apparaat verrassend makkelijk uit elkaar te halen. Glasheldere YouTube-instructiefilms lieten zien wat er gebeuren moest. Er was een ruim aanbod aan tweedehands onderdelen. Het probleem was alleen dat de losse onderdelen en het benodigde speciaal gereedschap (waaronder een multimeter) samen meer kostten dan een nieuwe magnetron.

Een uitzondering. In zijn algemeenheid geldt dat steeds minder toestellen nog goed (dat is: reversibel) zijn te demonteren. Voor een rubriek die eerder in deze bijlage verscheen werden tientallen apparaten en apparaatjes gedemonteerd. Een groot deel moest worden opengebroken, opengeboord of opengezaagd omdat bij de montage lijm, klinknagels of one-way-kliksluitingen waren gebruikt. Verzonken schroefkoppen zaten verstopt onder lak of kit. Soms waren batterijen in een plastic gietstuk opgenomen.

Plezier van een Pontiac-horloge

Daarmee is niet gezegd dat gebrek aan demontabiliteit per se uit den boze is. De ó zo demontabele stekkers van vroeger waren levensgevaarlijk. Ook moet nog bewezen worden dat apparaten vroeger langer meegingen dan vandaag, al lijkt het er verdomd veel op. De chef AW heeft nog steeds plezier van een Pontiac-horloge, een Philips-ijskast (met echte cfk’s), een Philips-radio (met echte buizen) en een Junghans-wandklok (met een onzichtbare gong voorzien van art-nouveau motief) die stuk voor stuk ruim vijftig jaar oud zijn. De comfortabele gaskachel waaraan hij zo was gehecht, met handbediende bobine en bougie, is laatst op last van hogerhand afgevoerd.

De moderne mens krijgt maar weinig kans meer om zich aan zijn materiële milieu te hechten, zo lijken de zaken toch wel te liggen. Eerder zal hij zich moeten instellen op het onverhoeds uitvallen van apparaten die hij nog maar net in huis had, soms meerdere keren per jaar. Het kan hem zo vaak overkomen dat hij zich vertwijfeld gaat afvragen waaróm dingen eigenlijk kapot gaan – au fond een vraag die belangrijker is dan de vraag waarom zoveel dingen zo moeilijk te repareren zijn. Waarom gaan dingen kapot?

Vaak is ‘materiaal-vermoeiing’ (fatigue) de oorzaak. Buig een ijzerdraadje tien keer heen en weer en het breekt, dat is die vermoeiing, hij treedt op bij aanhoudende, sterk wisselende belasting. Die vind je bij zakmessen, sleutels en sloten, elektrische schakelaars, fietsbellen, de spaken van het fietswiel, je vindt hem eigenlijk overal.

Een verkeerde combinatie van metalen kan ook desastreus zijn. Wie edele en onedele metalen (in de zin van de ‘spanningsreeks der metalen’) bijeenbrengt, kan zware corrosie verwachten. De firma Optimus combineerde in het reservoir van haar spiritusbranders blik met messing. Het blik was binnen een paar jaar verteerd. Wie, zoals Gazelle wel deed, een stalen fietsketting laat lopen over een aluminium kettingblad vraagt ook om moeilijkheden.

Veel plastics vertonen kruip

‘Kruip’ (creep, cold flow) is blijvende vormverandering onder invloed van een langdurige belasting. Veel plastics vertonen kruip. Wie een plastic liniaal een dag lang krom houdt zal zien dat hij daarna krom blijft staan. De rotor van sommige raamventilatoren is met plastic balkjes opgehangen in zijn kast. Binnen een paar jaar zakken de balkjes zover door dat de rotor vastloopt. Niet zelden vindt in elektrische toestellen elektrische doorslag plaats omdat de gebruikte isolatie tekortschiet of in het gebruik zwaar achteruit was gegaan. Je ziet het bij magnetrons en piëzo-elektrische aanstekers, vroeger zag je het bij lampfittingen die te lang te heet waren geweest.

Het zou goed zijn om alle oorzaken van het feilen en falen van moderne consumentenapparatuur eens op een rij te zetten, al was het maar om de fabrikanten een schop in de juiste richting te geven. Want zij horen te weten dat plastic-onder-druk op den duur doorbuigt, dat je niet blik en messing moet combineren en dat isolatiemateriaal onder verhitting degradeert. Zoals ze horen te weten dat rubber, latex en elastomeren onder invloed van ozon, zuurstof, uv-straling, hitte en nog zowat zó snel in kwaliteit achteruitgaan dat je de materialen liever nooit zou gebruiken. En dat die vervloekte plastic nokjes die als scharnier worden gebruikt in plastic vuilnisbakken, in het deurtje van de kattenbak, het batterijklepje van de wekker, het deurtje van het botervakje in de ijskast, enzovoort, enzovoort, dat die plastic nokjes vroeg of laat overbelast worden en dan afbreken. Er is geen timmerman die die nokjes maken kan.