Ontwerp voor een binnentuin

Beeld OMA

Het doolhof van de democratie verbouw je niet zomaar

Verbouwing Binnenhof Vier jaar geleden was het Binnenhof versleten. Lekkende daken, schimmel, onduidelijke kabels. Bijna een half miljard werd vrijgemaakt voor de renovatie. Maar het werd een strijd tussen politici, ambtenaren en architecten – en er is nog steeds geen definitief ontwerp.

Floris Alkemade is net drie maanden Rijksbouwmeester als hij Pi de Bruijn op bezoek krijgt. De architect die in 1980 opdracht kreeg een nieuw gebouw voor de Tweede Kamer te ontwerpen, maakt zich zorgen. Het is eind 2015, en na jaren dralen beginnen plannen voor een grootschalige renovatie van het Binnenhof vaart te krijgen. Er is een enorm budget van 475 miljoen euro. Wat zijn ze van plan met zijn levenswerk?

Het Binnenhof: voor de leek een ondoordringbaar doolhof, voor Kamerveteranen een schitterend huis om in rond te dwalen of, in tijden van crisis, de pers te ontlopen. Hier is overal historie. Oude ministeriegebouwen, die nog klassieke namen dragen als Koloniën en Justitie, huisvesten tegenwoordig Kamerleden, fractiemedewerkers en ambtenaren. De Oude Zaal, ooit begonnen als balzaal in het stadhouderspaleis, werd later vergaderzaal voor de Tweede Kamer en is nu vooral een locatie voor recepties. In 1992 heeft Pi de Bruijn met doorbraken, gangetjes en trappen al die monumenten met elkaar verbonden. In de ruimte tussen die gebouwen zette hij zijn nieuwbouw neer, waar de Kamerleden debatteren, kiezers ontmoeten en hun maaltijden eten.

Dat Binnenhof is op. Daken lekken, stucwerk schimmelt van de muren, hout rot, overal liggen kabels en leidingen waarvan niemand weet waar ze voor zijn en wat er gebeurt als je ze doorknipt. Siemens, dat in 1992 computers voor technische installaties leverde, heeft nog maar twee mensen in dienst die weten hoe ze werken.

Premier Mark Rutte hield de verbouwing lang af – een half miljard uitgeven aan jezelf is niet goed voor de beeldvorming. Pas nadat de Haagse brandweercommandant dreigde de hele boel acuut te sluiten, kwam aan die ontkenningsfase in 2015 een einde. Binnen het kabinet daagde het besef dat het Binnenhof geen plek is waar je eindeloos bouw- en veiligheidsvoorschriften kunt overtreden. De renovatie kon eindelijk beginnen.

 

Alkemade verheugt zich op de klus. Het Binnenhof is een zooi, máár een prachtige zooi: achthonderd jaar al knutselen verschillende generaties bouwers hier panden aan elkaar vast. Nu mag hij de nieuwe generatie aanwijzen voor de volgende aflossing in de estafette.

Pi de Bruijn twijfelt niet aan de noodzaak van de renovatie. Maar, zegt de 73-jarige architect tegen Alkemade, laat míj het doen. Ik heb de kennis, de ervaring. Ik ken de gebouwen als geen ander. En ik heb het auteursrecht op de nieuwbouw.

We zullen je een rol proberen te geven, zegt Alkemade tegen De Bruijn. Maar ik kan niets beloven.

Pi de Bruijn heeft ook een waarschuwing voor de Rijksbouwmeester: richt je niet op de architect, maar op wat de Tweede Kamerleden met hun gebouw willen. Die zijn wispelturig.

Alkemade heeft zo zijn eigen ideeën. Politici mogen tot vervelens toe herhalen dat de renovatie „sober en doelmatig” moet zijn, maar als je toch de hele boel overhoop haalt, vindt hij, zou het idioot zijn om alles precies terug te bouwen zoals het was. Als het kan, moet je het beter maken, ook als Kamerleden er niet om vragen.

Vier jaar later is de renovatie vastgelopen in een pijnlijk conflict tussen de Kamer en Ellen van Loon, de door Alkemade aangewezen hoofdarchitect van het Tweede Kamergebouw. Van Loon werd beschuldigd van ‘megalomane’ ontwerpen en is inmiddels voor 2,7 miljoen euro afgekocht. De projectdirecteur van het Rijksvastgoedbedrijf is uit onvrede vertrokken. De verbouwing is met minstens een jaar vertraagd. Wat er daadwerkelijk achter de schermen gebeurde, bleef onduidelijk. Het kabinet-Rutte II heeft de hele verbouwing geheim verklaard – naar eigen zeggen op dwingend advies van de veiligheidsdiensten.

NRC reconstrueerde hoe Van Loon de weg kwijtraakte tussen het toondove en formalistische Rijksvastgoedbedrijf en kritische maar slecht geïnformeerde politici. En hoe De Bruijn alsnog de hoofdrol bemachtigde.

De belangrijkste locaties op het Binnenhof

Algemene zaken

Eerste kamer

Ridderzaal

binnenhof

raad van state

plenaire zaal

nieuwspoort

Tweede Kamer

Oudere gebouwen

Nieuwbouw (1992)

Algemene zaken

Eerste kamer

Ridderzaal

binnenhof

raad van state

plenaire zaal

nieuwspoort

Tweede Kamer

Oudere gebouwen

Nieuwbouw (1992)

Misrekening

Kamerbewoners mogen in 2015 een verlanglijst voor de renovatie indienen – het Ambitiedocument. Van de elf Kamerfracties reageren er drie. De SGP, die „meer nationale symboliek” in de plenaire zaal wil. Het CDA, dat meer publieke zitplaatsen wil en een infobalie dichter bij de ingang. En de Partij voor de Dieren, die een klimaatneutraal en plaagdiervrij gebouw wil.

Ingrijpender verzoeken komen vooral van de 1.200 ondersteunende medewerkers. Om het groeiende aantal bezoekers en debatten te verwerken, moet er een nieuwe entree komen en minimaal één extra debatzaal. Restaurants en keukens moeten slimmer ingedeeld. De indeling van de plenaire zaal moet anders. En alle nu vaak nog afgesloten hofjes en tuinen moeten toegankelijk worden gemaakt voor de bewoners.

Nu moet Rijksbouwmeester Alkemade een architect aanwijzen die van deze verlanglijst een ontwerp maakt. Rond zijn zoektocht hangt een zweem van geheimzinnigheid. Wegens de door het kabinet opgelegde vertrouwelijkheid komt er geen publieke aanbesteding. In plaats daarvan sleutelt Alkemade met ambtenaren van het Rijksvastgoedbedrijf een jaar lang aan zijn selectie. Hij praat niet met Kamerleden, die zullen moeten leven in het ontwerp van de door hem uitgekozen architect. Zij hebben in het Ambitiedocument al aangegeven wat ze willen, denkt Alkemade. Dat zal later een grote misrekening blijken.

Zo komt de Rijksbouwmeester voor het Tweede Kamerdeel van het Binnenhof uit op één coördinerend architect: Ellen van Loon, van architectenbureau OMA. Dit advies presenteert hij op 10 maart 2017 aan de zogeheten stuurgroep. Dit overleg van alle Binnenhofgebruikers neemt formeel de grote besluiten over de renovatie. Ook hier zitten alleen ondersteunende ambtenaren aan tafel, geen politici. De stuurgroep gaat akkoord met de architect en met de wensen, zoals het verbeteren van de entree en de restaurants.

Alkemade vertelt niet alleen wie hij voor de verbouwing heeft bedacht. Hij zegt ook: „De architecten zullen niet koste wat kost hun stempel op de renovatie willen zetten, maar deze generatie hoeft ook niet onzichtbaar te blijven.”

‘De Bruijn staat ook op het lijstje van Alkemade. Hij mag zijn nieuwbouw uit 1992 renoveren – als onderarchitect, dus onder de paraplu van concurrent OMA.

Aan de politici die er écht over gaan, gaat het allemaal voorbij. Die zitten met hun hoofd bij andere zaken: het is een week voor de Tweede Kamerverkiezingen.

De Hofplaats

De Kamer wilde een “herkenbare, transparante en uitnodigende entree” voor jaarlijks 500.000 bezoekers.

OMA bedacht een glazen gevel aan de Hofplaats, onder de plenaire zaal. De Kamer wilde geen ‘veiligheidsstraat’ onder de zaal, maar was verder enthousiast.

Toen de verhouding met OMA verzuurde, kwam de klacht dat het zo net een winkelcentrum of luchthaven werd.

Nederlands korset

„Werken in Nederland was vreselijk. Alsof je in een korset werd geperst.” Als schipperskind kende Ellen van Loon veel ruimte, vertelde ze eerder dit jaar aan designblad Frame. Maar als beginnend architect voelde ze zich gevangen: „Ruimte voor experimenten was er nauwelijks.” Ze vluchtte naar Berlijn en deed veel projecten in het buitenland, ook nadat ze in 1998 voor het Rotterdamse OMA ging werken.

Voor deze opdracht werkt ze vanaf 1 april 2017 in een wegens de geheimhouding streng beveiligd deel van het OMA-kantoor – met het Ambitiedocument van de Kamer en de visie van Alkemade als contractueel vastgelegde leidraden.

De renovatie is volgens de gebruiken van het Nederlandse poldermodel zo georganiseerd dat niemand echt verantwoordelijk is. Van Loon is aangewezen door Alkemade, die ook de kwaliteit van haar werk controleert. De Rijksbouwmeester is wél ambtenaar, maar valt niet onder het Rijksvastgoedbedrijf, waarmee Van Loon het contract heeft afgesloten. Het Rijksvastgoedbedrijf, formeel eigenaar van het Binnenhof, valt onder de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, Raymond Knops van het CDA.

Knops moet verantwoording afleggen aan dezelfde Kamer waarvan hij de ‘huisbaas’ is. Dat gebeurt in de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken. De Kamerleden die daarin zitten, weten alleen niets van de renovatieplannen, omdat alle stukken daarover geheim zijn. De Kamerleden die de plannen wél mogen zien, zitten samen met enkele ambtelijke vertegenwoordigers in de bouwbegeleidingscommissie. Zij houden namens alle Kamerbewoners in de gaten of de architect wel doet wat de Kamer wil.

Deze commissie heeft géén contact met Knops. Ze rapporteert aan het Presidium, het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer. Het blijkt geen recept voor succes.

Voor de meeste Kamerleden is de bouwbegeleidingscommissie corvee. De opkomst bij vergaderingen is laag, weinigen verdiepen zich in de materie. Sommigen gebruiken de vergaderingen om vrijuit te dromen. Zoals Selçuk Öztürk (Denk), die collega’s verbaast met het idee om het oude ministerie van Koloniën in te richten als slavernijmuseum.

In september 2017 presenteert Van Loon hier haar eerste plannen. Ze zoekt de randen op van de ruimte die het Ambitiedocument biedt. Klanten, weet ze, gaan pas écht nadenken als je laat zien hoe hun wensen uitpakken.

En zo lijkt het ook te gaan. Over de nieuwe grootse bezoekersingang aan de Hofplaats is de commissie „enthousiast”, zo meldt het verslag. Alleen de plaatsing van de veiligheidscontroles ónder de plenaire zaal ziet niemand zitten: het risico van een terrorist die zich daar opblaast is te groot. Als Van Loon daar een andere plek voor bedenkt, komt het goed. Een binnentuin vol planten? Goed idee. Alle restaurants verplaatsen naar de eerste verdieping, zodat er nog maar één grote keuken nodig is? Prima, als het menu maar net zo gevarieerd blijft.

Van Loon bedenkt ook een verdieping boven de plenaire zaal waar de grote debatten plaatsvinden. Daar moet de extra vergaderzaal komen die op de verlanglijst van de Kamer stond. Ze wil de Voorzittersgang verplaatsen, waar de Kamervoorzitter en haar griffier kantoor houden. Dat zijn ideeën waar de commissieleden van schrikken: ze tasten de traditie en de oorspronkelijke architectuur aan. Niet doen!

Business as usual, denkt Van Loon dan nog. Zo werkt het proces, van kritiek wordt een ontwerp beter. Na afloop is ze euforisch: de Kamer lijkt in grote lijnen gelukkig met de richting die ze op wil. Ook haar opdrachtgever, het Rijksvastgoedbedrijf, is tevreden.

Maar sommige leden van de bouwbegeleidingscommissie voelen zich na de bijeenkomst overvallen. Ze zijn maar amateurs, hebben meestal niet de tijd genomen om zich vooraf in het ontwerp te verdiepen. Dit gaat te snel, denken ze. Ze moeten toch echt eens over dat Ambitiedocument vergaderen waar Van Loon het over heeft. Wat staat daar eigenlijk in? De Kamerleden die moeten controleren of de architect wel doet wat de Kamer vraagt, kennen zelf het document niet waarin staat wat de Kamer vraagt.

Statenpassage en commissiezalen

De Kamer wilde commissiezalen waar het publiek vanuit de centrale hal makkelijk bij kon. De verschillende restaurants moesten op één plek met één keuken komen.

OMA verplaatste alle commissiezalen naar de publiek toegankelijke begane grond, en bedacht daar ook een groot café.

De Kamer vond de inbreuk op het gebouw te groot.

OMA plaatste de restaurants op de eerste verdieping, met een keuken in het midden.

De Kamer vond dit een te prominente plek. Zo leek het parlement net een cateringbedrijf.

De zorgen van Pi de Bruijn

Op 21 december 2017 krijgt Pi de Bruijn een brief van het Rijksvastgoedbedrijf. Het is de inlossing van de belofte van Alkemade: een aanbod om als ‘co-auteur’ met Ellen van Loon de renovatie van zijn eigen nieuwbouw te ontwerpen. De Bruijn krijgt een contract van OMA, Van Loon blijft de coördinerend architect voor het hele Kamercomplex. En OMA zal de ontwerpen uittekenen – het technische werk dat veel declarabele arbeidsuren oplevert.

Maar De Bruijn wil deze veredelde adviesrol niet. Hij laat het Rijksvastgoedbedrijf op 15 februari 2018 weten dat hij auteur is van het héle Tweede Kamercomplex, en dat ook na de renovatie moet blijven. Dat moet het uitgangspunt zijn voor de opdracht en de rolverdeling met OMA. Goed opdrachtgeverschap vereist volgens hem ook dat zijn kantoor alle veranderingen aan de nieuwbouw mag uittekenen, ook van ontwerpen die OMA maakt.

Er is dan al intensief contact geweest tussen Van Loon en De Bruijn om te kijken of ze kunnen samenwerken. Dat gebeurt op initatief van Alkemade en het Rijksvastgoedbedrijf. Die begrijpen dat ze het auteursrecht van De Bruijn niet kunnen negeren.

Maar er is simpelweg geen chemie. Van Loon toont weinig genegenheid voor het werk van De Bruijn, ze heeft vooral ideeën om zijn werk ingrijpend te veranderen. Bij OMA groeit de twijfel of De Bruijn de beweeglijkheid heeft om over de onvolkomenheden van zijn gebouw heen te stappen. Hij vertelt hoe mooi iedereen het vindt en gaat niet in op de veranderingen die Van Loon voor zich ziet.

Terwijl Pi de Bruijn met het Rijksvastgoedbedrijf verder onderhandelt over de rol die hij dan wél krijgt, ontwerpt Van Loon door. Zo dreigt de regie hem door de vingers te glippen. In het voorjaar van 2018 zoekt De Bruijn contact met Alexander Pechtold, dan nog fractievoorzitter van D66. Ze kennen elkaar: nadat Pechtold in Zomergasten van 2009 iets onaardigs had gezegd over het ontwerp van de plenaire zaal had De Bruijn hem een brief gestuurd.

Nu vraagt De Bruijn om hulp. Hoe krijgt hij contact met de Kamerleden die over de renovatie gaan? De D66-leider neemt de zaak op met Kamervoorzitter Khadija Arib en VVD-Kamerlid Ockje Tellegen, die dan net voorzitter is geworden van de bouwbegeleidingscommissie. Als je niet wilt dat er straks rottige artikelen in krant staan, zegt Pechtold, praat dan eens met die man.

Voordat Van Loon de belangrijkste Kamerleden ooit heeft gezien, heeft De Bruijn zo zijn twijfels over haar werk al met hen besproken.

Arib heeft tot dan toe vooral gehoord dat het goed ging met de verbouwing. De details kent ze niet, ze heeft altijd dringender zaken aan haar hoofd. Dat verandert als De Bruijn zijn zorgen heeft gedeeld: waarom moet er zoveel veranderen aan zijn werk, is de Kamer soms niet tevreden?

De binnentuin

De Kamer wilde alle buitenhoven en tuinen toegankelijk maken voor Kamerbewoners.

OMA bedacht een serie tuinen waar ooit de Hofgracht was. Een daarvan was overdekt.

Anonieme Kamerleden noemden dit in het AD een megalomaan plan.

Wantrouwen

„Wat is dit?”, klinkt het op 19 juli 2018 aan de tafel waar normaal het Presidium vergadert. „We zijn een parlement, geen cateringbedrijf!” Het is de eerste keer dat Khadija Arib en Ockje Tellegen architect Van Loon en Rijksbouwmeester Alkemade tegenover zich hebben. En het gaat niet goed.

Arib vuurt de ene na de andere vraag op Alkemade en Van Loon af. Wie heeft bedacht dat die restaurants de hele eerste verdieping moeten bezetten? En die commissiezalen op de begane grond, daar is toch veel te weinig daglicht? En hoe komen ze op het idee de Voorzitterskamer te verplaatsen? Snappen jullie dan niets van het parlement? En hoezo is dit sober en doelmatig?

En waarom was de Kamer niet betrokken bij de keus voor OMA? Die zijn toch verantwoordelijk voor die vreselijke verbouwing van het ministerie van Buitenlandse Zaken? Waarom heeft Alkemade OMA voorgesteld op het moment dat er verkiezingen waren?

Arib heeft vaker meegemaakt dat overbezette Kamerleden door allerlei ambtelijke manoeuvres in een hoek worden gedrukt waar ze niet meer uit kunnen. Dat zal haar hier niet overkomen. OMA wil gewoon een prestigeproject neerzetten en daarvoor misbruikt het bureau het ambtelijk voorgekookte wensenlijstje van de Kamer.

Van Loon en Alkemade zijn onthutst over het wantrouwen dat ze ontmoeten. Alkemade zegt dat Arib het niet begrijpt. De ambtelijke stuurgroep is akkoord gegaan met de keuze voor de architect. De Kamerleden in de bouwbegeleidingscommissie hebben alles kunnen inzien. En Van Loon heeft haar ontwerpen al aangepast na hun adviezen.

Van Loon greep voor de Oude Zaal terug op het oorspronkelijke ontwerp, met een parketvloer. Critici noemden dit een “wit mausoleum”.
Beeld OMA

Arib en Tellegen zijn niet overtuigd. Maar hun is ook niet ontgaan dat de Kamerleden hebben zitten slapen. Om OMA in het gareel te houden, hebben ze hulp van buiten nodig. Kort na het gesprek met Van Loon trekken ze een nieuwe directeur huisvesting aan, die nog voor het eind van de zomer zijn belangrijkste conclusies trekt.

Er moeten twee dingen gebeuren, adviseert de directeur: de Kamer moet per direct opschrijven wat ze echt wil én aansturen op Pi de Bruijn als architect. Het is misschien meer dan twee jaar te laat, maar als je het gebouw zo min mogelijk wilt veranderen, is hij de enige logische keuze. Alkemade en het Rijksvastgoedbedrijf hebben een kapitale fout gemaakt door de Kamer nooit te betrekken bij de architectenkeuze.

Van Loons dagen als Tweede Kamerarchitect zijn na de zomer van 2018 eigenlijk al geteld. Toch zal ze nog een jaar lang aanblijven.
Al die tijd zit ze niet stil. Terwijl de Kamer een nieuw Programma van Eisen in elkaar timmert, blijft ze doorontwerpen. Het Rijksvastgoedbedrijf wil zo vertraging voorkomen, maar schept vooral verwarring en ergernis.

Dat blijkt als Van Loon in het najaar van 2018 haar tweede ontwerp naar de Kamer stuurt. Ze heeft een poging gedaan de kritiek te begrijpen, met varianten waarbij restaurants en vergaderzalen op hun oude plek zitten. Maar ze voegt ook weer nieuwe ideeën toe, zoals een glazen uitbouw om de buitenkant van de plenaire zaal heen. Zo maakt ze in één klap ruimte om twee eisen uit het Ambitiedocument in te willigen: een groter besloten Kamerledenrestaurant, en betere plek voor de veiligheidscontroles. Haar idee om de catering van de Oude Zaal te verbeteren vergt opnieuw een forse ingreep aan de zo gekoesterde Voorzittersgang. Voor de Kamer is het de zoveelste bevestiging dat Van Loon niet wil horen dat grote veranderingen ongewenst zijn.

Om de oude gevel van Pi de Bruijn intact te laten, bedacht Van Loon ook een entree die half verscholen onder de Hofplaats zou liggen. Beeld OMA

Dat Van Loon niet meebeweegt, komt niet alleen omdat ze contractueel gebonden is aan het Ambitiedocument. Het is ook een principiële kwestie. Als je 500 miljoen euro belastinggeld uitgeeft, is het je plicht je werk zo goed mogelijk te doen. En dit dertig jaar oude gebouw kan echt beter.

Daarvan wil ze de Kamer overtuigen. Maar ondanks herhaalde verzoeken mag ze van het Rijksvastgoedbedrijf niet met Kamerleden overleggen. Die blokkade komt van het Presidium, dat wil voorkomen dat Van Loon de Kamer een ongewenste richting op sleurt.

Dat Presidium heeft op 12 december 2018 besloten alleen met Pi de Bruijn verder te willen. De Bruijn krijgt van het Presidium – dat hem steevast als „huisarchitect” beschrijft – de opdracht om te beoordelen of de plannen van OMA zijn auteurschap niet aantasten. Hij mag ook zijn eigen alternatieven bedenken voor de renovatie.

Die renovatie is hem inmiddels op het lijf geschreven. In het voorjaar van 2019 stelt de Kamer eindelijk een eisenpakket vast dat wél politieke steun heeft, vier jaar na de eerste kans daarvoor te hebben laten lopen. De eerste woorden zijn een lofzang op het werk van De Bruijn. „Het is een machtig mooi en transparant gebouw van een tijdloze allure. [...] De Kamerbewoners willen terugkeren op het Binnenhof zonder dat de look en feel van het gebouw wezenlijk is veranderd.”

Een glazen pui voor de plenaire zaal

De Kamer wilde geen veiligheidscontroles onder de plenaire zaal, en een groter besloten restaurant voor Kamerleden.

Om daar ruimte voor de maken, bedacht OMA een glazen voorzetpui voor de gevel aan de Hofplaats. De Kamer vond dit inpakken van de gevel veel te ingrijpend.

OMA verplaatste een deel van de gevel aan de Lange Poten om ruimte te winnen. Hier kon ook kunst uit het Rijksdepot aan voorbijgangers worden getoond. Reactie van de Kamer: hier hebben we niet om gevraagd.

Politieke spelletjes

Op 12 maart 2019 tikt Ellen van Loon met ingehouden woede een mailtje aan Kamerlid Ockje Tellegen, voorzitter van de bouwbegeleidingscommissie. Van Loon heeft net gehoord dat Pi de Bruijn diezelfde dag nog bij de commissie zal komen om zijn oordeel te geven over háár ontwerp. Voor Van Loon is het een totale verrassing. Zou het niet logisch zijn, schrijft ze, als zijzelf haar plannen mag presenteren? Ze heeft sinds het pijnlijke gesprek met Arib in de zomer van 2018 niet meer de kans gehad haar verhaal te doen, terwijl dat toch van cruciaal belang is om tot goede oplossingen te komen.

Die kans krijgt ze niet meer. Tellegen reageert pas de ochtend ná de presentatie: Van Loon mag haar verzoek indienen bij de projectdirecteur.

Met deze Salon Vertical (een lift zo groot als een zaaltje) zou belangrijk bezoek met “een combinatie van Franse allure en Hollandse soberheid” naar de Oude Zaal worden gebracht. Beeld OMA

Het is een passend einde van een toch al rampzalige week. Het AD heeft anonieme Kamerleden opgevoerd die haar betichten van „grootheidswaanzin” en „megalomane” plannen omdat ze een „tropische kantoortuin” en een verhuizing van de vergaderzalen heeft voorgesteld. Van Loon heeft voor geheimhouding getekend en kan niet reageren. Ze voelt zich slachtoffer van krachten die ze niet begrijpt.

En het is niet alleen Van Loon zelf die bij de presentatie van Pi de Bruijn ontbreekt. Ook haar ontwerpen spelen die dag in de bouwbegeleidingscommissie een bijrol. De Bruijn praat vooral over zijn eigen ideeën. Dat blijkt al op de eerste dia, die een duidelijk nieuw uitgangspunt voor de renovatie formuleert: „Geen nieuw architectuurhandschrift.”

Zo benadert hij ook het officiële eisenpakket van 98 pagina’s. Voor de geëiste „herkenbare, transparante en uitnodigende” entree, de toekomstige toegangspoort voor 500.000 bezoekers per jaar, bedenkt de Bruijn een soort sjieke metro-ingang. Hij schetst een overkapte hellingbaan die begint in een verre hoek van de Hofplaats, een veiligheidsscan onder het plein en een tientallen meters lange tunnel die in de centrale hal uitkomt. Zo blijft zijn oude westelijke gevel, waar Van Loon de nieuwe publieksingang wilde maken, intact.

Nu de rol van Van Loon lijkt uitgespeeld, moet ook het ministerie van Binnenlandse Zaken om. Dat is even slikken. In de Kamer heeft staatssecretaris Knops tot dan toe volgehouden dat het project op schema ligt en dat aanpassingen tot uitstel leiden. Bij het Rijksvastgoedbedrijf bestaat nog steeds veel steun voor OMA. Als de overheid contractbreuk pleegt, weten de ambtenaren, kan dat miljoenen kosten.

Lees ook het interview met Ellen van Loon: ‘Ik moest vechten tegen schimmen’

Maar de situatie is onhoudbaar. Een hoge ambtenaar van Knops laat Arib, Tellegen en de rest van het Presidium op 26 maart 2019 in een overleg weten best „pijnlijke besluiten” te willen nemen als de Kamer dat wil – maar alleen als Van Loon de gelegenheid krijgt haar ontwerp aan het Presidium te presenteren.

Dat gebeurt diezelfde avond nog. Voor Van Loon is het de eerste keer dat ze het Presidium uit kan leggen wat ze wil. Een nieuwe kans, hoopt ze. Ze weet niet dat het meteen ook de laatste ontmoeting zal zijn.

De vonk en de blusser

Het vergt nog één stap om het afscheid van OMA compleet te maken. Die heet Alexander Pechtold.

Het is Knops die hem in juni 2019 om hulp vraagt. De opstapelende onvrede in de Tweede Kamer, een open brief waarin Arib namens het Presidium alle medewerking aan de renovatie heeft opgezegd, de aanhoudende geruchten in de media: de staatssecretaris begrijpt dat hij geen kant meer op kan. Arib heeft zijn naam al genoemd als bemiddelaar, zegt Knops tegen Pechtold. Kan hij misschien een einde maken aan dit gedoe?

Het is een traditioneel Haags gebruik bij een impasse: benoem een ‘wijze’ van buiten. Die kan vaststellen wat alle partijen al weten, maar nog niet kunnen toegeven — en daarmee ruimte maken voor een draai. Zo mag Pechtold, die eind 2018 is opgestapt als D66-leider, het vuur blussen waar hij zelf een jaar eerder de vonk voor leverde – toen hij De Bruijn in contact bracht met Arib en Tellegen.

Na een maand inlezen zegt Pechtold nog tegen Arib dat Van Loon in zijn ogen niets verkeerd heeft gedaan. Maar Knops heeft Pechtold al duidelijk gemaakt dat het vertrek van de architect onvermijdelijk is. Als Knops en de Kamer willen dat het in de toekomst beter gaat, adviseert Pechtold, dan moeten ze de besluitvorming rond de renovatie beter regelen, goed overleggen en de geheimhouding opheffen, zodat geruchten de werkelijkheid niet in de weg gaan zitten.

Over de geheimhouding zijn de Kamer en Knops het nog altijd niet eens. Ook nu nog is de besluitvorming verdeeld over dezelfde groepen. Het Rijksvastgoedbedrijf meldde in oktober dat de verbouwing zeker één jaar wordt uitgesteld – en mogelijk langer. De projectdirecteur voor de renovatie vertrok dezelfde maand bij het Rijksvastgoedbedrijf, volgens ingewijden uit onvrede.

Van Loon is wel weg, OMA werd voor 2,7 miljoen euro afgekocht. Pi de Bruijn tekende deze week een contract bij het Rijksvastgoedbedrijf en is nu de belangrijkste renovatie-architect. Zo kunnen hij en het Presidium aan toekomstige generaties politici een parlement overdragen met „de look en feel” waar ze zelf zo aan gehecht zijn.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Wat je niet mocht weten over de Binnenhofverbouwing

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Animaties: Roland Blokhuizen
Vormgeving: Robert Buizer
Interactiviteit: Erik van Gameren
Techniek: Ruud Puylaert