Elke dag beulen in de sportschool, dan ben je pas écht succesvol

Fitness Ooit moest het lijf dun, nu is gespierd het ideaal. Jonge Randstedelingen sporten zich een slag in de rondte. „Mensen willen heel gezond leven om toch zestig uur te kunnen werken.”

Foto’s Getty Images, bewerking NRC

Het is maandagochtend zeven uur en in het financiële hart van Nederland – de Amsterdamse Zuidas – beginnen vijfentwintig jonge stedelingen hun werkweek met een marteling. De donkere sportzaal is verlicht met kaarsen, de muziek van rapper Drake staat zo hard dat er oordopjes klaarliggen. De deelnemers zitten vastgeklikt aan een spinningfiets en trappen als bezetenen. „Vandaag verkiezen we kracht boven comfort”, schreeuwt de trainer. Dit is Rocycle, de laatste fitnesstrend, een samenvoeging van spinning, krachttraining en mindfulness. Het schijnt dat mensen tijdens de training wel eens in huilen uitbarsten of hun van tevoren ingenomen gembershotje uitspugen.

Op de eerste rij vind je de vaste deelnemers, je zou ze de winnaars van deze tijd kunnen noemen. Het zijn mannen en vrouwen met een sterk en gespierd lichaam, prijzige merkkleding benadrukt hun geboetseerde vormen. Het is een hyperefficiënte ochtend: in drie kwartier hebben ze 500 calorieën verbrand én aan mindfulness gedaan middels de quotes aan de muur, zoals ‘All we have is now’. Straks zullen deze expats, consultants en freelancers verdwijnen in een van de kantoorkolossen en flexwerkruimtes in de buurt. Buiten, in de Apple Store-witte kleedkamer, staat de volgende groep al klaar.

De hele week door bootcamp, hot yoga of barre: onder jonge Randstedelingen is een klasjesgekte losgebroken. Met apps als Onefit (sinds 2013) en concurrent Classpass (sinds april) hoppen twintigers en dertigers onbeperkt van les naar les bij de honderden aangesloten locaties. Gesprekken op feestjes gaan over favoriete trainers en nieuwe studio’s worden besproken alsof het pas geopende restaurants zijn. Voor de populairste lessen – zoals billenklasje de booty club – zijn soms bizar lange wachtlijsten, vrijgekomen plekken worden direct geclaimd. Het aantal sportscholen nam in 2018 met 4 procent toe, volgens cijfers van statistiekbureau CBS. Hoe werd het fitte lichaam zo’n statussymbool bij deze groep?

„Als je je drukke leven combineert met een fitte levensstijl dan wordt daar tegenop gekeken”, zegt Anne van der Wal (23), die haar studie combineert met werk in copywriting en pr. Vorig jaar verhuisde ze van Groningen naar Amsterdam. „Ik had een studiegenoot die naast haar baan van 24 uur en een fulltime-master elke dag om zeven uur begon met sporten. Dan denk je wel: zij heeft het voor elkaar.” Zelf volgt ze drie lessen per week, waaronder yoga en high intensity interval training. Het liefste sport ze in een zaal met neonlichten voor het nachtclubgevoel. „Doordat het donker is en de muziek hard staat, ga je echt voor jezelf, je let niet op de anderen. Goede muziek motiveert dan extra.”

Ook Marielle van Zanten (26) uit Utrecht, pr-consultant, is fanatiek. Via Classpass volgt ze lessen in kickboksen en ‘yolates’. „Ik sport om fit en gezond te blijven én om er gespierder uit te zien. Ik werk veertig uur per week en ben de hele dag bereikbaar. Op deze manier maak ik mijn hoofd leeg en kan ik de stress van werk aan.” Wie fit is, oogst aanzien, denkt Van Zanten. „Ik vind het heel knap als mensen een succesvolle baan combineren met goede voeding en sporten. Ik heb een vriendin die tegen een burn-out aanzit en moet kiezen wat ze laat vallen qua werk, vrienden of sport. Dat geeft druk, want je wordt gezien een soort loser als je die combinatie niet aankan.”

Sporten om veel te kunnen werken

Fit zijn om de dagelijkse ratrace aan te kunnen: een trits nieuwe boeken ziet deze trend als onderdeel van het neoliberale tijdperk, waarin succes een eigen verantwoordelijkheid is en alles draait om zelfoptimalisatie. In het boek Trick Mirror, dat komend voorjaar in Nederlandse vertaling verschijnt, schrijft de Amerikaanse journalist Jia Tolentino over het fenomeen barre, een ballet-achtige training: „Waar het echt goed voor is, is om je klaar te stomen voor een hyperversneld kapitalistisch leven. Deze training is ideaal voor een tijdperk waarin iedereen constant moet werken.” Essayist Marian Donner schreef in Het Parool over haar Zelfverwoestingsboek: „We ketenen onszelf, met al dat yogaën. We moeten positief zijn (…), groene smoothies en avocado’s eten, want alleen als je lichaam optimaal presteert, zal je geest dat ook doen.”

Het gaat de verkeerde kant op als yoga het zoveelste punt op je to-dolijst is

Paul Verhaeghe, psychoanalyticus

Ook Gili Papier (34) uit Amsterdam, die werkt voor reserveringssite The Fork, legt een link tussen haar werkleven en fitheid. Ze sport zeven dagen per week, de ene keer bootcamp, de andere keer hot yoga. „Ik doe het om goed te functioneren op mijn werk. Ik zit de hele dag, heb veel etentjes. Banen vragen meer van mensen dan vroeger. Je moet soms van alles tegelijk doen en de hele dag bereikbaar zijn, jezelf in honderd splitsen. Als ik sport, heb ik meer energie, ben ik een leuker mens en heb ik het gevoel dat ik alles eruit haal.”

We zien ons lijf als instrument

De Vlaamse psychoanalyticus Paul Verhaeghe beschreef in zijn vorig jaar verschenen boek Intimiteit hoe de moderne mens van zijn lichaam vervreemd is geraakt en hoe we ons lijf zijn gaan zien als een instrument, een manipuleerbare machine. Op schermen zien we de hele dag door beelden van perfecte lichamen en we straffen onszelf met allerlei regimes, zoals fitness, om dichter bij dat ideaalbeeld te komen.

„Tot een jaar of vijftien geleden had status meer met objecten te maken, zoals de auto waarin je reed. Nu is het veel meer het lichaam waar mensen op letten”, zegt Verhaeghe aan de telefoon. De omslag van een dun lichaam als ideaal (tot in de vroege jaren 2000) naar een sterk en gespierd lijf heeft volgens hem te maken met het economische tijdperk. „We werken met zijn allen veel harder. Er is een groter uithoudingsvermogen nodig, je moet meer weerstand kunnen bieden aan het altijd maar bereikbaar zijn en de vervaging tussen werk en vrije tijd. Voor je het weet heb je een burn-out.” In plaats van een aanvulling op werd fitheid een vereiste om het moderne werkleven vol te houden.

Lees ook: Burn-out lijkt veel voor te komen, maar wat is het nu eigenlijk?

Een andere verandering is dat het leven van jonge stedelingen steeds ‘flexibeler’ is geworden. De Groene Amsterdammer schreef onlangs over de ontworteling van de moderne stadsmens. Volgens de theorie van de Britse filosoof Zygmunt Bauman leven we in het tijdperk van vloeibare moderniteit, die wordt gekenmerkt door steeds meer losse sociale verbindingen. De populaire sportapps zou je als kenmerk daarvan kunnen zien: denk aan de millennial met een Swapfiets en freelancebestaan die elk moment van de dag een les kan volgen bij een ‘boutique gym’ naar keuze.

Verhaeghe zet vraagtekens bij de fitness-hype. „Het is een goede evolutie dat steeds meer mensen aan zelfzorg doen”, zegt hij. „Dat ze belang hechten aan gezond eten en bewegen. Het gaat de verkeerde kant op als yoga het zoveelste punt op je to-dolijst wordt en je zelfzorg benadert vanuit het economische concurrentiemodel. Waarin we onszelf zo goed mogelijk in de markt proberen te zetten, op het gebied van relaties, seksuele verhoudingen en de professionele markt. Je ziet dat mensen heel gezond willen leven om toch zestig uur te kunnen werken en makkelijker te kunnen concurreren met anderen. Die supercompetitie en dat hyperindividualisme staan haaks op zelfzorg.”

Lees ook: ‘Yoga is een leeg omhulsel geworden’

Want in een tijd waarin we ons het idee hebben eigengemaakt dat succes maakbaar is, geldt hetzelfde voor falen. „Als je er niet in slaagt om het fitte lichaam te bereiken, dan moet je de schuld bij jezelf gaan zoeken”, zegt Verhaeghe. Ook Jia Tolentino, zelf een fitness-fanaat, is kritisch in haar boek. Hoewel we onszelf optimaliseren, „hebben we nog niet onze lonen geoptimaliseerd, onze politieke vertegenwoordiging. We hebben onze eigen marktwaarde vergroot, dat is alles.”

Student Anne van der Wal volgt nog steeds lessen, maar is gestopt met de spinninglessen waar ze eerst verslaafd aan was. „De schreeuwende docent, de veel te harde muziek, de manier waarop je met lichaam omgaat. Ik begon er steeds meer aan te twijfelen. Tot het moment waarop ik dacht: dit slaat nergens op.”

Correctie 11-11-2019: In de oorspronkelijke versie van dit stuk stond ‘recensiesite’ The Fork. Dit moet ‘reserveringssite’ zijn en is aangepast.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.