Recensie

Recensie

De wiskundige die de markt versloeg en miljardair werd

Recensie Met zijn wiskundige genie en hulp van collega’s ontwikkelde Jim Simons beleggingsmodellen waarmee hij kapitalen vergaarde. Zijn hedgefonds Renaissance Technologies bewijst dat je met statistiek de grillen van de financiële markten de baas kan blijven.

Jim Simons (midden) was dit jaar eregast op het Einstein Gala van het Institute for Advanced Study in Princeton. Directeur Robbert Dijkgraaf en diens partner Pia de Jong flankeren hem.
Jim Simons (midden) was dit jaar eregast op het Einstein Gala van het Institute for Advanced Study in Princeton. Directeur Robbert Dijkgraaf en diens partner Pia de Jong flankeren hem. Foto Sylvain Gaboury/Getty Images

Van economie en financiën had de Amerikaan Jim Simons geen verstand toen hij koos voor een toekomst als effectenhandelaar. Het was 1978, Simons was net 40 geworden en had al een imposante loopbaan achter de rug. Hij was een gelauwerd wiskundige, professor geweest aan Harvard en het MIT, en had naam gemaakt als kraker van geheime Sovjet-codes voor de Amerikaanse overheid. Vervolgens was Simons leiding gaan geven aan de gerenommeerde wiskundefaculteit van Stony Brook, een universiteit op Long Island.

Lees ook: Wiskundige met een staart

Een grootse academische carrière lag in de lijn der verwachting. Simons besloot anders. In een somber winkelcentrum op een steenworp afstand van Stony Brook begon hij zijn eigen beleggingsfonds in valuta’s, tot verbazing en afschuw van collega-wetenschappers. „We keken op hem neer”, zei Princeton-wiskundige René Carmona. „Alsof hij was gecorrumpeerd en zijn ziel had verkocht aan de duivel.” Simons’ vader vond het vooral onverstandig dat zijn zoon een vaste aanstelling opgaf voor een onzekere toekomst in een vak waar hij ogenschijnlijk geen verstand van had.

Nu, ruim veertig jaar later, geldt Simons als misschien wel de succesvolste belegger ooit, met een geschat vermogen van ruim 23 miljard dollar. Het Medallion Fund, het belangrijkste onderdeel van Simons’ hedgefonds Renaissance Technologies en alleen toegankelijk voor medewerkers, scoorde sinds 1988 een gemiddeld jaarrendement van 66 procent (of 39 procent, na verrekening van managementvergoedingen). Dat leidde tot een winst van opgeteld meer dan 100 miljard dollar. Daarbij verbleken zelfs de prestaties van erkende sterbeleggers als George Soros en Warren Buffett.

Desondanks zijn Jim Simons en Renaissance Technologies, een bedrijf met nauwelijks 300 medewerkers, altijd een mysterie gebleven voor de buitenwereld. „Je weet toch wel dat niemand met je zal praten?”, kreeg Wall Street Journal-journalist Gregory Zuckerman te horen toen hij met een voormalig manager van Renaissance sprak over zijn plan een boek te schrijven over Simons en zijn hedgefonds. De nu 81-jarige Simons heeft nooit gehouden van pottenkijkers, of het nu journalisten waren of investeerders. Alles om het risico te beperken dat beleggingsstrategieën uitlekken.

Toch is Zuckerman wonderwel geslaagd in zijn opzet. Het resultaat is het intrigerende The man who solved the market, dat deze week is verschenen in de VS en het Verenigd Koninkrijk. De titel is goed gekozen. Anders dan bankiers en beleggers van Wall Street zag Simons de beurshandel nooit als een spel van intuïtie en beredeneerde keuzes, gebaseerd op traditionele analyses van jaarverslagen, groeiverwachtingen of kwartaalcijfers. Noch liet hij zich afschrikken door de theorie, populair onder economen, dat financiële markten ‘efficiënt’ zijn en dus niet te verslaan.

De markt als wiskundig probleem

Simons, samen met een paar wiskundigen die hij aantrok, benaderde de financiële markten als een ingewikkeld wiskundig probleem dat ze konden oplossen. Of preciezer: er waren zóveel factoren die invloed hadden op prijzen van obligaties, aandelen, grondstoffen en valuta’s, dat het mogelijk moest zijn verborgen patronen en correlaties te ontdekken om op basis daarvan min of meer betrouwbare voorspellingen te doen, in ieder geval voor de korte termijn. Als je maar genoeg gegevens had: een geloof in de macht van ‘big data’ dus, lang voordat algoritmes en computers de financiële markten gingen domineren.

Het kwam erop aan genoeg historische gegevens te verzamelen om wiskundige analyses op los te laten. Ook moesten Simons en zijn collega’s de neiging onderdrukken tóch op intuïtie te varen als het even tegenzat. Beide bleken moeilijker dan gedacht in de beginjaren. Het gevolg: tegenvallende resultaten. Het dreef de wetenschappers regelmatig tot wanhoop. Simons’ eerste partners verlieten Renaissance vroegtijdig. Ook Simons’ zelfvertrouwen wankelde. „Soms heb ik het gevoel dat ik iemand ben die geen idee heeft waar hij mee bezig is”, zei hij op een dag tegen een medewerker.

De jaren negentig – Simons was de vijftig al gepasseerd – brachten het grote succes. Niet zozeer Simons’ wiskundige genie maakte het verschil, als wel zijn vermogen ándere briljante denkers aan te trekken in combinatie met de komst van steeds snellere computers. Samen met onder anderen Robert Mercer en Peter Brown, computerwetenschappers afkomstig van IBM, bouwde Simons het meest geavanceerde geautomatiseerde handelssysteem ter wereld. Een handelssysteem als een casino, met Renaissance als ‘het huis’ dat met statistische zekerheid kan voorspellen dat het net iets vaker wint dan verliest, immuun voor de grillen van de markt. „We hebben het in 50,75 procent van de transacties bij het juiste eind” zei Mercer. „Zo kun je miljarden verdienen.”

Zuckerman geeft een fascinerende inkijk in karakter en carrière van „de man die de quant revolution ontketende” – verwijzend naar de wiskundig gedreven beleggingsstrategie van Simons, die veel navolging heeft gekregen (hoewel nergens zó succesvol toegepast als bij Renaissance). Ook slaagt hij erin de deuren van het geheimzinnige hedgefonds voor de lezer te openen, met zijn vaak even briljante als eigenaardige medewerkers. Zoals de stille Robert Mercer, verwoed supporter van Donald Trump en tegenpool van de extraverte Democraat Simons.

Eén aspect had wellicht meer aandacht verdiend. Al die denkkracht, al die verdiende miljarden, heeft iemand behalve de medewerkers van Renaissance er iets aan gehad? Of is Renaissance simpelweg de beste speler in een miljardenspel voor briljante whizzkids, waarin de doorsnee belegger verliest?