Bond houdt achterban niet meer bij

Protesten leraren & zorgverleners In het onderwijs en de zorg lijken de traditionele vakbonden de voeling met hun acherban kwijt. ‘Dit is een regelrechte clash tussen Twitter en de polder.’

Leraren en ouders houden een protestmars van het Wilhelminaplein naar het Excelsiorstadion. D
Leraren en ouders houden een protestmars van het Wilhelminaplein naar het Excelsiorstadion. D Foto Jerry Lampen

Duizenden leraren protesteerden woensdag tegen de uitholling van hun vak. Maar als het aan de traditionele vakbonden had gelegen, had er niemand op het Malieveld, de Dam of de Erasmusbrug gestaan.

Vijf dagen voor de aangekondigde staking zette minister Arie Slob (ChristenUnie, Onderwijs) zijn handtekening onder een convenant om de werkdruk en lerarentekorten aan te pakken. Mede-ondertekenaars: Jan de Vries van CNV Onderwijs en Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond AOb. Hun boodschap aan de achterban (respectievelijk bijna 52.000 en ruim 83.000 leden): de buit is binnen, we blazen de staking af.

Lees ook: Waarom leraren niet blij zijn met 460 miljoen

Dat was te vroeg gejuicht. Binnen een paar minuten roeren de eerste woedende leraren zich op Twitter en Facebook: waarom is de achterban niet geraadpleegd? Wij willen wél staken!

De leraren worden gesteund door de snel groeiende platformen Leraren in Actie en PO in actie – de laatste kreeg er deze week in een klap 2.000 leden bij en telt nu 45.000 leden. De onrust is zo groot dat voorzitter Liesbeth Verheggen van de AOb zondag aftreedt. In een verklaring noemt ze het besluit om de staking af te blazen „een verkeerde keuze”. „Deze termijn was te kort voor het afblazen van een staking waarbij zoveel ongenoegen over het jarenlang opgebouwde lerarentekort en de hoge werkdruk tot uiting moest komen.” AOb-bestuurder Eugenie Stolk, diezelfde dag in de Volkskrant: „We hebben niet goed ingeschat hoe heftig het stakingsvuur al was.”

De champagne stond koud

Het is de vinger op de zere plek. Niet alleen in het onderwijs, ook in de zorg, lijken traditionele vertegenwoordigers het contact met hun achterban te zijn verloren. En die roert zich nu via sociale media.

Onlangs gebeurde iets soortgelijks bij de beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden (V&VN). Ze vertegenwoordigen, met 100.000 leden, een groot deel van de beroepsgroep. Ze houden zich niet met looneisen bezig, wel met vakinhoud, opleiding en werkomstandigheden. Jarenlang had het bestuur van de V&VN geijverd voor invoering van een nieuwe wet: de Wet Big II. Ze hadden met ambtenaren gesproken, met politici en ziekenhuisbestuurders. De verpleegkunde moest worden vernieuwd, er moest ruimte komen voor carrière en niveauverschillen op de werkvloer. Voortaan zou iedereen die een verantwoordelijke functie wilde, HBO-geschoold moeten zijn.

Begin juni was de Wet Big II klaar, de champagne stond koud.

Lees ook: Woede verpleegkundigen om wet: ‘Het doet mij pijn dat mijn diploma gedegradeerd is’

En toen stak het protest van de verpleegkundigen op. Via online-petities, Twitter en Facebook, zwol de kritiek op de aanstaande wet aan. Zij, 66.000 ‘inservice opgeleide’ verpleegkundigen, met decennia ervaring, moesten zich opeens bijscholen om het werk te blijven doen dat ze al deden? Geen denken aan. Ze kwamen in de krant, op de televisie en bleven zich roeren op sociale media.

De minister in Den Haag, Bruno Bruins (VVD, Medische Zorg) was intussen geïrriteerd: hij had toch onderhandeld met vertegenwoordigers van het veld? Wat was dit voor protest?

Op 23 augustus stapte het bestuur van de beroepsvereniging op. Bestuursleden staken de hand in eigen boezem. Aftredend V&VN-voorzitter Henk Bakker schreef: „Wij als bestuur hebben niet de juiste keuzes gemaakt over het wetsontwerp BIG II. We hebben onze achterban niet voldoende de kans gegeven zich over zo’n belangrijk onderwerp uit te spreken. Dat spijt ons enorm.”

Begin oktober besloot minister Bruins de hele wet van tafel te halen.

De wetten van het compromis

Hoe kan het dat de traditionele bonden de onvrede onder leden zo verkeerd inschatten?

Dat komt doordat bonden en beroepsverenigingen nog onderdeel zijn van de polder, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg. Daar gelden de wetten van het compromis: werkgevers en werknemers zitten samen aan tafel en praten net zolang tot ze eruit zijn. „Die wetten hebben ze keurig gevolgd, maar ze hadden niet in de gaten dat de mensen voor wie ze werken er intussen anders over dachten.”

De traditionele bonden zitten in een lastige positie, constateert Wilthagen. „Ze moeten concurreren met nieuwe platformen en netwerken als Leraren in Actie en Witte Woede die juist níet voor een compromis gaan. Die níet aan tafel zitten bij de werkgevers en de politiek.” Voor dat laatste hebben de nieuwe platformen helemaal geen tijd: hun actieve leden staan, anders dan de beroepsbestuurders van de traditionele bonden, gewoon voor de klas of op de ziekenhuisafdeling.

Wat ze wél doen, zegt Wilthagen, is „hit and run”: snelle, massale actie ontketenen. „Dat werkt.” De traditionele bonden hebben het nakijken. „Die hadden zelf zo’n community moeten vormen, maar dat is niet gelukt.”

Lees ook: Protestgolf brengt kans op escalatie in Nederland

Daar komt bij dat leraren en verpleegkundigen hun wensen tegenwoordig veel directer kunnen uiten op sociale media. „Daar vonden tienduizenden mensen elkaar in hun ongenoegen. Wat we afgelopen weekend zagen gebeuren tussen de vakbonden en de leraren was een regelrechte clash tussen de polder en Twitter.”

Twitter- en Facebook-protest hebben effect, mits er een grote voedingsbodem van onvrede is, constateert ook Niels Spierings, docent sociologie en politiek aan de Radboud Universiteit. „Iedere burger kan in zijn eentje de revolutie proberen te ontketenen via Twitter. Maar het werkt pas als hij duizenden mensen meekrijgt én als de traditionele media het oppikken.” Dat gebeurde bij de leraren en de verpleegkundigen. Spierings: „Politici weten dat Twitter en Facebook niet representatief zijn voor de maatschappij en tóch: als er massale kritiek is op Twitter en Facebook, dan zijn bestuurders daar gevoelig voor.”

‘Absurd succesvol’

Er zijn tal van protesten die niet worden verslagen in de media en die dus weinig teweegbrengen, zegt Spierings. „Het heeft effect als er een bijna magische samenloop is van onvrede, aantallen én het moment.” Spierings onderzocht protesten in het Midden-Oosten na 2011. „In dat jaar stak Mohamed Bouazizi in Tunesië zichzelf in brand. Die beelden hebben via sociale media een internationale beweging ontketend. Maar er hadden zich al vele anderen in brand gestoken. Die zag niemand.”

Interessant, zegt Spierings, is de grote groep die zich niet met politiek bezighoudt, niet naar stakingen ging of naar bondszaaltjes en nergens lid van is, maar die zich wél uitspreken op Twitter en Facebook. „Dat kan iedereen doen, vanuit huis.” Ze zien ook dat sommige protesten, zoals dat van de boeren onlangs, „absurd succesvol zijn. Dat motiveert”.

Hoogleraar Wilthagen: „Het is toegankelijk. Je sluit je aan bij een Facebookgroep en betaalt geen contributie. Dat past in deze tijd: mensen willen geen lid meer zijn van de NCRV maar kijken naar die programma’s die ze leuk vinden, wanneer ze daar zin in hebben.”