Tjeert van ’t Land, oud-voetballer van Seattle Sounders

Foto Bram Petraeus

Na twee zomers in Amerika was het voorbij met de keiharde, droge kunststofvelden

Tjeert van ’t Land Seattle Sounders speelt zondag om de Noord-Amerikaanse voetbaltitel tegen Toronto. Tjeert van ’t Land speelde in de jaren 70 voor de club uit Seattle. Voetbal leeft enorm in de stad in het noordwesten van de VS.

Net geen twintig jaar is Tjeert van ’t Land als hij zich begin 1974, samen met zijn vriendin Margot en zijn vader, meldt in Hotel Krasnapolsky in Amsterdam. In een privé-zaaltje ontmoeten ze Jack Daley en John Best, manager en trainer-coach van Seattle Sounders, een pas opgerichte voetbalclub uit de Verenigde Staten. De heren zijn op zoek naar goedkope, transfervrije spelers.

Van ’t Land is zo’n voetballer, hij speelt sinds een paar maanden weer bij de amateurs van VVOP in zijn woonplaats Voorthuizen. Na twee seizoenen bij NEC in Nijmegen, waar hij als invaller één eredivisiewedstrijd speelt, is hij even helemaal klaar met betaald voetbal. Een oud-ploeggenoot bij NEC, de Nederlandse Amerikaan Henk Liotart, heeft hem aanbevolen bij de Sounders. En ook al spreekt en verstaat Van ’t Land nauwelijks Engels, hij wil een profavontuur in de Verenigde Staten niet laten lopen.

Hij tekent op 12 april 1974 een contract tegen een maandsalaris van 600 dollar en 100 dollar leefgeld. Precies een maand later maakt de donkerblonde vleugelaanvaller een van de vier doelpunten in de allereerste thuiswedstrijd van de Sounders, tegen Denver Dynamos.

Cruijff, Van Hanegem en Neeskens

Van ’t Land speelt uiteindelijk twee seizoenen voor Seattle in de North American Soccer League (NASL). In 36 duels maakt hij elf doelpunten en is hij vier keer de aangever. Hij is in die jaren de enige Nederlander in de competitie. Later volgen onder anderen Johan Cruijff, Willem van Hanegem, Johan Neeskens en Ruud Krol.

„Het was een cadeautje uit het niets”, zegt Van ’t Land (65). „De vrijheid, de ruimte, de positieve mentaliteit; ik vond Amerika geweldig. En het enthousiasme van de toeschouwers zal ik nooit vergeten. Onze thuiswedstrijden waren altijd uitverkocht. Wat dat betreft had ik het getroffen: Seattle is voetbalminded.”

Lees ook dit achtergrondverhaal over de ontwikkeling van het Amerikaanse voetbal

Dat is de stad in het noordwesten van de VS nog altijd. Zondag zitten er 70.000 fans op CenturyLink Field voor de finale van de Major League Soccer (MLS) tussen Seattle Sounders FC en Toronto FC. In de tijd van Van ’t Land speelden de Sounders in Memorial Stadium, met een capaciteit van 12.000 toeschouwers. „Achter de doelen waren geen tribunes, daar stonden auto’s geparkeerd. Maar al snel hebben ze daar ook tribunes gebouwd, toen konden er 18.000 mensen in.”

De meest enthousiaste fans noemden zich de ‘Seattle Sounders Booster Club’. Zij kwamen rond de wedstrijden samen in een eigen honk. „Daar moesten wij na afloop verplicht langs”, herinnert Van ’t Land zich. „Dan waren we vaak een uur bezig met handtekeningen uitdelen. Dat vonden we alleen maar gezellig.”

Waar het in Seattle „bomvol” zat, had Van ’t Land bij de meeste uitwedstrijden in grote, lege stadions „de neiging om alle toeschouwers een hand te geven”. Soccer was in de jaren zeventig voor de meeste Amerikanen een onbekende sport. Van ’t Land: „Bij een uittrap van de keeper hoorde je de ‘oohs’ van de tribunes. Daar moesten we in het veld wel om lachen.”

Met behulp van buitenlandse voetballers moest soccer gepopulariseerd worden. Bij de Sounders speelden geen grote namen, de bekendste was verdediger Mike England, een Welsh international die driehonderd wedstrijden voor de Engelse club Tottenham Hotspur speelde. „Een houten klaas”, zegt Van ’t Land. „Maar hij zat ook in de nadagen van zijn loopbaan.”

Tjeert van ’t Land Foto Bram Petraeus

Zoals destijds veel voetballers-op-leeftijd naar de NASL kwamen om nog wat dollars te verdienen. In 1975 tekende de 34-jarige Pelé een miljoenencontract bij New York Cosmos en op 5 juli van dat jaar stond Van ’t Land in Seattle tegenover de Braziliaanse superster. „Het is dat er een foto van bestaat, want veel weet ik niet meer van die wedstrijd. Het enige wat ik me kan herinneren, is dat ik dacht: ‘wow, die is aardig pezig’. Het was alsof ik tegen een muur liep. Maar ik had veel meer met Cruijff. Bij NEC zat ik een keer op de bank in De Meer tegen Ajax. Ik vind het nog steeds jammer dat ik toen niet mocht invallen.”

In zijn tweede seizoen bij de Sounders wordt Van ’t Land op een dag bij general manager Daley geroepen. Die deelt hem mee dat hij na de volgende wedstrijd moet vertrekken naar een andere club, Rochester Lancers. Maar in wat zijn laatste optreden voor de Sounders moest zijn, is Van ’t Land een van de uitblinkers. „Ik maakte twee doelpunten. Toen hoefde ik ineens niet meer weg. Ik kreeg zelfs een eigen auto, zo’n grote Amerikaanse bak. Tweedehands, hoor.”

Contract bij PEC Zwolle

Van ’t Land besluit wel om met Margot, dan inmiddels zijn echtgenote, na dat tweede seizoen naar Nederland terug te keren. Hij verkiest de zekerheid van een contract bij PEC Zwolle boven het Amerikaanse avontuur. Zelfs het vooruitzicht van veertien maanden militaire dienst kan hem niet van een terugkeer naar Nederland weerhouden. „Ik was al twee keer opgeroepen. Dat ik naar Amerika ging, was ook een vlucht. Ik wist dat ze me niet zouden terughalen als ik buiten Europa was.”

Na twee zomers was het voorbij met voetballen op de keiharde, droge kunststofvelden („mijn rubberen noppen waren na negentig minuten volledig afgesleten”). Nooit meer shoot-outs die bij een gelijkspel een beslissing moesten brengen, of bonuspunten voor gescoorde doelpunten („Amerikanen houden niet van 1-0”). In Nederland staat Van ’t Land ook gewoon weer buitenspel vanaf de middenlijn, en niet pas op 35 yards van het doel. En een overwinning levert ouderwets twee punten op in plaats van zes zoals in de NSAL.

Hij is sinds zijn vertrek eind augustus 1975, nooit teruggeweest naar Seattle, zelfs niet naar de VS. „Wél honderd keer over nagedacht. Maar nu vind ik er niets meer. Soms denk ik: als ik toen wat ouder was geweest, had ik er misschien nog gewoond.”