Negen EU-landen vragen om Europese vliegtaks

De oproep aan de Europese Commissie voor een Europese vliegbelasting is een initiatief van Nederland.
Een Airbus A320 van de Duitse luchtvaartmaatschappij Lufthansa.
Een Airbus A320 van de Duitse luchtvaartmaatschappij Lufthansa. Foto Pascal Pavani/AFP

Negen EU-landen hebben donderdag, op initiatief van Nederland, de Europese Commissie opgeroepen een Europese vliegbelasting in te voeren. De landen stellen dat CO2-uitstoot van passagiersvliegtuigen niet voldoende wordt doorberekend in de prijs van een vliegticket.

De verklaring is ondertekend door de ministers van Financiën van Nederland, Duitsland, Frankrijk, Zweden, Italië, België, Luxemburg, Denemarken en Bulgarije. In het manifest vragen zij om een Europese aanpak, zodat een „gelijk speelveld” wordt gecreëerd waarbij geen discussie ontstaat over oneerlijke concurrentie tussen landen. Ze doen zelf geen voorstel voor hoe een vliegtaks er in de praktijk zou kunnen uitzien.

Lees ook dit interview met Menno Snel: ‘Ook luchtvaart moet bijdragen aan strijd tegen vervuiling’

Tickettaks

Staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66), die het manifest overhandigde aan Eurocommissaris Frans Timmermans, diende in mei een wetsvoorstel in voor een nationale vliegtaks van 7 euro per ticket. Deze belasting moet per 2021 in werking treden als er geen Europese afspraken komen. Het wetsvoorstel wordt eind dit jaar in de Tweede Kamer behandeld.

Zes landen in de Europese Unie hebben momenteel een vliegtaks: Duitsland, Frankrijk, Italië, Zweden, Oostenrijk en Groot-Brittannië. Zij heffen belasting op vliegtickets. Staatssecretaris Snel zei afgelopen zomer tegen NRC dat het Nederlandse kabinet niet alleen streeft naar tickettaks, maar ook naar heffing op kerosine. Op de brandstof wordt nu geen accijns geheven in Europa.