Foto: Benjamin Girette

‘Macron is totaal in de war’

Pierre Rosanvallon Niemand begrijpt de opkomst van populisme en de gele hesjes beter dan deze Franse historicus en socioloog. „Iedereen vindt de kloof tussen arm en rijk zorgelijk, tegelijk is er vraag naar minder belastingen”.

Ook Pierre Rosanvallon was uitgenodigd toen de Franse president Macron in maart tientallen intellectuelen naar het Élysée liet komen om de crisis rond de gele hesjes te analyseren. Sociologen, historici en filosofen van naam mochten in de Salle des Fêtes allen één stelling poneren, waarna de president uitvoerig reageerde. Heel uitvoerig. De bijeenkomst begon om zes uur ’s avonds en duurde tot na twee uur ’s nachts. Macron stuiterde door, veel intellectuelen zaten te knikkebollen.

Maar historicus en socioloog Rosanvallon (71), bij uitstek een wetenschapper die over veel aspecten van de gele crisis al jaren nadenkt, sloeg het aanbod af. Het ‘Grand Débat’ zoals Macron dat in alle geledingen van de samenleving verordonneerd had, was voor hem niet meer dan een reeks ‘uitlegsessies’ gebleken, zegt hij. „Ik heb gezegd dat er best wat dingen zijn die ik de president wil vertellen, maar niet zo. Ík ben niet de scholier hier, híj moet terug naar school. Die urenlange ontmoetingen waren spectaculair. Maar het waren geen debatten, maar colleges.”

Lees ook deze verhelderende column van Caroline de Gruyter: Een parlement voor de onzichtbaren

Al sinds de jaren zeventig bestudeert Rosanvallon het functioneren van de democratie. Dat deed hij eerst in dienst van de van oorsprong christelijke vakcentrale CFDT die, net als Rosanvallon zelf, was bekeerd tot het sociaal-democratische ‘deuxième gauche’ van de latere premier Rocard: links, maar zonder revolutionaire franje. Het huidige parlementaire systeem, betoogt hij in een reeks boeken, volstaat niet meer om te begrijpen wat er in de steeds complexere en meer gefragmenteerde samenleving gebeurt. In de net verschenen bundel De democratie denken: werk in uitvoering zijn de inleidingen van zijn belangrijkste werken nu vertaald.

„Ik begrijp dat ze in het Élysée redeneerden dat er iets moest gebeuren”, zegt Rosanvallon in zijn kantoor in het eminente Collège de France in Parijs over Macrons reactie op het democratisch onbehagen van de hesjes. „Ze zeiden dat ze zich niet gehoord voelden, dus het was goed om naar het land te luisteren.” Duizenden Fransen lieten hun grieven achter op websites en in registers in gemeentehuizen. Alles staat nu online. „Het probleem is dat er geen echte synthese is gemaakt”, zegt Rosanvallon. „En ná het Grand Débat zijn geen concrete voorstellen gedaan om de werking van de democratie te verbeteren.”

Het was, zegt hij, wat hij zelf in 2014 geprobeerd heeft beter te doen. Vanuit zijn denktank La République des Idées zette hij het project ‘Raconter la vie’ op. Burgers werd gevraagd over hun leven te vertellen om tot een „narratieve democratie” te komen. Het door hem opgestelde begeleidende manifest, Le parlement des invisibles (het parlement van de onzichtbaren), klinkt als een vooraankondiging van het gele burgerprotest dat Frankrijk nu al een jaar bezig houdt. ‘Een indruk verlaten te zijn brengt veel Fransen tot wanhoop’, schreef hij. ‘Ze voelen zich vergeten, onbegrepen, niet gehoord. Het land, in één woord, voelt zich niet vertegenwoordigd.’

In Houellebecqs laatste roman ontploft Frankrijk, uit onbehagen over de EU, de elite en de globalisering. (●●●●●) Lees ook: Niemand in het Westen zal nog gelukkig zijn

De gele hesjes hebben u dus niet verrast.

„Je kunt moeilijk achteraf zeggen dat je niet verrast was. Maar wat vaststaat is dat mensen wereldwijd uiting geven aan wat ik democratische teleurstelling noem. Dat is gekoppeld aan protest tegen ongelijkheid. Die beweging is universeel, al kunnen de werkelijkheden per land verschillen. Democratische teleurstelling kan het gevolg zijn van autoritaire dreiging, zoals in Hongkong, of gelieerd zijn aan een situatie waarin een regime is uitgeput, zoals in Algerije. In meer solide democratieën als Frankrijk zie je een ander fenomeen: het afnemende democratische rendement van verkiezingen.”

Wat bedoelt u daarmee?

„Verkiezingen waren het hart van het politieke leven. Ze werden geacht de vertegenwoordiging van de samenleving te organiseren, de macht te legitimeren en, dankzij politieke programma’s, perspectief te bieden op actie. Vandaag zijn die drie pijlers deels ingestort. Dat is niet alleen omdat politici opgebruikt zijn of aan slijtage onderhevig. Het fenomeen gaat dieper. Je ziet zelfs in landen waar relatief recent verkiezingen zijn geweest dat de macht alweer in problemen komt. Het gaat dus om structurele factoren.”

Foto: Benjamin Girette

Zoals?

„De samenleving laat zich niet meer definiëren door sociale omstandigheden die bepalen wat voor beroep je hebt of hoeveel je verdient, maar eerder door structurerende sociale situaties met een meer individuele relatie tot het bestaan. Bijvoorbeeld, en dat zag je bij de gele hesjes: of je een grote afstand moet afleggen naar je werk. Of dat je een verwoestende privé-gebeurtenis hebt meegemaakt, zoals scheiding of ziekte. Of dat je geïsoleerd leeft. Voordat de hesjes zich ook gingen uitspreken over sociale omstandigheden, refereerden ze vooral aan sociale situaties: eenzaamheid of overheidsdiensten die steeds verder weg zitten.”

Waar leidt dat toe?

„Er zijn veel variabelen die het sociale leven structureren. Maar de mensen die ons besturen zien ze niet omdat ze kijken naar gemiddelden in peilingen en statistieken. De verhoging van de brandstofprijs, zoals de regering die wilde, was vreselijk voor mensen die ver van hun werk wonen. Maar in de statistieken lijkt het een kleine maatregel. Bij de gele hesjes zag je bovendien vaak tegengestelde sentimenten: kleine ondernemers keerden zich tegen bureaucratie, tegen te veel staat dus. Andere mensen vonden juist dat er te weinig staat in hun leven was. De gele hesjes vormden zo een gemeenschap van individuele situaties: mensen die collectief het gevoel hadden dat met hun particuliere situatie geen rekening werd gehouden. Het doel van de democratie, kun je zeggen, is het in woorden vertalen van wat mensen doormaken. Maar de politiek is daartoe niet meer in staat. De klassenstrijd was een stuk makkelijker.”

Het is een mythe dat burgers passief zijn geworden.

Verkiezingen moeten ook de uitvoerende macht legitimeren. Waarom werkt dat volgens u niet meer?

„Wie een meerderheid heeft, krijgt toestemming om te besturen. Maar burgers geven niet meer zo’n tijdelijke vergunning af. Ze willen permanent de acties van de regering controleren. Er is een steeds bredere vraag naar continue democratie. Het is een mythe dat burgers passief zijn geworden: ze demonstreren, lanceren petities en roeren zich op andere manieren. De gele hesjes zijn het bewijs. Die uitdrukking van wantrouwen is aan de ene kant schadelijk voor instituties, maar heeft ook een positieve kant omdat er een groeiende vraag naar transparantie uit spreekt. Maar het holt de functie van verkiezingen uit. Het politieke bestaan is steeds vluchtiger en draait om permanent reageren op crises, noodsituaties en gebeurtenissen.”

Lees ook: Dit zijn vier manieren om het populisme in Europa te begrijpen

Dit leidt tot ‘presidentialisering’, schrijft u in ‘Le Bon gouvernement’ (2015).

„Politieke programma’s spelen steeds minder een rol omdat de uitvoerende macht het bestuur domineert en de wetgevende macht, het parlement, minder invloed heeft. Het draait om personen.”

Geldt dat niet vooral voor Frankrijk?

„Het populisme is bij uitstek verbonden aan de vraag naar sterkere persoonlijkheden, partijen en programma’s zijn gediskwalificeerd. Steeds vaker worden mensen gekozen die tot dan politiek onbekend waren. Kijk naar Oekraïne [waar de komiek Zelensky president werd]. Dat is verbluffend. Maar het geldt ook voor Macron, die tot 2016 onbekend was. Of voor Trump, al was die als persoon natuurlijk al wel aanwezig. Nieuwigheid is een voordeel en dat destabiliseert de politiek.”

Sinds 30 jaar zie je dat in veel landen een grote groep net boven het minimumloon zit en dat een hele kleine groep daar ver boven leeft.

U zei: de democratische desillusie gaat gepaard aan onvrede over ongelijkheid.

„Sinds 30 jaar zie je dat in veel landen een grote groep net boven het minimumloon zit en dat een hele kleine groep daar ver boven leeft. Iedereen vindt dat zorgelijk, maar oplossingen zijn niet in zicht. Sterke momenten van solidariteit en sociale opbouw zijn in de geschiedenis vaak gelieerd aan verwoestende evenementen. Dollars moeten ook sterven voor het vaderland, zei een Amerikaans politicus begin de 20ste eeuw om zelfs Amerikanen inkomstenbelasting te laten betalen. In Europa was het na de Tweede Wereldoorlog mogelijk een welvaartsstaat op te zetten omdat er een gevoel van sociale schuld was. Dat heb je nu niet. Sterker, er blijft ondanks zorgen over ongelijkheid juist vraag naar minder belastingen.”

Kunnen we de democratie repareren?

„De gele hesjes denken dat het referendum een wonderoplossing is. Maar dat is een populistische utopie. Alsof burgers meteen zouden doorzien wat het algemeen belang is, tegenover bijvoorbeeld lobby’s. Groot nadeel van referenda is dat ze vaak niet de gevolgen van de uitslag meenemen. Je kunt voor Brexit stemmen, maar welke Brexit? Wat zijn de consequenties? Het is onverantwoordelijk een referendum te organiseren als je niet serieus laat zien wat de voorwaarden zijn waarop de uitslag kan worden uitgevoerd. Burgers zoeken naar middelen om te kunnen interveniëren, om gehoord te worden. Dat kan ook anders. Als er niets is tussen zwijgen en een referendum, dan is de democratie naar de haaien.”

Hoog tijd dat links een alternatief formuleert voor het rechtse populisme, vindt de Belgische politieke filosoof Chantal Mouffe. Lees ook: ‘In Europa is een kruistocht tegen het populisme gaande’

Frankrijk experimenteert met 150 willekeurig gekozen burgers die moeten bedenken hoe de CO2-uitstoot omlaag kan.

„Dat is positief. Niet alleen hier, maar overal zijn experimenten aan de gang met dit soort burgerjury’s. Het zijn meestal burgers die elkaar meerdere dagen zien en zo steeds beter geïnformeerd raken over de kwestie waarover ze moeten beslissen. De vraag blijft vervolgens: hoe kunnen ze dat na afloop aan de rest van de samenleving communiceren zodat er draagvlak ontstaat? Moet je die mensen op tv zetten om het uit te leggen?”

Heeft de gele crisis Macron veranderd?

„Hij had een heel heldere visie op wat hij wilde doen. Toen de tegenstand begon, heeft hij geprobeerd daar tactisch op te antwoorden. Maar een werkelijk antwoord heeft hij niet. Hij is totaal in de war, onzeker. Hij dacht eerst dat hij met autoriteit tegen de Fransen moest praten, maar dat heeft niet gewerkt. Dat ligt niet alleen aan zijn eigen tekortkomingen. Het huidige systeem, zonder echt structurerende politieke partijen, produceert haast even snel electoraal enthousiasme als diepe regeringsteleurstelling.”