Recensie

Recensie Muziek

Jeanne d’Arc als genderfluïde conciërge in stofjas: geniaal

Opera Romeo Castellucci maakte een geruchtmakende enscenering van Honeggers ‘Jeanne d’Arc au bûcher’. Ondanks protest is de productie deze week te zien bij De Munt in Brussel.

Regisseur Castellucci van Jeanne d’Arc kijkt niet op van een relletje meer of minder.
Regisseur Castellucci van Jeanne d’Arc kijkt niet op van een relletje meer of minder. Foto Bernd Uhlig

Jeanne d’Arc. In de Honderdjarige Oorlog trok ze ten strijde tegen de Engelsen, om na een gruwelijke marteldood op de brandstapel uit te groeien tot nationale heldin en heilige van Frankrijk. Tsjaikovski en Verdi wijdden een opera aan haar. Componist Arthur Honegger een ‘dramatisch oratorium’, waarin hij terugblikt op sleutelscènes uit haar leven in elf hallucinerende scènes (onder meer een satirisch beestentribunaal).

In 2017 kreeg zijn Jeanne d’Arc au bûcher (1938) een geruchtmakende enscenering aangemeten door de Italiaanse regisseur Romeo Castellucci. Het vele naakt was „obsceen” en „blasfemisch”, aldus de Fédération Pro Europa Christiana (FPEC), een organisatie die zich hard maakt voor christelijke waarden in de samenleving. Met een petitie (ruim tienduizend handtekeningen) en een brief aan operadirecteur Peter de Caluwe en de Belgische minister Didier Reynders probeerde de FPEC Castellucci’s regie te weren uit operahuis De Munt. Tevergeefs: deze week is de veelbesproken productie te zien in Brussel.

Een relletje meer of minder

De Italiaanse theatermaker en regisseur Romeo Castellucci kijkt niet op van een relletje meer of minder. Sinds hij in zijn Shakespeare-bewerking Giulio Cesare (1997) een kankerpatiënt met geamputeerd strottenhoofd opvoerde, behoort een zeker shockerend element tot het vaste abc van zijn regiestijl.

In de Honderdjarige Oorlog trok Jeanne d’Arc (Audrey Bonnet) ten strijde tegen de Engelsen.

Foto Bernd Uhlig

Zo bezien gaat het er nog mild aan toe in Jeanne d’Arc au bûcher. In een zwijgend geacteerde proloog van eigen makelij voert Castellucci de Maagd van Orléans ten tonele als een genderfluïde conciërge met een hinkepoot. Gestoken in stofjas en voorzien van plaksnor scharrelt de indringend spelende actrice Audrey Bonnet (Honegger gaf zijn titelheldin een spreekrol) rond in een groezelig klaslokaal. Een knipperend tl-licht vormt de opmaat tot een compulsieve opruimwoede, waarbij tafels, stoelen, een schoolbord en zelfs de vloer het moeten ontgelden.

Wanneer na twintig minuten de duistere ouverture opborrelt uit de diepten van koor en orkest, heeft Jeanne zich dwars door linoleum, plavuizen en planken een weg naar de aarde gegraven. Ze diept er archeologische voorwerpen uit op: een vaas, een gigantisch zwaard dat ettelijke scènes later een symbolisch kruis brandt in een omslagdoek.

Noem het een metafoor. Net als Jeanne toont Castellucci zich in deze regie een graver. Laag na laag verwijdert hij de ideologische en propagandistische connotaties die zich mettertijd op de naam van Jeanne d’Arc hebben vastgezet. Trefzeker zoekt hij zich een weg naar de vrouw van vlees en bloed die op het eind van de voorstelling in al haar kwetsbare naaktheid op de bühne staat.

Vanuit de coulissen

Geniaal: Castellucci’s keuze om enkel de spreekrollen van Jeanne en haar voornaamste tegenspeler, broeder Dominique (Sébastien Dutrieux), op de bühne te tonen. De kleine maar voortreffelijk bezette solorollen klinken vanuit de coulissen, zodat de stemmen van de heilige Marguerite (Tineke van Ingelgem) en Catherine (Aude Extrémo) je als akoestische visioenen om de oren zoemen.

Het vocale zwaartepunt komt voor rekening van het koor en kinderkoor van De Munt, die vanaf het vierde balkon een topprestatie in surround sound neerzetten. Onder leiding van dirigent Kazushi Ono houdt het Symfonieorkest van De Munt zich met verve staande in Honeggers eclectische partituur, waarin neobarok en circusriedels een wonderlijk verbond aangaan met zoetgevooisd quasi-gregoriaans en het elektronische gejoel van een van de vroegste elektronische muziekinstrumenten, een ondes-Martenot.