Hugo de Jonge aan het ontbijt in een Nijmeegse jeugdzorginstelling, waar hij met jongeren sprak over hun ervaringen.

Foto John van Hamond

Minister de Jonge: Ik durf niet te zeggen dat het goed gaat in de jeugdzorg

Jeugdzorg Volgens minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) zijn eerdere beloftes over de jeugdzorg onvoldoende ingelost. Hij wil gemeenten nu dwingen beter samen te werken.

Om zeven uur zat Hugo de Jonge donderdagochtend aan het ontbijt in een Nijmeegse jeugdzorginstelling. Zoals wel vaker was de minister van Volksgezondheid op werkbezoek. Dit keer was hij er voor het eerst ook blijven slapen. „Ik had de kamer die wordt vrijgehouden voor een crisisplaatsing”, vertelt hij na afloop. De Jonge hoorde van de jongeren waarom ze er zitten, wat hen bezighoudt.

Lees ook: Te vaak is het de jeugdzorg zélf die kinderen beschadigt

Als CDA-wethouder in Rotterdam maakte hij vier jaar geleden de ‘decentralisatie’ mee van de jeugdzorg, waarbij de taken van de overheid werden overgeheveld naar de gemeenten. Dat was toen hard nodig, zegt De Jonge. „Iedereen was een beetje verantwoordelijk, en dus was niemand verantwoordelijk.” Nu moet hij als minister van Volksgezondheid constateren dat de hervorming van toen niet goed werkt. Donderdagavond stuurde hij samen met minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) een brief aan de Tweede Kamer waarin hij onder meer aankondigt de organisatie van de jeugdzorg te willen verbeteren door gemeenten verplicht te laten samenwerken.

Bijna geen enkele gemeente komt uit met de begroting. Jeugdzorgorganisaties hebben financiële problemen, personeel loopt weg. U stelt dat de beloften van de Jeugdwet „onvoldoende zijn ingelost”. Is dat niet zacht uitgedrukt?

„Nee, we moeten het ook niet te somber zien. We hebben nu veel meer kinderen in beeld die jeugdzorg nodig hebben. Het aantal plaatsingen in gesloten jeugdzorg is sterk afgenomen, het aantal kinderen dat jeugdhulp krijgt in het eigen netwerk, gewoon thuis dus, is enorm gegroeid. Dan kun je wel zeggen: er is veel ten goede veranderd. Dat laat onverlet dat ik niet durf te zeggen: het gaat goed. Dat is namelijk niet zo. We moeten die belofte van de decentralisatie beter inlossen.”

Volgens de inspecties krijgen de meest kwetsbare kinderen geen hulp vanwege lange wachtlijsten. Is de decentralisatie om die reden niet mislukt?

„Dat zijn veel te grote woorden die geen recht doen aan wat er wel is bereikt. De wachttijden zijn zorgelijk, zeker als het gaat om de jeugdbescherming. In situaties waarbij de rechter heeft bepaald dat er hulp moet komen binnen een gezin, kunnen we ons geen wachtlijst veroorloven. Daar moeten we dus vanaf.”

De decentralisatie ging gepaard met een bezuiniging van 15 procent. Was dat een fout?

„Daarvan moet ik op z’n minst zeggen dat het de transformatie heeft bemoeilijkt en misschien wel vertraagd. We hebben dit voorjaar natuurlijk fors extra geld beschikbaar gesteld. Maar ook als ik er nóg een miljard bij zou doen – wat ik niet ga doen – zullen bepaalde problemen niet verdwijnen. Alleen meer geld is niet de oplossing.”

Wat dan wel?

„Een flink deel van het geld lekt weg en gaat op aan het coördineren van de zorg. Gemeenten hebben gedacht: nu wij verantwoordelijk zijn, gaan we ook eisen stellen. Al die eisen kwamen bij de medewerkers in de jeugdzorg terecht. Als we hen willen verlossen van bureaucratie, moeten we een betere ordening aanbrengen. Op welk niveau regel je de zorg?”

Lees ook het nieuwsbericht: Kabinet erkent fouten in jeugdzorg en wijzigt stelsel

Twijfelt u of gemeenten hun geld efficiënt besteden?

„Ja. Ik denk dat er veel winst te boeken is. Ik hoor van gemeenten die tijdschrijven hebben ingevoerd. Jeugdzorgmedewerkers moeten dan iedere handeling verantwoorden. Waar ze met kinderen bezig hadden kunnen zijn, zijn ze bezig met papier. Kap ermee, niet doen. Natuurlijk moet je grip krijgen op je uitgaven, maar schrap dan regels. De meeste regels moeten van niemand, ze zijn er gewoon.”

U wilt gemeenten dwingen tot samenwerking. Wat moeten ze doen?

„Een aantal soorten jeugdzorg, zoals de pleegzorg en de gesloten jeugdzorg, moet je als gemeente niet zelf willen organiseren. Als gemeenten daar binnen een regio afspraken over maken, zorgt dat voor rust bij de aanbieders, die dan nog maar één opdrachtgever hebben. ”

Hoe wordt de jeugdzorg beter van deze maatregelen?

„Stelsels en wetten verlenen geen zorg, dat doen mensen. Als we beter duidelijk maken wie waarvoor verantwoordelijk is, weten instellingen en medewerkers bij wie ze terecht kunnen met vragen over administratieve lasten of zorgen over de financiering. Dat moet leiden tot meer rust.”

U wilt ook hogere, eerlijke tarieven. Hoe gaat u dat doen?

„De tarieven die gemeenten betalen zijn voor instellingen nu soms niet kostendekkend. Dat is ondermijnend voor de kwaliteit van de jeugdzorg. De jeugdzorg is te veelvormig voor één landelijk tarief. Maar we willen dat in de tarieven verplicht geld zit voor een aantal zaken, bijvoorbeeld voor scholing. Ook moet het tarief ieder jaar meestijgen met de inflatie.”

Is er niet gewoon te veel jeugdzorg? In sommige gemeenten krijgt één op de tien jongeren een vorm van hulp.

„Dat is erg veel, internationaal is het extreem veel. Soms zijn we van reguliere opvoedvragen jeugdzorgvragen aan het maken. Als het nodig is wettelijke beperkingen op te leggen, vind ik dat prima. Ik zie soms therapie met paarden vergoed worden, waarom zou je dat doen? En er krijgen tegenwoordig meer kinderen dyslexiezorg dan er dyslexie voorkomt.”