Recensie

Recensie Media

The Crown seizoen 3: wat is het ware gezicht van de koningin? (●●●●)

The Crown In het derde seizoen biecht koningin Elizabeth op dat ze last heeft van haar eigen emotionele afstandelijkheid en twijfelt aan de publieke rol van het koningshuis. Dat levert boeiend drama op.
Olivia Colman als koningin Elizabeth in het derde seizoen van The Crown.
Olivia Colman als koningin Elizabeth in het derde seizoen van The Crown. Foto Sophie Mutevelian / Netflix

Het is meteen duidelijk aan het begin van het derde seizoen van Netflix-serie The Crown: de Britse koningin Elizabeth II is geen sprankelende, jongedame meer, maar een licht uitgebluste vorstin van middelbare leeftijd. Inderdaad, de frisse Claire Foy uit de eerste twee seizoenen heeft plaatsgemaakt voor de eveneens briljante Olivia Colman (The Favourite, Broadchurch) die nu een stijve, licht gedesillusioneerde vorstin neerzet.

In de beginscène is het dan ook meteen raak: enigszins bedroefd kijkt Colman naar haar eigen beeltenis op het nieuwe postzegelontwerp dat in Buckingham Palace wordt gepresenteerd. Haar jonker probeert haar nog op te beuren: „Een elegante transitie van Hare Majesteit van jonge vrouw naar…” „Oud wijf?”, vult Elizabeth hem minzaam aan. Tja, de ouderdom is zelden aardig voor iemand, meent ze. „Niets aan te doen. Je moet gewoon doorgaan.”

En dat doet ze, stug en volhardend en met deze Elizabeth wordt de kijker in tien afleveringen door de jaren zestig en zeventig geloodst.

Waar het tweede seizoen eindigde in 1964, gaat het nu verder tot 1976: precies het Wilson-tijdperk. (Labour-premier Harold Wilson was van 1964 tot 1970 en van 1974 tot 1976 aan de macht.) De eerste aflevering, over een kunstadviseur van Elizabeth die een Russische spion blijkt te zijn, begint stug. Ook is het even wennen aan de nieuwe cast - Helena Bonham Carter speelt prinses Margaret en Tobias Menzies is prins Philip - maar al snel levert The Crown opnieuw boeiend drama op en is alles weer tiptop in orde: de set, de props, de kostuums, het camerawerk, de regie en het uitstekende acteerwerk.

Ben Daniels als Antony Armstrong-Jones.

Logisch ook, want met een enorm budget van 58 miljoen euro (volgens The Guardian goed voor de bekostiging van zes BBC-producties en meer dan de Britse koningin jaarlijks krijgt voor het onderhoud van haar landgoederen) kan je heel wat doen.

En dankzij het slimme script van scenarioschrijver Peter Morgan worden ook nu weer hoogte- en dieptepunten uit de Britse geschiedenis op een boeiende wijze behandeld. Iedere episode bevat een ander thema: de ramp van Aberfan in Zuid-Wales in 1966, de eerste maanlanding in 1969, de oliecrisis van 1973, de ontmoeting van prins Charles met Camilla en de afbrokkelende relatie tussen prinses Margaret en Lord Snowdon.

Helena Bonham Carter als prinses Margaret.

Meer dan in de vorige seizoenen draait het dit keer om de emotionele impact die ‘de kroon’ heeft op de leden van het koningshuis. Het isolement, het inperken van de eigen emoties – het in feite ‘geen mens mogen zijn’ – is het verbindende element dat door alle afleveringen loopt. Dat geldt niet alleen voor Elizabeth en prinses Margaret – die cocktails nippend en luid zingend haar eigen depressies probeert te ontkennen – maar ook voor prins Philip en zoon Charles. Vooral deze laatste identificeert zich steeds meer met zijn oom Eduard VIII, die in 1936 afstand deed van de troon uit liefde voor de Amerikaanse Wallis Simpson.

Tobias Menzies als prins Philip.

Het rookgordijn

In een pijnlijke confrontatie met zijn moeder, waarin Charles met stijve bovenlip zijn onafhankelijkheid opeist, krijgt hij van zijn moeder een flinke schrobbering. „We moeten er allemaal mee leven dat we geen stem hebben. We moeten allemaal onderdrukken wie we zijn. Een deel van onszelf gaat altijd verloren.” De koninklijke familie heeft nu eenmaal geen recht op een mening, zegt ze. Onacceptabel, meent Charles. „Ik ben niet slechts een symbool. Ik heb een stem, mum.” Waarop Elizabeth slechts concludeert: „Laat me je een geheim vertellen. Niemand wil het horen.”

Zo zijn er talloze scènes met leden van de koninklijke familie waarin de kijker ‘het ware gezicht’ achter het koninklijke masker wordt getoond. Op slimme wijze wordt zo gespeeld met de vraag: wat is eigenlijk het belang van dat ‘menselijke gezicht’? Die kwestie wordt ondermeer aangekaart in de aflevering over de ramp van Aberfan waar op 21 oktober 1966 een dorpje in Zuid-Wales gedeeltelijk bedolven raakt onder een ingezakte afvalberg uit een steenkoolmijn. Onder de 144 mensen die daarbij omkwamen bevonden zich 116 kinderen. Het is premier Wilson die Elizabeth aanspoort om het plaatsje te bezoeken. Iets wat ze in eerste instantie weigert maar toch doet wanneer haar afwezigheid door de pers wordt veroordeeld als „een gebrek aan zorg van het establishment voor de arbeidersklasse”. Het bezoek verloopt formeel, maar de confrontatie met het leed raakt tot in de ziel van de Britse koningin.

Olivia Colman als koningin Elizabeth II.

Naderhand, tijdens een privé-gesprekje met premier Wilson, biecht Elizabeth op dat ze last heeft van haar eigen emotionele afstandelijkheid en twijfelt aan de publieke rol van het koningshuis. „Tot nu toe was onze beste oplossing: rituelen en mysterie. Want zo blijven we verborgen terwijl we zichtbaar zijn. Het rookgordijn, het mysterie en het protocol zijn er niet om afstand te houden maar ons in leven te houden.” Een huiveringwekkende uitspraak, wetend hoe het Britse koningshuis in de toekomst zal bezwijken onder het publieke oog en hoe het prinses Diana zal vergaan. Maar zo ver zijn we nog niet in dit seizoen van The Crown. Op dat drama zullen we nog een jaartje moeten wachten.