Opinie

Elastiek

Marcel van Roosmalen

De ergernissen over mijn moeder (88) hebben plaatsgemaakt voor medelijden, het ergste wat je als mens kan overkomen. Ze was jarig geweest, weer een jaar ouder. Dat steeds verder uitgerekte leven, een elastiek dat maar niet wil knappen. Het is volhouden, wachten tot het niet meer gaat. Het grote verheugen op de dingen die nog wel gebeuren is er niet meer. Gisteren – ik belde haar, zelf belt ze niemand meer – miste ik opeens dat gezeik over Kerstmis, dat paniekerige overleggen, vaak maanden van tevoren, over ‘waar’, ‘wanneer’ en ‘hoe dan’.

„Zeg”, zei ik, „je weet toch wel dat het al november is?”

Antwoord: „Ja, zeg …”

Ze begon over Allerzielen, mijn broer was met haar naar de begraafplaats in Velp gegaan waar ook mijn vader ligt. Ze wist niet meer precies hoe de bijeenkomst was geweest, maar wel dat alle mensen van wie ze had gehouden inmiddels dood waren.

„Behalve jullie dan.”

Alleen de kinderen die de gewenste aandacht afgemeten toedienden in behapbare brokken.

Het leven van mijn moeder: opstaan – wassen – aankleden – eten – uitkleden – slapen.

Alleen de ingekochte zorg komt nog op bezoek.

Daar is sinds kort ook een vrouw bij gekomen die haar ’s morgens wast en helpt met aankleden. ‘Helpt met’, want mijn moeder doet het liefst zoveel mogelijk zelf en ervaart de hulp als vernederend.

„Als er dan toch niemand op bezoek komt waarom mag ik dan niet in mijn ochtendjas op de bank zitten?”

Soms kleedde ze zich zodra de aankleedvrouw weg was weer uit en ging ze alsnog in haar ochtendjas op de bank zitten.

„Ik klaag niet”, zei ze. „Ik zou ook niet weten tegen wie.”

Dat is mijn moeder niet.

Als ik aan haar denk zie ik de vrouw die van rijtjeshuis naar rijtjeshuis wipte om te kletsen. Een van de buren hing ooit een straatnaambordje met ‘Paula’s pleintje’ in haar achtertuin omdat mijn moeder er iedere dag stond.

De mensen die nog over zijn doen soms de deur niet meer open als ze aanbelt. Als ze mij zien klampen ze me aan met het verhaal dat mijn moeder vaak te veel is, omdat ze zelf ook ouderdomsproblemen hebben.

„Ach wat maakt het allemaal uit”, zei ze door de telefoon. „Het kan me niets meer schelen hoe de andere mensen over me denken.”

Dat was dan wel weer typisch haar: de nederlaag verkopen als overwinning.

Er zijn gewoon geen andere mensen meer.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.