Een tekenaar kijkt anders naar de stad

Van Brienenoordbrug 2019, houtskool van Isra Páez
Van Brienenoordbrug 2019, houtskool van Isra Páez

Stadstekenaars en stadsarchieven gaan lang terug. Er liggen natuurlijk veel historische prenten en tekeningen in de archieven van vóór de fotografie. Maar dat tekenaars in opdracht van het archief de stad als stad gingen vastleggen begon in Rotterdam vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In 1939 gaf toenmalig stadsarchivaris Hendrik Hazewinkel voor het eerst opdracht aan kunstenaars om de veranderende stad te tekenen en schilderen.

Het is geen toeval dat het de tijd was dat de fotografie ook voor de ‘gewone man’ opkwam, zegt Wanda Waanders, expert foto- en kunstcollectie van het Rotterdamse Stadsarchief. „Fotografie werd toen nog gezien als het objectief vastleggen van de werkelijkheid. Hazewinkel vroeg kunstenaars, omdat zij volgens hem anders naar de stad keken. Persoonlijker, treffender.” Bovendien gebeurde er ook veel. Aan het begin van de 20e eeuw werd de hele buurt achter waar nu het stadhuis staat gesloopt, en men besefte dat een groot gebied in de stad snel ingrijpend kan veranderen. Dat drong dus al door vóór het bombardement, de volgende ingrijpende ‘verandering’ van de stad.

Clandestiene aquarel van C.P. Pot van de Bierstraat in het afgeschermde gebied van 21 mei 1940. Collectie Stadsarchief

Kort na het bombardement al slopen kunstenaars, schetsboekje in de hand, het verwoeste centrum binnen om vast te leggen wat ze zagen. Dat was illegaal, want de Duitsers hadden het gebied afgesloten. De toenmalig directeur van Boijmans van Beuningen, Dirk Hannema, gaf zelfs opdracht aan zes kunstenaars om aquarellen te maken van het gebombardeerde centrum. Daarvoor vroeg en kreeg het museum toestemming van de bezetter.

In de decennia vlak na de oorlog gaf het archief ieder jaar kunstenaars, vaak wel tien, opdracht voor stadstekeningen, zegt Waanders. Het wederopbouwen is daarom in vele schetsen, tekeningen en aquarellen terug te vinden in de stadsarchieven.

De gewoonte raakte in het slop. De afgelopen decennia is nog heel incidenteel en indirect opdrachten gegeven aan kunstenaars, niet meer structureel en jaarlijks aan een groepje van kunstenaars.

Roeien en zwemmen in het Haringvliet, 2019, zwarte pen en kleurpotlood, Cox Janssens.

Tot nu. Stadsarchivaris Jantje Steenhuis heeft samen met CBK Rotterdam-directeur Ove Lucas het initiatief genomen de het instituut van stadstekenaar weer in ere te herstellen. Vorig jaar kregen als pilot tien kunstenaars de opdracht gebouwen van de Rotterdamse architect Maaskant te tekenen of schilderen, ook omdat de Maaskantprijs veertig jaar bestond. De werken waren te zien in de Kunsthal, die nu meer verbinding met de stad zoekt.

JungleIZe the City 2019, pentekening en kleurpotlood, Kay Hessels.

Dit jaar is het serieus. Het Stadsarchief en CBK Rotterdam plaatsten een oproep voor kunstenaars die zich wilden buigen over één van de drie thema’s van dit jaar: stadslandbouw, straatcultuur, en sportclubs. „In de jaren na de oorlog ging het heel erg over gebouwen, dat hebben we een beetje los gelaten. Wel moet de stad herkenbaar in beeld zijn”, zegt Waanders. Uit de 72 aanmeldingen selecteerde de jury – die naast Steenhuis, Lucas en Waanders bestaat uit Hugo Borst en Shehera Grot (Kunsthal) – drie kunstenaars op grond van hun motivatie en portfolio. Dat was niet makkelijk, zegt Waanders, omdat er veel goede aanmeldingen waren. De keuze viel op Cox Janssens, Isra Páez en Kay Hessels.

Illustrator Janssens is zelf geen fanatieke sporter, maar ze is geïnteresseerd in hoe divers de sport in Rotterdam is. Páez tekende voor het thema straatcultuur de enigszins desolate randen van de stad, de brute en monumentale betonconstructies die hij places outside place noemt. Hessels fantaseert over een door groen overwoekerde stad.

Getekend: Rotterdam in de Kunsthal 9 november 2019 – 12 januari 2020.
Daltonlaan bij Blijdorp, onder spoorlijn, 2019, houtskool, Isra Páez