Een groen kartel, dat mag wél?

Mededinging Mag het kartelverbod worden omzeild door coalities van duurzame bedrijven? Een wetsvoorstel ligt er al. Maar er is ook kritiek. Want werkt dit geen greenwashing in de hand?

De ACM verbood kippenboeren en supermarkten in 2015 afspraken te maken over betere behandeling van kippen: de ‘Kip van Morgen’.
De ACM verbood kippenboeren en supermarkten in 2015 afspraken te maken over betere behandeling van kippen: de ‘Kip van Morgen’. Foto Marcel Berendsen

Kinderarbeid, armoede, ontbossing, lage productiviteit, klimaatverandering...” Martin Oesch, hoofdjurist van het Zwitserse Barry Callebaut, de grootste cacaohandelaar ter wereld, somt de problemen op waar de West-Afrikaanse cacaoteelt berucht om is. En hij maakt ook duidelijk dat dit de hele wereld aangaat, en vooral Europa. West-Afrikaanse boeren zijn goed voor meer dan twee derde van de mondiale cacaoproductie, en Europeanen eten met afstand de meeste chocola.

Westerse importeurs en voedingsproducenten willen daarom de handen ineen slaan om de levens van Afrikaanse cacaoboeren te verbeteren en de productie te vergroenen, vertelt Oesch. De voor de hand liggende eerste stap: het onderling eens worden over hogere prijzen voor de cacaoboeren. Zo voorkom je dat één bedrijf het goede voorbeeld geeft en vervolgens door de concurrentie met lagere prijzen uit de markt wordt gedrukt. Er is één obstakel: het Europese kartelverbod verbiedt dit soort afspraken tussen marktpartijen.

Oesch deed zijn verhaal onlangs op een conferentie in Brussel. Thema: mededingingsrecht en duurzaamheid. Belangrijkste aanwezige: Margrethe Vestager, Eurocommissaris voor mededinging.

De druk groeit

Vestager gaat de komende maanden beoordelen of de Europese mededingingsregels aan modernisering toe zijn. Het kartelverbod, een cruciaal onderdeel, is vrij helder: bedrijven die met elkaar concurreren mogen geen afspraken maken over prijs, hoeveelheid en kwaliteit. Ténzij consumenten, Europese burgers , er baat bij hebben. Bijvoorbeeld als samenwerking de efficiëntie bevordert, met lagere prijzen als gevolg. Of als er duurzame producten ontstaan, waarvoor consumenten meer willen betalen.

De regels zijn streng en bedoeld om consumenten te beschermen tegen kartelvorming en oneerlijke concurrentie. Maar hij staat soms óók in de weg van bedrijven die samenwerken voor duurzame doeleinden. Zoals een hoger inkomen voor cacaoboeren, het milieu of dierenwelzijn.

En dus groeit de druk op de Europese Commissie om de mededingingsregels op te rekken, of op zijn minst het ‘belang van de Europese burger’ ruimer te definiëren dan alleen dat van de consument.

Nederland voorloper

In Nederland is die ruimte er al. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) moet nu al toekomstige generaties consumenten meewegen in haar oordelen over duurzaamheidsinitiatieven die onder het kartelverbod vallen.

En die ruimte wordt nog groter. Deze zomer stuurde staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat, CDA) een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer waardoor ondernemingen met duurzame initiatieven het kartelverbod kunnen omzeilen.

Dat werkt zo: bedrijven met samenwerkingsplannen kloppen aan bij het kabinet, dat dan kijkt naar de duurzaamheidsmerites en het effect op ‘het algemeen belang’. Is ook de Tweede Kamer akkoord, dan wordt het duurzaamheidsinitiatief in regelgeving omgezet, en staat het kartelverbod buitenspel.

Nederland is straks eerste EU-land dat uitzondering op kartelverbod creëert

Nederland is het eerste EU-land dat zo een uitzondering op het kartelverbod creëert. Dit is op zich geen verrassing. De discussie speelt hier sinds ACM in 2015 kippenboeren en supermarkten verbood afspraken te maken over betere behandeling van kippen: de ‘Kip van Morgen’. De ACM had het initiatief klinisch getoetst: de prijs voor een kilo Kip van Morgen zou 1,46 euro hoger liggen dan een kilo basiskip, terwijl kippeneters er gemiddeld slechts 82 cent extra voor over hadden. Conclusie: niet toegestaan. Bedrijfsleven én kabinet verbolgen.

Twee jaar eerder zette de ACM via een vergelijkbare redenering al een streep door een afspraak over de sluiting van vijf kolencentrales, een belangrijk onderdeel van het energie-akkoord. Ook dat gaf veel commotie.

Volgens recent Wagenings onderzoek kan voor 6 tot 9 eurocent per kilo levende kip pluimvee al een diervriendelijker leven krijgen

Bestuurlijke kritiek

Bedrijven en ngo’s zullen daarom blij zijn met de ruimte die de nieuwe wet straks biedt. Maar er zijn ook bezwaren uit bestuurlijke hoek. De Raad van State uitte deze zomer zware kritiek op het conceptwetsvoorstel, dat maar op een paar punten werd aangepast.

Belangrijkste bezwaar van de Raad van State: de wet tast „het primaat van de wetgever” aan. Ofwel: kabinet en Tweede Kamer moeten zélf het voortouw nemen, belangen wegen en regels stellen, in plaats die rol (deels) delegeren aan private partijen.

Mededingingsjurist Edith Loozen, verbonden aan de VU en de UvA, onderschrijft de kritiek. „Iedereen is voor duurzaamheid”, zegt ze. “Maar regulering begint bij de wetgever, om te voorkomen dat ‘deelbelangen’, van een groepje bedrijven dus, de politieke besluitvorming domineren.”

Loozen bestrijdt ook dat de mededingingswet op gespannen voet zou staan met verduurzaming. Concurrentie moedigt die juist aan, stelt ze. Denk aan snel gedaalde kosten voor zonnepanelen of windmolens, en het groeiende assortiment duurzame voedingsmiddelen: óók kippen. Van een first mover disadvantage is in werkelijkheid lang niet altijd sprake, volgens Loozen.

Maar die plofkippen dan, die nog steeds worden verkocht? Loozen: „Als wij als samenleving geen slechte kippen willen, moeten wij als samenleving regels stellen. Laat je dat aan de markt, dan loop je het risico op een duurzaamheidskartel dat overwinsten haalt, ten koste van de consument.”

Greenwashing

Loozens analyse sluit aan op kritiek die Maarten Pieter Schinkel, hoogleraar economie aan de UvA, uitte op het voornemen de mededingingsregels op te rekken. Hij noemde dat „een gevaarlijke manier om iets goeds te willen doen”, die bedrijven de kans geeft met „minimale hoeveelheden nep-groen en nep-dierenwelzijn de samenleving te sussen en intussen de prijzen flink te laten stijgen”. Greenwashing dus.

Grote vraag is nu wat de Europese Commissie doet. In haar speech vorige maand benadrukte Vestager het belang van verduurzaming van Europese economieën. Maar ze stelde ook dat we het mededingingsrecht „niet moeten opzadelen” met zaken die de overheid zou moeten regelen. „Dan kom je op een hellend vlak”.

Toch ziet Anna Gerbrandy, hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht, dat ook in Brussel iets verandert. Zo zou het begrip consumentenwelvaart, cruciaal element in de toets of samenwerking is toegestaan, wellicht een wat ruimere interpretatie krijgen om bijvoorbeeld ook gevolgen voor volgende generaties mee te kunnen wegen. Gerbrandy: „En dat vind ik niet verkeerd.”