Brieven

Brieven

epa06845096 US President Donald J. Trump delivers a motivational speech to young adults in front of the Presidential seal during an event being called by the White House, 'Face-to-Face With Our Future'; in the Eisenhower Executive Office Building on the White House complex in Washington, DC, USA, 27 June 2018. EPA/MICHAEL REYNOLDS
epa06845096 US President Donald J. Trump delivers a motivational speech to young adults in front of the Presidential seal during an event being called by the White House, 'Face-to-Face With Our Future'; in the Eisenhower Executive Office Building on the White House complex in Washington, DC, USA, 27 June 2018. EPA/MICHAEL REYNOLDS MICHAEL REYNOLDS

Er zijn nog slechts tweehonderd studenten Nederlands (Voorkom een ongeletterde samenleving, help nu de neerlandistiek, 4/11). Een armzalig aantal.

Toen ik in de jaren 70 in Nijmegen Nederlands studeerde, waren er daar alleen al 250 eerstejaars. Wat dreef hen? De kennismaking met dat vak op de middelbare school. Wat betreft literatuur: je maakte kennis met versleer aan de hand van leuke voorbeelden die bleven haken in het geheugen, literatuur-cultuurgeschiedenis aan de hand van bloemlezingen. Een literatuurlijst die vanzelfsprekend was. Tekstverklaren en samenvatten waren zowel lees- als steloefeningen. Zeuren mocht, maar het nut ervan was onbetwijfelbaar. Allemaal vrijwel verdwenen op wat rudimentaire fragmenten na. Nu lees ik tot mijn ontzetting in de ‘brandbrief’ van hoogleraren: nieuwe lesmethoden, onder meer over „speeches van Trump” en zelfs „hiphop-analyses” worden in het vooruitzicht gesteld. Studenten die zoiets interessant vinden, verwacht je bij geschiedenis of sociologie, maar met het vak Nederlands heeft dit alles weinig van doen. In de multiculturele samenleving is het meer dan ooit nodig dat uitbreiding van de woordenschat, inzicht in taalverschijnselen en oefening in taalgebruik en leesvaardigheid in het curriculum terug moeten.