Recensie

Recensie Uit eten

In vegetarisch restaurant Bla Bla geldt de wet van de remmende voorsprong

Foto Walter Herfst
Foto Walter Herfst

Je hebt het tochtgordijn van vegetarisch restaurant Bla Bla in Rotterdam nog niet opzijgeschoven of het lijkt of je in een tijdmachine op de knop ‘jaren 80’ hebt gedrukt. Het pandje in Delfshaven waarin het restaurant is ondergebracht, stamt uit 1880, maar díe jaren 80 bedoel ik niet. Ik refereer aan de ónze, het voorlaatste decennium van de twintigste eeuw, waarin Bla Bla zijn deuren opende. Ik heb er toen, vanwege een vegetarische vriendin, wel eens gegeten, en nu ik er opnieuw binnenstap, lijkt er niets veranderd.

De zaak oogt nog even krap, de inrichting nog net zo eenvoudig. Op de kale tafels staan een waxinelichtje en een smalle vaas met anjers. Achter de bar hangen vijf gouden lijsten met het menu, aan de andere wanden schilderijen van rode tulpen op een groene achtergrond.

De Rotterdamse arts A. Verschoor was in 1894 een van de oprichters van de Nederlandse Vegetariërsbond, die nog altijd bestaat, dus Bla Bla was in 1984 beslist geen nieuwlichter, maar – als ik me niet vergis – wel het eerste restaurant in Rotterdam waar uitsluitend vegetarisch werd gekookt. Vegetariërs werden destijds meewarig aangekeken. Kwam je er een tegen, dan vroeg je waarom hij geen vlees at maar wel op leren schoenen liep.

Er is veel veranderd. In de supermarkt liggen vleesvervangers (‘gehacktballen’). Vegetarische restaurants zijn nog altijd in de minderheid, maar er is bijna geen restaurant dat niet enkele vegetarische gerechten op zijn kaart heeft staan. En dan bedoel ik niet dat ze je gebakken camembert geven in plaats van biefstuk. Herberg Kop van het Land, waar zonder vis of vlees wordt gekookt, gaf ik in deze rubriek een 9 (NRC, 27 oktober 2017), terwijl ik toch erg van vis en vlees houd.

Maar de eerste indruk bij Bla Bla is dus dat de tijd heeft stilgestaan en dat blijkt, als onze voorgerechten eenmaal op tafel staan, niet alleen de inrichting te betreffen. Mijn tafelgenote, beroepshalve bekend met de vegetarische keuken, krijgt de paddenstoelloempia’s met Japanse sojasaus (8,50 euro), ik opteerde voor het pasteitje met geitenkaas en gedroogd fruit met vijgenjam (7,50 euro). Andere mogelijkheden waren de „kretacombi” (pittabrood, bietenhummus, tapenade, olijven), notengehaktpasteitjes, pittabrood of papadums met ‘dipjes’, een aanbod waar, alles bij elkaar, weinig creativiteit uit spreekt.

De twee loempia’s met shii-takes gaan gepaard met „een niet al te overdreven saus”, aldus mijn gezelschap. Mijn in bladerdeeg gebakken geitenkaas blijft lang heet. Op beide borden ligt een plukje sla, in mijn geval opgeleukt met amandelschaafsel. Het zijn allebei stevige voorgerechten die een flinke deuk slaan in onze eetlust.

Bij het kiezen van de hoofdgerechten waren we ervan uitgegaan dat het kleine hapjes waren, elk apart geserveerd. Aan de overkant van de tafel ging de keuze uit naar de mediterrane mezze (22,50 euro), waaraan bulgurpilar met krenten, notenbörek, aardappeltortilla, pitabrood met tzatziki en spinaziepasteitjes met feta te pas komen. Ik koos de frittata (21,50 euro) met gekruide aardappeltjes uit de oven, notengehaktspiesjes, provençaalse champignons, venkel-appelsalade en (weer) geitenkaas en artisjokharten.

We schrokken van de twee vol geschepte borden die op tafel kwamen. Het zag er zo niet erg aantrekkelijk uit en je wist ook niet waar te beginnen. Waarom alles op één bord?

Tegenover mij werd gesproken van „een fijne combinatie”. Met name de aubergine met kaneel was „erg lekker”. Bij mij waren de spiesjes van notengehakt, die er nogal vleesvervangend uitzagen, geblakerd van buiten en droog van binnen. Ik was blij met de boontjes, broccoli en venkel.

Bla Bla ontpopte zich deze avond als voorbeeld van de remmende voorsprong. Wat 35 jaar geleden nieuw – en wellicht gewaagd – was, is nu, tja, ouderwets en met al die nadrukkelijk vleesvervangende eiwitten (noten, kaas, deegwaren) ronduit saai. De moderne vegetarische keuken vraagt meer vindingrijkheid.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.