Bijlevelds probleem is nu ook Ruttes probleem

Burgerdoden Hawija Tot dinsdagavond worstelde alleen minister Bijleveld met de politieke erfenis van de Nederlandse luchtaanval in Hawija. Nu richt de aandacht zich op premier Rutte.

Wel fris, niet vrolijk. Zo omschreef minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) haar gemoedstoestand op donderdag bij aanvang van een debat over de defensiebegroting. Het debat van dinsdagavond over de zeventig burgerslachtoffers in Hawija was „binnengekomen”, zei ze.

Want voor het eerst had de minister „de ernstige zaak” bekend kunnen maken „dat er door ons optreden veel burgerslachtoffers zijn gevallen in Hawija en Mosul”, vervolgde ze. De bekendmaking diende een groot staatsrechtelijk belang zei ze: „het belang dat uw Kamer erop moet kunnen vertrouwen dat de informatie die ze krijgt, klopt.”

Precies dát is alleen het probleem. Of, zoals SP-Kamerlid Sadet Karabulut terugkaatste richting minister: „Als er één ding niet is, dan is dat wel vertrouwen.” Een motie van wantrouwen tegen de defensieminister werd dinsdagavond nipt verworpen en gesteund door 71 Kamerleden.

Tot dinsdagavond worstelde alleen Bijleveld met de politieke erfenis van de luchtaanval. Maar inmiddels ligt het probleem ook op het bord van Mark Rutte. Want wat wist zijn departement, Algemene Zaken, en wanneer? Er zijn te veel aanwijzingen, zeggen Kamerleden, dat Rutte’s ministerie al sinds 2015 over informatie beschikte over veel doden. Of hij dat zelf wist of zijn departement maakt staatsrechtelijk niet uit. En als dat zo is: waarom heeft hij daar al die tijd dan niets over gezegd?

Rutte zei woensdag tegen de NOS zich niets van mededelingen over zeventig burgerdoden te kunnen herinneren. „Er staat mij niets van bij”, zei hij.

Dat de aandacht van de minister van Defensie, en de geslotenheid van haar departement, is verschoven naar de premier, komt door Bijleveld. Haar brief van begin deze week, die openheid moest geven over de luchtaanval uit 2015, schiep vooral veel verwarring. GroenLinks, SP en andere partijen hebben inmiddels opnieuw vragen gesteld aan het kabinet. Daarin roepen ze de minister op tot nóg een ‘feitenrelaas’, Eerder deze week verstuurde Bijleveld er ook al een.

Lees ook: Een reconstructie van de aanval op een wapenfabriek van IS

In dat feitenoverzicht schreef Bijleveld dat het „aannemelijk” is dat ook de „meest betrokken” ministeries al in juni 2015 op de hoogte werden gesteld van de Nederlandse betrokkenheid bij de aanval. Hoezo aannemelijk, wilden Kamerleden weten. En welke ministeries dan? Ook het ministerie van Algemene Zaken van Rutte, zei Bijleveld pas helemaal aan het einde van het debat.

De minister vertelde dat ministeries al in 2015 informatie met elkaar deelden. Toenmalig minister Jeanine Hennis (VVD), een partijgenoot en vertrouweling van Rutte, had op 9 juni 2015 tijdens een briefing gehoord over de gevolgen van de aanval en die informatie vervolgens ook aan andere departementen toevertrouwd. Dat gebeurde in een interdepartementale werkgroep waarin ook raadadviseurs van de premier zijn vertegenwoordigd.

Wantrouwige Kamer

Toch schreef juist Hennis twee weken later in een brief aan de Kamer dat er „voor zover op dit moment bekend geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers”.

Die brief werd ook ondertekend door de toenmalige ministers van Buitenlandse Zaken (Bert Koenders, PvdA), Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Lilianne Ploumen, PvdA) en premier Mark Rutte. Toch zeggen zij allemaal met klem daar indertijd niet persoonlijk over te zijn ingelicht. Koenders zegt erbij dat hij zich zoiets zeker herinnerd zou hebben: burgerslachtoffers, zeker zo veel als in Hawija, wilde hij als minister van Buitenlandse Zaken juist absoluut voorkomen.

Een wantrouwige Kamer heeft een reeks vervolgvragen gesteld. Ambtenaren van diverse ministeries moeten de archieven in en uitpluizen wat er in ‘onderraden’ en interdepartementale stuurgroepen is gewisseld. De vragen worden volgende week beantwoord, aldus Defensie.

Inmiddels heeft de discussie over ‘wie wist wat wanneer?’ zich verbreed naar de vraag of niet alleen Algemene Zaken maar ook Rutte zelf van de zaak wist. Er is een aanwijzing dat de premier op zijn laatst midden april 2018 op de hoogte was van de gevoelige kwestie. Toen antwoordde hij op vragen van RTL over het onderzoek dat het Openbaar Ministerie had ingesteld, onder meer naar de burgerdoden van Hawija. Rutte sprak in zijn reactie over de mogelijkheid van „fouten” in de „intelligence.” Uit de brief van Bijleveld over de kwestie van begin deze week blijkt dat het volgens haar inderdaad aan volledige inlichtingen heeft geschort, al wilde ze niet van fouten spreken.

De ontstane situatie brengt de minister-president in een lastige positie. Is hij in 2015 niet geïnformeerd, dan hebben zijn raadadviseurs zich destijds niet van hun belangrijkste taak gekweten: ‘hun’ premier op de hoogte houden van gevoelige kwesties binnen andere departementen. Wist Rutte het wel, dan rijst de vraag waarom hij de verkeerde informatie van Hennis aan de Kamer niet corrigeerde toen hij daarvoor de kans had.

Correctie (12 november 2019): In een eerdere versie van de tijdlijn stond dat de Tweede Kamer op 4 februari 2017 hoorde over twee onderzoeken. Dit was 4 februari 2016 en is aangepast.

De luchtaanval

Hawija na het bombardement van juni 2015. Foto AFP

3 juni 2015 Luchtaanval door Nederlandse F-16 op bommenfabriek van IS. Daarbij werden zeventig burgers gedood. Nederlandse hoge officieren zien op basis van filmpjes van de F-16-camera en van verslagen dat er waarschijnlijk veel burgers zijn gedood.

5 juni 2015 Op een persconferentie van het Pentagon meldt commandant Hesterman dat er waarschijnlijk burgerslachtoffers zijn gevallen. Hij noemt geen land. De aanval is van „de coalitie”.

9 juni 2015 Minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD) wordt gebrieft over de aanval. Een Amerikaans rapport stelt dat het „geloofwaardig” is dat bij de Nederlandse aanval burgerslachtoffers zijn gevallen. Hennis laat de informatie delen met de interdepartementale Stuurgroep Missies en Operaties. Daarin zijn Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken vertegenwoordigd.

Mogelijke burgerslachtoffers

Toenmalig minister van Defensie Hennis-Plasschaert. FotoANP

6 februari 2016 De Tweede Kamer hoort per brief van minister Hennis dat twee gevallen van mogelijke burgerslachtoffers worden onderzocht door het Openbaar Ministerie. Juli 2016 blijkt dat er vier onderzoeken lopen.

November 2017 Minister Bijleveld, eind oktober aangetreden, neemt „op hoofdlijnen” kennis van het dossier Hawija. Ze hoort ook dat er sprake was van mogelijke burgerslachtoffers en van het OM-onderzoek.

13 april 2018 Bijleveld meldt op basis van het OM-onderzoek aan de Tweede Kamer dat bij een aanval op een bommenfabriek „zeer waarschijnlijk” burgerslachtoffers zijn gevallen. Diezelfde dag heeft premier Rutte kennisgenomen van de uitkomsten van het OM-onderzoek . Tegenover RTL Nieuws spreekt hij over „fouten in de intelligence”.

Kamer verkeerd geïnformeerd

Minister Ank Bijleveld en kolonel Peter Tankink. Foto ANP

18 oktober 2019 NRC en NOS publiceren het nieuws over de luchtaanval op Hawija met zeventig burgerdoden. Bijleveld zegt „nog niet” te kunnen reageren.

20 oktober 2019 In NRC staat dat Hennis de Kamer al kort na de aanval verkeerd informeerde. „Enkele weken later verklaarde toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD) in de Tweede Kamer tijdens een debat over de Nederlandse militaire inzet boven Irak dat er nog geen sprake was geweest van burgerslachtoffers.”

1 november 2019 Bij het voorbereiden van de brief over de aanval ontdekt Bijleveld naar eigen zeggen dat Hennis in 2015 foutieve informatie aan de Kamer verstrekte.

4 november 2019 Bijleveld bevestigt voor het eerst publiekelijk dat op 3 juni 2015 zeventig doden vielen in Hawija. Ook noemt ze een tweede geval: in september 2015 kwamen vier burgers om in Mosul. Verder meldt ze dat Hennis de Kamer in juni 2015 twee keer verkeerd heeft ingelicht. Hennis zei dat Nederland geen burgerslachtoffers had gemaakt.

5 november 2019 Parlementair debat over de brief. Bijleveld overvalt de Kamer met de mededeling dat ze pas op vrijdag 1 november wist van het foutief informeren door Hennis in 2015. Ook het informeren van andere ministeries over de luchtaanval, roept vragen op.

6 en 7 november 2019 GroenLinks, SP en andere partijen stellen vragen aan Rutte en Bijleveld over wie wat wanneer wist.