‘Ons onderwijs top? Nou, zo top is het niet meer’

Lerarenstaking Ruim 4.000 scholen bleven woensdag dicht. Leraren staakten voor een lagere werkdruk en een hoger salaris. „De emotie is losgebarsten.”

Stakende leraren in Den Haag, op 6 november.
Stakende leraren in Den Haag, op 6 november. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Op het marktplein in Arnhem, pal voor het provinciehuis, staan honderden leraren van basis- en middelbare scholen in een waterige herfstzon. Hier stonden op 14 oktober nog rijen trekkers: 500 boeren protesteerden toen tegen het stikstofbeleid. Het gaat er vandaag een stuk vriendelijker aan toe. „Leg je hand op de schouder van je collega naast je en zeg: wat fijn dat jij er bent”, klinkt het vanaf het podium. De leraren doen netjes wat er wordt gevraagd. Maar als even later bestuurder Hans de Jong van vakbond CNV het woord neemt, klinkt boe-geroep uit de menigte.

Lees ook Waarom leraren niet blij zijn met 460 miljoen

Fedde Lok (33) is een van de boe-roepende leraren. Hij geeft Nederlands aan het stedelijk gymnasium in Utrecht en is „echt boos” op de vakbond. Die had nooit een akkoord mogen sluiten, zoals afgelopen vrijdag gebeurde, zonder de achterban te raadplegen. Lok: „Chips, dacht ik, dit is de bureaucratie die blijkbaar nodig is. Ik had er echt een kater van.”

De onrust die daarna ontstond – niet staken, wel staken – heeft wél gezorgd voor een hogere actiebereidheid dan bij de lerarenstaking in maart, denkt CNV-bestuurder De Jong: „Er doen vandaag meer scholen mee dan bij de staking in maart. De emotie is losgebarsten. Dat is te voelen.”

Ruim 4.000 scholen bleven vandaag dicht, maar de stakende leraren demonstreerden dit keer niet op één plek. Op verschillende plaatsen en manieren gingen ze de straat op. In Amsterdam demonstreerden volgens onderwijsbond AOb tienduizend leraren op de Dam, in Den Haag verzamelden honderden stakers zich rond het Binnenhof en zat de publieke tribune van de Tweede Kamer, waar werd gedebatteerd over de onderwijsbegroting, bomvol.

Taart brengen naar de zorg

Op andere plaatsen werd vooral liefdevol actie gevoerd. Een middelbare school in Den Haag riep het personeel per e-mail op om taart te brengen naar zorginstellingen „om op zo’n dag iets nuttigs te doen voor de samenleving […] en omdat er sectoren zijn die nog meer werkdruk en lagere salarissen hebben”.

De meeste leraren die vandaag in Arnhem op het plein staan, noemen zichzelf geen klassieke stakers. „We willen eigenlijk gewoon lesgeven”, zegt Monique Kers, die met zoon Grover (4) op haar schouders en een kleurig actiebord in haar hand in de menigte staat.

Lees ook Het lerarentekort lijkt resistent tegen welk beleid dan ook

Kers is onderwijsassistent op De Berg, een school voor speciaal onderwijs in Nijmegen, en is „verdrietig” over de „uitholling” van haar vak. „Ik werk 12,5 jaar in het speciaal onderwijs en ik hou 1.600 euro per maand over voor 32 uur werken”, zegt ze. „Dat is nog tot daaraan toe, maar tegelijkertijd is de werkdruk zo gigantisch dat de kwaliteit eronder lijdt. Dat zie ik elke dag gebeuren. We roepen dat ons onderwijs top is. Nou, zo top is het niet meer.”

Kers doet haar werk „met ontzettend veel liefde”, maar kijkt nu om zich heen naar een andere baan. „Ik ben elke dag doodmoe als ik thuiskom. Het plafond is bereikt.”

Zoon Grover: „Ik ga bij mama werken later, om te helpen.”

Kers: „Terwijl je eigenlijk bij de politie wilde.”