Minister Bijleveld overleeft debat, ondanks zware kritiek

Bombardement Hawija Excuses minister Bijleveld voor de burgerdoden in Irak leken niet genoeg, maar ze hoeft niet weg.

Orde op zaken. De bezem erdoor. Dat moest minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) de Tweede Kamer beloven in een debat over de burgerslachtoffers die vielen in de Iraakse stad Hawija, door toedoen van een Nederlandse bom.

Want: wist haar ministerie niet veel eerder dat de Kamer in juni 2015 verkeerd is geïnformeerd?

Zo werd het een netelig debat voor Bijleveld. Na middernacht werd duidelijk dat er onvoldoende steun was voor een motie van wantrouwen, die „met een bezwaard hart” werd ingediend door GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks. Bijna de voltallige oppositie zei het vertrouwen in de minister op – op de SGP en Wybren van Haga na. Ook de coalitiepartijen waren kritisch. D66-er Salima Belhaj sprak over het „gigantische gepruts” op het ministerie „dat denkt met halve informatie weg te komen”. VVD-er André Bosman wilde weten welk ministerie op de hoogte was. Ook andere partijen drongen daar op aan. „Wie precies op de hoogte is, is de vraag, ” antwoordde de minister

Het debat werd gevoerd na een brief van de minister, waarin zij voor het eerst openheid gaf over de zeventig doden, onder wie tientallen burgers en zeker honderd gewonden die vielen bij een aanval op een IS-bommenfabriek op 3 juni 2015. Dat maakte zij bekend ruim twee weken na publicaties van NRC en NOS half oktober. Op dinsdagmiddag besloot de Tweede Kamer om nog diezelfde avond een debat te voeren over de zaak.

Oprechte excuses

Dat Bijleveld direct haar „oprechte excuses” aanbood, werd gewaardeerd, maar haalde de politieke angel niet uit het debat. De minister poogde daarna de aandacht vooral te leggen op de onjuiste informatie die haar voorganger aan de Kamer had verstrekt: op 9 juni 2015 is toenmalig minister Jeanine Hennis (VVD) geïnformeerd dat er zeer waarschijnlijk burgerdoden waren gevallen. Aan de Kamer schreef Hennis twee weken later dat Nederland niet was betrokken bij het bewuste bombardement .

„Dat was natuurlijk een flagrante leugen”, zei GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks. De irritatie van de Kamer richtte zich steeds meer op het ministerie. Wist er dan niemand in de ambtelijke top dat Hennis in 2015 verkeerde informatie had verstrekt? Een „brisante bom”, noemde PVV’er Raymond de Roon dat.

Het onjuist informeren van de Tweede Kamer kan reden zijn voor een bewindspersoon om af te treden – ook als het een voorganger betreft. Dat heeft te maken met de informatieplicht van leden van het kabinet aan de Kamer. De vraag die Bijleveld daarom overtuigend moest zien te beantwoorden is of zij werkelijk pas zo laat wist dat de Kamer verkeerd geïnformeerd werd in 2015. Dat defensie bekendstaat als een gesloten bolwerk, helpt daarbij niet. Geheimhouden is het devies bij het ministerie, dat ook veelvuldig werkt met staatsgeheime operaties. De veiligheid van de militairen, van internationale partners en van Nederland zelf staan daarbij op het spel. Bijleveld probeerde de Kamer tegemoet te komen en zei dat het wat haar betreft ook te lang heeft geduurd voordat de informatie boven water kwam.

Het is de houding die Bijleveld kenmerkt: als minister kiest ze de zonzijde. Ze is van de grote lijnen, die ze vrolijk en optimistisch aan de Tweede Kamer presenteert. De moeilijke dossiers bij Defensie – personeel, materieel, ziektes door toedoen van het gebruik van giftige stoffen zoals chroom-6 – vallen onder staatssecretaris Barbara Visser (VVD) . Bijleveld had tot nu toe niets moeilijks te verdedigen.

Dat is nu anders – en ook hier houdt ze vast aan haar optimisme. Dat de minister nog glimlacht nu het om burgerdoden gaat, kwam haar op kritiek te staan, maar echt in de problemen bracht het haar niet. Er is in ieder geval één vraag die blijft hangen. De „politieke antenne” op het departement. Bijleveld: „Dat moet beter. Daar moeten we met zijn allen aan werken.”