In 2016 studeerde jurist Roel Maalderink (1991, Utrecht) af met een 9 voor zijn scriptie over online shaming.

Foto Roger Cremers

Roel Maalderink: ‘Het wordt sterker als de inconsequentie schuurt’

Interview In zijn satirische rubriek Voxpop neemt Roel Maalderink de mening van de straat op de hak. „Mensen zullen ook wel eens denken: had ik maar wat langer nagedacht.”

Het ligt, kennelijk, gevoelig. Een item maken over de kloof tussen provincie en Randstad en dan in het Twentse Almelo vragen of ze daar, „in de Achterhoek”, last hebben van verzakte huizen door aardbevingen. Of met een uitgestreken interviewershoofd de vraag aan een voorbijganger stellen of media meer aandacht moeten hebben voor „regionale thema’s die hier spelen zoals de stikstofcrisis, natuurbehoud en inteelt”.

De videorubriek Voxpop van Roel Maalderink, uitgezonden via AD.nl en op zijn eigen YouTube-kanaal, leunt op ironie. Vaak is het ook een persiflage op de journalistiek. Maar niet iedereen, op Twitter althans, kon erom lachen. Zijn eerste soort van bedreiging is binnen na het Almelo-item: iemand belooft hem een paar tikken op zijn neus als hij weer eens komt met zulke vragen.

Televisietalent Maalderink (1991) heeft zijn roeping gevonden: het subtiel of minder subtiel spelen met breuklijnen in de samenleving. „Mensen een spiegel voorhouden”, zegt hij op gespeeld plechtige toon, want zo ernstig is het hem nou ook weer niet. „Alles is secundair aan het vermaak.” In Voxpop hanteert hij het platte genre van het straatinterview met de willekeurige voorbijganger. Dat is „natuurlijk het corvee in de journalistiek”, zegt hij in een café in Amsterdam-Oost. „Iemand zegt dit, iemand zegt dat. De journalistieke waarde is vrijwel nul. Ik vind het leuk om neutrale vragen te stellen, stoïcijns te doen. Bijvoorbeeld aan hele stoere mannen vragen: hoe mannelijk bent u? ‘Heel erg.’ Hoezo dan? ‘Ja, gewoon.’ Wat doet u dan voor mannelijke dingen? ‘Nou, sporten.’ Ik kan daar heel erg in mee gaan en zeggen: ja, u bent wel breed. Juist leuk is: hoe neutraler ik ben, en hoe neutraler de vragen, hoe meer het bij de ander komt te liggen. En hoe ongemakkelijker het misschien ook wordt.”

Door conceptueel te spelen met een actueel thema wordt de voxpop toch verheven naar iets dat – soms – iets laat zien over Nederland. Onlangs vatte hij het gespleten sentiment toen hij mensen vroeg naar het boerenprotest, om direct daarna door te vragen over klimaatactivisten. Wat zou de politie moeten doen met die boeren? „Gewoon hun gang laten gaan”, zegt iemand. Wat zou de politie moeten doen met die klimaatdemonstranten. „Ik denk dat ze die zo langzamerhand moeten gaan afvoeren”, zegt dezelfde man.

Maalderink: „Mensen vroegen later: is dit nep? Waar vind je die? Maar zo dénken mensen. Kijk gewoon op Twitter, ga eens naar de verjaardag van je oom. Het is eigenlijk betuttelend om te denken dat ik daar manipulatie voor nodig heb. Dan veronderstel je dat die mensen niet kunnen nadenken, dat die mening niet echt hun mening is. Ga eens naar een winkelcentrum in het land. Het gros denkt: boeren zijn top, klimaatactivisten zijn werkloos tuig.”

De logische vervolgvraag – ‘is dat wel consequent?’ – liet je achterwege?

„Er is een dunne lijn tussen heel uitleggerig zijn, of het voor zichzelf laten spreken. Dat is de afweging. Vaak wordt het sterker als de inconsequentie schuurt. Je verliest dat effect als je gaat vragen: ‘Ja, maar is dat niet…’ Dan krijg je een betoog – ‘Nou, die worden betaald, en die niet’, dan moet je dat factchecken, en voor je het weet heb je het ook over boeren die subsidie krijgen. Krijg je zo’n discussie. Ik noem het ook expliciet geen journalistiek. Het is satire.”

Hij leidt mensen in zijn valletje, als figuranten in zijn opzetje. Van wat hijzelf doet erkent hij dat het vilein is. Het is hem opgevallen hoe „lief en geïnteresseerd” de meeste mensen zijn. „Ik voel wel een verantwoordelijkheid om zo respectvol mogelijk te monteren. Als mensen doorlopen, be my guest, loop lekker door. Of halverwege geen zin meer hebben of zeggen dat ze niet willen dat het uitgezonden wordt, dan gebruik ik het niet. Mensen met kinderen, of tieners voor zover ik dat kan inschatten, spreek ik niet aan.”

Maalderink is aan de Universiteit van Amsterdam afgestudeerd als mediajurist, zijn scriptie ging over online shaming. Hij won een internetscriptieprijs, liep stage bij Jens van den Brink van advocatenkantoor Kennedy Van der Laan. Maar een carrière als tv-maker, presentator van de AD Ochtendshow en zijn satirische werk trok hem meer dan een loopbaan in, bijvoorbeeld, de advocatuur.

Zet jij eigenlijk mensen voor lul?

„Tja, daar is ie weer: een spiegel voorhouden he. Je wil iets laten zien, mensen vermaken. Samen met die mensen op straat, je weet nooit precies wat er gaat gebeuren. Maar het zijn altijd uitspraken die ze echt gedaan hebben. Met dat boerenprotest: ja, eerst stel ik de vraag over boeren, halve minuut later over klimaatactivisten. En dat monteer ik naast elkaar. Je kan natuurlijk geen item maken waarin niet gemonteerd is, maar wat ze zeggen is echt gezegd. En dan zullen mensen zich ook wel eens terug zien en denken: shit, had ik maar wat langer nagedacht. Je kunt nooit iedereen tevreden houden.”

Je mikt natuurlijk vooral op mensen die meegaan in je opzetje – niet op mensen die doortrapter zijn.

„Ik vind het wel belangrijk om daarin een soort variatie te maken. Dus ook naar de Miljonair Fair [om te vragen hoeveel kinderen in Nederland in armoede leven]. Niet alleen naar het winkelcentrum in Almere, ook de elite van Nederland.”

Zo toog hij in de week na de liquidatie van advocaat Derk Wiersum naar de Amsterdamse Zuid-As, om mensen over cokegebruik op de ‘Snuif-As’ te bevragen. „Echt, ik denk wel negentig mensen liepen door. Dan zeggen mensen: had je echt gedacht dat mensen antwoorden: ja, ik zit elke vrijdagmiddag aan de coke. Nee, maar het gaat er meer om: die vraag stellen, kijken hoe mensen überhaupt reageren. Het was de olifant in de kamer: een advocaat is doodgeschoten terwijl op de Zuid-as de grootgebruikers zitten. Het ligt zo voor de hand om te doen dat het me verbaasde dat het niet al gedaan was. En natuurlijk zeggen mensen: ik gebruik niet. Of: ‘niet bij ons op de firm’. Nou dat mag je dan als kijker zelf beoordelen.”