Demonstraties en betogingen

Ewoud Sanders

Woordhoek

We leven in een tijd van demonstraties en massabetogingen. En van massadigitalisering. Dat is een fijne combinatie voor wie geïnteresseerd is in woordgeschiedenis. Bijkomend goed nieuws: je hoeft op dit vakgebied geen specialist te zijn om er een nuttige bijdrage aan te kunnen leveren.

Neem het woord demonstratie, dat momenteel vaker in de krant staat dan in járen. Op de site etymologiebank kun je nalezen waar het vandaan komt en sinds wanneer we het in het Nederlands kennen. In de betekenissen ‘bewijs’, ‘betoog’ en ‘openbare bekendmaking’ namen we het in de zestiende eeuw over uit het Frans. Maar het werd ook gebruikt in het Engels en uit die taal leenden we het volgens deze databank halverwege de negentiende eeuw in de betekenis ‘betoging’. Vroegste vindplaats, volgens etymologiebank: 1867.

Die databank is echter werk in uitvoering; veel lemma’s zijn jaren geleden voor het laatst bijgewerkt en sindsdien zijn er door massadigitalisering tientallen miljoenen pagina’s met teksten bijgekomen die je op woordniveau kunt doorzoeken. Vooral in Delpher, een gratis databank met ruim honderd miljoen pagina’s uit voornamelijk Nederlandstalige kranten, tijdschriften en boeken.

Wie denkt dat demonstraties een uitvinding zijn van de twintigste eeuw, ziet hier al snel dat dit niet het geval is. Je ziet er ook meteen dat de geschiedenis van dit woord iets ingewikkelder is. Demonstratie had nog een andere betekenis die inmiddels is verouderd, namelijk ‘militair machtsvertoon om de vijand te misleiden of te imponeren’. In de eerste helft van de negentiende eeuw schrijven dagbladen vaak over zulke demonstraties: spierballentaal van troepen of schepen voor havens, forten en steden van andere naties.

Maar dan maakt de Opregte Haarlemsche Courant van 1840 melding van een demonstratie in Parijs waarbij boze werklieden drie politieagenten zwaar mishandelen. Er worden zoveel „onruststokers” opgepakt dat de politie „ligtekooijen en anderen” moet vrijlaten om ze gevangen te kunnen zetten. De krant heeft het over „woelingen” en „zogenaamde demonstratien”.

Hiermee vervroegen we de huidige oudste vindplaats voor demonstratie in de betekenis ‘betoging’ dus met ruim een kwart eeuw. Bovendien lijkt dit een aanwijzing dat demonstratie ook in deze betekenis uit het Frans is geleend, in plaats van uit het Engels. Latere berichten wijzen in dezelfde richting.

Dit doet niets af aan de grote kwaliteit van de etymologiebank. Maar zolang de massadigitalisering van Nederlandstalige bronnen doorgaat, zal dit een werk in uitvoering blijven, een werk waaraan ook belangstellende leken een nuttige bijdrage kunnen leveren.

Dat geldt eveneens voor de geschiedenis van het woord betoging, dat volgens de huidige inzichten in het Belgisch-Nederlands is ontstaan als purisme voor demonstratie (het werd als een Frans leenwoord beschouwd). In het Belgisch-Nederlands is betoging in 1861 gevonden, bij ons rond 1900 – althans dat is momenteel de vroegste vindplaats. Maar een Nederlandse krant maakte al in 1877 melding van „oproerige betogingen van werkstakers”; overigens ging het om Belgische mijnwerkers.

Het woord massademonstratie kennen we sinds 1900 en massabetoging sinds 1915, maar het verschijnsel is stellig ouder. In de Oudheid resulteerden hogere graanprijzen soms tot volksopstanden en vele politieke omwentelingen zijn ermee begonnen. Maar bij mijn weten waren er wereldwijd niet eerder zoveel massale demonstraties tegelijkertijd.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders