Opinie

De aanklacht van Scorsese

Frits Abrahams

Buitengewoon interessant, die aanval van gelauwerd filmregisseur Martin Scorsese op de hedendaagse speelfilmindustrie. Scorsese vindt dat er te veel rommel wordt gemaakt, spektakelfilms die louter op commercieel gewin zijn gericht.

Het zit Scorsese kennelijk erg dwars. Hij begon er onlangs over tegen de pers op het New York Film Festival, zoals Dana Linssen in NRC berichtte, en hij zette zijn aanval deze week voort in een opiniestuk voor The New York Times.

Het gaat Scorsese om de Marvel-films, genoemd naar de studio waar ze in serie gemaakt worden: films, vaak over superhelden, als The Avengers en Black Panther.

Scorsese onderkent wel de technische kwaliteiten van zulke films, maar hij vindt ze inhoudelijk waardeloos. „Er is geen nieuw inzicht, mysterie of echt emotioneel gevaar. Er staat niets op het spel. De films worden gemaakt om een bepaald patroon van verlangens te bevredigen en ze zijn ontworpen als variaties op een beperkt aantal thema’s.” Zulke films, aldus Scorsese, worden pas gemaakt en uitgebracht na uitvoerig marktonderzoek.

Scorsese haalt Alfred Hitchcock erbij. Bij Hitchcock ging het immers niet alleen om de spanning, maar ook om de pijnlijk emotionele interactie tussen de personages. Dat mist Scorsese bij de blockbusters. Hij kreeg bijval van collega’s als Francis Ford Coppola en Ken Loach. Is het cultuurpessimistisch gezeur van oude mannen?

Voor mij een moeilijk te beantwoorden vraag, om de eenvoudige reden dat ik nooit een van die Marvel-films heb gezien. Af en toe zie ik in de bioscoop een trailer van zo’n film. Meteen weet ik instinctief: daar hoef ik niet heen; voor mij is dat zelfs het enige nut van die trailers. Ik heb naderhand uit recensies of andere reacties nooit het gevoel gekregen dat ik een meesterwerk had gemist – dus ik begrijp wel ongeveer wat Scorsese bedoelt.

Let wel: Scorsese beweert niet dat er tegenwoordig geen goede films meer worden gemaakt. Hij noemt zelfs een aantal collega’s die dat volgens hem wel degelijk doen: Paul Thomas Anderson, Claire Denis, Spike Lee, Ari Aster, Kathryn Bigelow, Wes Anderson. Maar hij vindt wel dat goede filmmakers gemarginaliseerd dreigen te worden, omdat er steeds minder onafhankelijke filmtheaters overblijven en er daardoor minder plaats is voor hun werk.

De filmwereld is de laatste twintig jaar ingrijpend veranderd, constateert hij, vroeger was er in het studiosysteem van Hollywood een vruchtbare spanning tussen de kunstenaars en de zakenmensen, nu is er de dominantie van de zakenwereld. En ja, hij heeft inmiddels zelf ook een speelfilm voor Netflix gemaakt, maar dat kwam doordat hij alleen op die manier zijn film gefinancierd kon krijgen. Voor beginnende filmmakers, zo sluit hij af, is de situatie ‘grimmig’ en ‘ongastvrij’.

En voor filmliefhebbers als ik? Ik zie nog steeds met enige regelmaat goede speelfilms, maar het zijn er wel wat minder geworden. Ik zie vooral minder meesterwerkjes van nog jonge Amerikaanse regisseurs, films als destijds About Schmidt van Alexander Payne (die nu ook voor Netflix gaat werken!) en Happiness van Todd Solondz. Om nog maar te zwijgen van het unieke oeuvre van een eigenzinnige filmer als John Cassavetes.

Genoeg reden dus om de aanklacht van Scorsese serieus te nemen.