Opinie

D66-voorstel is paradoxaal godsgeschenk voor boeren

Klimaat Met een warme sanering van de landbouw is de stikstofuitstoot drastisch te beteugelen, schrijft . Boeren kunnen er baat bij hebben.
Opkomende bollenvelden in Lisse.
Opkomende bollenvelden in Lisse. Sem van der Wal

Volstrekt begrijpelijk dat de boeren boos werden toen Tweede Kamerlid Tjeerd de Groot (D66) voorstelde de veestapel te halveren. Boeren hebben hun stikstofuitstoot al behoorlijk verminderd. Bovendien lijken zij als enigen te moeten inleveren; grote bedrijven als Shell en Schiphol blijven vooralsnog buiten schot. En waar blijft de rekening voor de consument, in de vorm van een suv- of vliegtaks en een permanente vermindering van de maximumsnelheid?

Toch moeten de boeren het D66-voorstel als een godsgeschenk beschouwen. Maar wel in combinatie met een nieuw plan-Mansholt, de naoorlogse modernisering van de landbouw; het oude motto ‘Nooit meer honger’ moet dan vervangen worden door ‘Samen met de natuur (en de burger)’.

Vooral melkveehouders en varkensboeren worden de afgelopen twee jaar geplaagd door dalende afzetprijzen en stijgende veevoerprijzen, mede vanwege de droogte. Deze boeren worden dus dubbel gepakt door de klimaatcrisis: door de droogte, en door de stikstofmaatregelen. Inmiddels heeft meer dan de helft van de veeboeren een inkomen onder de 25.000 euro.

Dat gaat voorlopig echt niet anders worden, want veeboeren zitten economisch helemaal klem. Hun verdienmodel is meer-van-hetzelfde. Vandaar hun boosheid toen provinciale bestuurders hun groeiruimte wilden afpakken; hoe moeten ze nu hun investeringen terugverdienen, en de bank terugbetalen? Akkerbouwers en tuinders kunnen tenminste nog overschakelen op andere gewassen als sommige prijzen beginnen te dalen. Die optie hebben veeboeren niet.

Gebed zonder end

Een drastische reductie van de veestapel is de enige oplossing, voor minder ammoniakuitstoot én voor hogere opbrengstprijzen. Dan zijn er slechts twee smaken: een koude of een warme sanering. De eerste betekent in de praktijk dat de ‘stoppers’ hun land en mestrechten verkopen aan de ‘blijvers’, zodat per saldo de veestapel en de stikstofuitstoot nauwelijks dalen. Een gebed zonder end waarbij een klein aantal superboeren overblijven, die door de rest van bevolking steeds vijandiger worden bejegend.

Lees ook: De trekkers gaan zó om de agenten heen

Het D66-voorstel biedt mogelijkheden voor een warme sanering. Zeker in combinatie met een ‘Ruilverkaveling Groene Stijl’. Land rondom natuurgebieden moet daarbij primair beschikbaar komen voor biologische en andere circulaire veeboeren. Maar ook voor akkerbouwers en (opengrond)tuinders die eerder stikstof opnemen, dan uitstoten. De afgelopen decennia zijn akkerbouwers juist verdrongen door melkveehouders, die steeds meer land nodig hebben voor hun groeimodel. In de periode 1981-2017 is in een typische akkerbouwprovincie als Flevoland hun aandeel gestegen van 19 naar 30 procent. Ook in Noord-Nederland heeft de akkerbouw deels plaats gemaakt voor veeteelt, door de toestroom van Randstedelijke veehouders die zijn uitgekocht voor oprukkende woningbouw, infrastructuur en bedrijfsterreinen.

Neoliberale rat race

Een geordende sanering moet tevens plaatsvinden rond woongebieden, die vooral behoefte hebben aan multifunctionele landbouwers. Naast voedselproductie verdienen zij hun geld met natuurontwikkeling en -behoud, agrotoerisme, zorglandbouw of maneges. Activiteiten die boeren goedkoper en soms zelfs beter doen dan professionals, mede omdat zij beter in staat zijn burgers bij hun werk te betrekken die niet willen of kunnen participeren in de neoliberale rat race.

Lees ook: De tractor – pressiemiddel van de boer

Afgaande op het leerlingenbestand van agrarische scholen, is er bij de jeugd voldoende belangstelling voor allerlei vormen van multifunctionele landbouw. Veel leerlingen zijn tegenwoordig niet van boerenafkomst, en hebben dus geen ouderlijke boerderij of land om hun toekomstdromen te realiseren. Bovendien is het land rond woongebieden grotendeels in handen van projectontwikkelaars die grof geld verdienen met grondspeculaties.

Zelf bewijs leveren

Nederland is te klein, natuur én landbouw te kwetsbaar om de exploitatie van onze kostbare grond over te laten aan ‘de vrije markt’. Hoogste tijd voor een speciale Rijksdienst, vergelijkbaar met Rijkswaterstaat en de vroegere Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders. Zo’n speciale Rijksdienst kan land rond woon- en natuurgebieden opkopen en beschikbaar stellen aan innovatieve agrarische ondernemers die niet over (voldoende) land beschikken om hun plannen te realiseren. De inpoldering van de Noordoostpolder laat zien hoe een redelijk onafhankelijke overheidsdienst – zonder inmenging van ministers en parlementariërs – uiterst succesvol kan zijn. Toen om de voedselproductie te verhogen, nu om agrarische diensten tot ontwikkeling te brengen die beter recht doen aan de behoeften van de huidige en toekomstige samenleving.

En waarheen met de moderne boeren die de Nederlandse landbouw in het buitenland zo beroemd hebben gemaakt? Voor hen komt er een Agrarische Hoofdstructuur, waar zij – zonder detailregels maar ook zonder subsidies – mogen bewijzen dat hun manier van produceren evenmin stikstofproblemen geeft.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.