Brieven

Brieven 6/11/2019

Risico’s in Europa

Heb begrip voor Berlijn

Wanneer haalt Berlijn zijn voet van de rem? vroeg columnist Luuk van Middelaar (1/11). De sleutel voor een antwoord ligt echter buiten Berlijn: het wegnemen van Duits wantrouwen jegens Europese partners dat de Duitse terughoudendheid veroorzaakt. Ten eerste voelen grote delen van de Duitse samenleving zich bedrogen door de ECB. Afspraken waarmee de aarzelende Duitse bevolking over de streep werd getrokken om afstand te doen van de D-Mark, zijn door de Zuid-Europese meerderheid in het ECB-bestuur uitgehold. Ten tweede schendt Frankrijk al jaren consequent de begrotings- en staatsschuldafspraken. Tegelijkertijd eist het op hoge toon van Duitsland grotere uitgaven en verhoging van het EU-budget, terwijl Duitse verzoeken (versobering landbouwbudget, europeïsering VN-veiligheidsraadzetel) op een bot veto stuiten. Italië, tenslotte, wordt als een groot bestuurlijk en financieel risico gezien, waartegen Duitsland zich zoveel mogelijk moet indekken. Als gevolg hiervan is de Duitse bereidheid om risico’s te nemen, minimaal. Als de Europese partners daadwerkelijk willen dat Duitsland in beweging komt, zullen zij eerst zelf vertrouwenwekkende maatregelen moeten nemen. Gezien de ervaringen uit het verleden betekent dit waarschijnlijk: afwachten.

Vertaling

‘To hate’ is geen haten

In een mooie ingezonden brief (Zo klinkt de vrede, 4/11) reageert Hans Kellerhuis op een column over het woord ‘haat’ van Clarice Gargard (Haat verrast niet, maar blijft overrompelend, 30/10). Wat me al jaren opvalt, is dat we in Nederland denken, dat ‘(to) hate’ een op een te vertalen is met ‘haat’ of ‘haten’. In het Engels/Amerikaanse taalgebied was en is het toch meestal iets minder sterk dan in het Nederlands; eerder ‘een vreselijke hekel hebben aan’. Maar nu ‘haten’ zo te pas en te onpas gebruikt wordt, holt de betekenis uit en kruipt het alsnog naar de Angelsaksische betekenis toe. Probleem opgelost.


oud-leraar Engels

Het Blad

Waarom vloeken?

Moet dat nu echt, vloeken op de voorpagina van ‘Het Blad bij NRC’? (Fúck, wat was ik goed, 2/11)

Een kwaliteitskrant zou toch eenvoudig zonder vloeken zijn boodschap duidelijk moeten kunnen maken?

Geen Malieveldprotest

Hoor ook de Wajongers

Het is druk op het Malieveld. Zelfs het onderwijs vraagt, overigens terecht, aandacht. De groepen in onze samenleving zonder zware machines worden nauwelijks gehoord. Ik doel op de zwaksten in onze samenleving, zoals de jongeren met een handicap, en de Wajongers, die de behandeling van de Participatiewet over zich heen zien komen en er kansloos fors op achteruit dreigen te gaan (Geen extraatjes meer voor Wajongers met een studie, 29/10). Hun bezwaren en die van de FNV namens hen tegen deze wet, worden door de coalitie amper gehoord en een fatsoenlijk antwoord uit die hoek heb ik niet vernomen. Het is diep treurig dat een versimpeling van zeer complexe bestaande wetgeving leidt tot collateral damage bij de werkende Wajongers; het is verschrikkelijk opportunistisch om deze groep in de samenleving, met veel beperkingen al vanaf hun geboorte, door inkomenkortingen tot verhoogde deelname aan het werk te dwingen. Faciliteren zou beter zijn; daar liggen de hobbels en valkuilen.

Maximumsnelheid

100=vroem

Dezer dagen hakt het kabinet knopen door over verlaging van de maximumsnelheid; 100 km per uur stuit veel automobilisten tegen de borst: moeten we het langzaamste land van Europa worden? Maar waarom moet je in een klein land, met relatief korte afstanden, 130 km per uur kunnen rijden? Mijn ervaring in Canada is: in het begin is het best lastig om te wennen aan maximaal 100 op autosnelwegen. Na een paar dagen merk je dat je daar veel ontspannener rijdt dan in Nederland. En als je van een 80 km-weg op de autosnelweg invoegt, voelt 100 als ‘vroem’!