‘Rechtshulp onder druk door plan van Dekker’

Rechtsbijstand Een advocaat komt er niet meer altijd aan te pas bij gesubsidieerde rechtshulp. Dat zou de problemen te veel ‘juridiseren’.

Advocaten bij een protest tegen plannen van minister Dekker, eerder dit jaar.
Advocaten bij een protest tegen plannen van minister Dekker, eerder dit jaar. Foto Koen van Weel/ANP

De kwaliteit van rechtsbijstand dreigt onder druk komen te staan door het plan van minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) om het stelsel van gesubsidieerde rechtshulp op de schop te nemen. Dat blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van Dekker is uitgevoerd en waarover de Tweede Kamer donderdag debatteert.

Dekker wil dat rechtsbijstand voortaan niet meer bijna vanzelfsprekend hulp van een advocaat betekent; dat zou problemen te veel ‘juridiseren’ en niet oplossen. Een ‘poortwachter’ moet daarom beslissen wie welke rechtshulp krijgt.

Verzekeraars en juridische dienstverleners moeten daarin een grotere rol spelen. In het nieuwe stelsel gaan ze concurreren bij aanbestedingen van de overheid, die de rechtshulp inkoopt en daarna verdeelt onder burgers die bijstand nodig hebben.

Maar het risico is dat zulke marktpartijen vooral op prijs met elkaar concurreren en de overheid als inkoper voor de laagste bieder gaat, blijkt uit een ‘marktverkenning’ die Dekker heeft laten uitvoeren. Daardoor kan de kwaliteit van de dienstverlening onder druk komen te staan en „komt een race to the bottom op gang”. Dekker moet daarom duidelijker maken hoe hij de kwaliteit van de rechtshulp waarborgt.

Lees ook een column van Folkert Jensma over de rechtshulp: Niet alleen de onderkant heeft rechtshulp nodig

De kwaliteit van die hulp – waar ruim zes miljoen Nederlanders op basis van hun inkomen aanspraak op kunnen maken – kan ook onder druk komen te staan als vooral grote landelijke verzekeraars met elkaar concurreren. In dat geval is „de prikkel groot” om rechtshulp „zoveel mogelijk uit te kleden”, blijkt uit het rapport.

Te grote marktmacht kan bovendien leiden tot een „uitholling” van de sociale advocatuur. Ook kunnen burgers die rechtshulp zoeken een te grote afstand voelen tot de dienstverlener, wat ten koste gaat van de laagdrempelige toegang die Dekker wil.

Zulke schaalvergroting is volgens het rapport „verleidelijk”, omdat het „onzeker” is of het nieuwe stelsel zo efficiënt gaat werken als Dekker wil. De minister wil dat het nieuwe stelsel evenveel gaat kosten als het huidige – 400 miljoen euro per jaar. Dat nieuwe systeem moet vervolgens zó efficiënt gaan werken, dat het geld opbrengt om advocaten die rechtsbijstand verlenen, beter te betalen. Zij werken nu soms de voor de helft ‘gratis’ aan rechtsbijstandszaken – de werklast is groter dan het tarief dat ze ervoor krijgen.

Advocaten in 2024 beter betaald

Dekker wil advocaten pas beter betalen als het hele stelsel in werking is, op zijn vroegst in 2024, en de gewenste opbrengsten zijn behaald. Er is 154 miljoen euro per jaar nodig om advocaten „redelijker” te betalen, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat dit bedrag uit het nieuwe stelsel gehaald kan worden, waarschuwt het rapport.

Hoewel de denkrichting van Dekker – minder juridisering van problemen – in de Tweede Kamer breed wordt gesteund, neemt het ongeduld toe. „Het plan is een rommeltje en mist onderbouwing”, zegt Kamerlid Michiel van Nispen (SP).

Coalitiepartijen steunen de plannen, maar denken ook na over extra geld. Stieneke van der Graaf (ChristenUnie) „ziet het probleem”, D66’er Maarten Groothuizen ook en noemt het „acuut”. Hij hoopt dat met extra geld het vertrouwen tussen advocatuur en ministerie om aan de plannen te werken terugkeert.

Dat vertrouwen is verdwenen; de advocaten stapten vorige maand uit een overleg met het ministerie.