Oost-Roemelië

geeft Nederlandse les aan expats. Afl. 10.

‘Ik wil mijn presentatie houden over Plovdiv.’ Kristofer liet een plaatje op de beamer verschijnen van de stad die hij had gekozen voor de spreekoefening die alle cursisten hadden voorbereid over een stad naar keuze. Ik wachtte op kazerneachtige huizenblokken in postcommunistisch Bulgarije. Waarom? Omdat ik dacht dat ik wist wat ik me bij het voormalige Oostblok moest voorstellen.

Kristofer en Osman hadden tot nu toe niets gedaan om me op andere ideeën te brengen. Ze waren breedgeschouderd en zwijgzaam.

Ik ging dus rustig achterover zitten om te luisteren, maar moest binnen een minuut mijn hoofd boven water zien te houden te midden van een stortvloed aan Griekse kolonisten, Macedonische koningen, Romeinse consuls, Thraciërs, Ottomanen en Byzantijnen. Hulpeloos holde ik achter de namen aan die de Bulgaar achteloos erudiet rondstrooide: oh ja, het Oost-Romeinse Rijk dat het langer uithield dan het West-Romeinse, ja, ik had het weer, maar het Bulgaarse Rijk? Hun samenwerking met de wereldmacht Venetië? De inlijving bij het Ottomaanse Rijk? Bij de terloopse verwijzing naar het feit dat Plovdiv ooit in de staat Oost-Roemelië was ingedeeld, gaf ik me over. Helemaal. Oost-Roemelië?

De stad op de zeven heuvels danste in tientallen foto’s voor ons langs, het Phillipoppolis amfitheater, de Dzumaya-moskee, het kasteel van de Bulgaarse tsaar Ivan Asen II. Pardon, Bulgaarse tsaar? Kristofer lichtte het toe met zijn zware bas in basaal maar correct Nederlands.

„En het monument”, onderbrak Osman hem plotseling.

Er was een moment stilte en daarna vervolgde Kristofer: „Hier is de vierde eeuwse Byzantijnse kerk van keizer Constantijn en Helena.”

„En het monument”, herhaalde Osman wat luider. Ik keek verbaasd naar de andere Bulgaar. Het klonk bijna vermanend. Bij deze tweede interruptie stopte Kristofer met praten en draaide zich langzaam om naar zijn buurman. Zacht, maar nadrukkelijk, zei hij:

„Ik ben geen communist.” De groep was stil. De twee mannen hielden elkaars blik vast. Ik wist niet waar het over ging maar in een verleden van hellenisme, christendom, islam en communisme, kon ik me voorstellen dat er wat heikele monumenten tussen zaten. Ik merkte op:

„Plovdiv is ook de culturele hoofdstad van Europa dit jaar, las ik.”

„Ja”, zei Kristofer zich tot mij wendend. En opeens brak er een glimlach door: „Dat klopt.” Die uitdrukking had ik ze net vanmorgen geleerd. Deemoedig bezag ik de balans tussen mijn inbreng en zijn niet-West-Europees georiënteerde geschiedenisles.

Dit is voorlopig de laatste aflevering van deze rubriek. Omwille van de privacy zijn herkenbare details aangepast