Opinie

Minister verzweeg burgerdoden Hawija voor politiek gewin

Bombardement Nederland strijdt in Irak om burgers te helpen. Het verzwijgen van slachtoffers onder diezelfde burgers is een schande, schrijft Chris Woods.

Kolonel-vlieger Peter Tankink bij de persconferentie maandag over de aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija in 2015. Hierbij vielen tientallen burgerdoden.
Kolonel-vlieger Peter Tankink bij de persconferentie maandag over de aanval van een Nederlandse F-16 op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija in 2015. Hierbij vielen tientallen burgerdoden. Foto Lex van Lieshout / ANP

De verwoesting in Hawija, Irak, op 3 juni 2015, was zo extreem dat overlevende Hassan Mahmoud Al-Jabouri aan persbureau Reuters vertelde dat het leek alsof het gebied was getroffen door een nucleaire bom. Het doelwit van de internationale coalitie was een bommenfabriek van Islamitische Staat, die vrachtauto- en autobommen produceerde. De munitie van het geallieerde vliegtuig bereikte haar doel: de terroristenfabriek.

Het officiële dodental onder de burgers van Hawija is het op een na hoogste van alle coalitie-incidenten in Irak sinds 2014. Desalniettemin duurde het tot afgelopen maandag voordat de internationale coalitie publiekelijk bevestigde dat er inderdaad burgerdoden zijn gevallen bij dit incident, en was al die tijd onduidelijk wie verantwoordelijk was.

De reden voor die onverzettelijkheid? Dat het Nederlandse leger en de Nederlandse regering zolang hebben geweigerd om de rol van hun F16’s bij dit incident toe te geven. Toch lag er op 15 juni 2015 al een geclassificeerd rapport op het bureau van de toenmalige minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert, waaruit volgens Defensie bleek dat „het ministerie een ‘eerste rapport’ van CENTCOM [Amerikaanse strijdkrachten in de regio] had ontvangen waarin stond dat het geloofwaardig was dat er burgerslachtoffers waren gevallen bij deze aanval waarbij Nederland betrokken was”.

Gebrek aan transparantie

Zowel het Nederlandse ministerie van Defensie als twee opeenvolgende Nederlandse regeringen hielden deze belangrijke informatie ruim vier jaar achter voor de Iraakse en de Nederlandse bevolking. Dit is een nationaal schandaal, een schokkend toonbeeld van de gebrekkige militaire en politieke transparantie in Nederland en de verantwoording voor burgerslachtoffers. Geen enkel ander land in het mondiale bondgenootschap heeft zo lang zo veel burgerdoden bij zijn acties verborgen gehouden.

Lokale en geloofwaardige rapporten over de hoge aantallen burgerslachtoffers waren onmiddellijk beschikbaar. Twee dagen na het incident liet de coalitie weten een officieel onderzoek naar het bombardement op Hawija in te stellen. Hierbij gaf de Amerikaanse luitenant-generaal Hesterman aan verslaggevers toe dat „de secundaire explosie, die werd veroorzaakt door een massale hoeveelheid springstoffen van IS, zeer groot was”.

Bij Airwars richt een medewerker zich sinds 2016 fulltime op het verbeteren van de Nederlandse militaire verantwoording. We hebben gewaarschuwd dat de wekelijkse updates van het ministerie van Defensie te weinig informatie geven. Er wordt zelfs niet gespecificeerd in welk land Nederland bombardementen uitvoert. Verzoeken van onderzoekers en journalisten tot toegang tot zelfs maar beperkte informatie, zijn afgekeurd.

Doofpot

Defensie heeft het verbergen van de feiten over Hawija gerechtvaardigd met het argument dat het toegeven van burgerdoden een gevaar voor militairen zou vormen. Dit gaat voorbij aan het feit dat andere kleinere legers, zoals Australië, zonder gevolgen slachtoffers hebben toegegeven. Dan was er nog de misleidende bewering dat aangezien het bombarderen van Hawija waarschijnlijk niet in strijd was met het internationale recht, het niet nodig zou zijn zoveel burgerdoden bekend te maken.

De meest waarschijnlijke reden dat Nederland de dood van 70 burgers in Hawija verborgen heeft gehouden, is dat het politiek gezien handig was om dit te doen.

Maar in welke wereld is het ooit gepast om massaslachtoffers die het gevolg zijn van onze eigen militaire acties te verbergen? Hoe respecteert dit de Iraakse en Syrische bevolking voor wie wij strijden? En welk recht had Defensie om de feiten voor de Nederlandse bevolking achter te houden?

Misschien zou de steun voor de oorlog tegen IS geschaad zijn als de onthulling van deze trieste gebeurtenis eerder was gebeurd. Misschien niet. Maar om burgers de in het oog springende feiten te ontkennen, doet niets dan ons allen infantiliseren. Het in de doofpot schuiven van incidenten zoals in Hawija moet voorgoed beëindigd worden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.