Recensie

Recensie Beeldende kunst

Het nieuwe MoMA bewijst dat geschiedenis te herschrijven is

MoMa Het Museum of Modern Art in New York is verbouwd, en hoe. Glijd met de roltrappen omhoog en zie hoe het museum inhoudelijk van koers is veranderd. (●●●●●)

De museumwinkel in het vernieuwde Museum of Modern Art in New York.
De museumwinkel in het vernieuwde Museum of Modern Art in New York. Foto Iwan Baan / MoMA

Het Museum of Modern Art in New York noemt zich bescheiden een van de beste musea voor moderne en hedendaagse kunst ter wereld. Maar iedereen – kunstenaars, curatoren, liefhebbers, kunstkopers – weet: feitelijk is het Museum of Modern Art nog steeds het beste museum op zijn gebied. Een kunstenaar die zijn of haar werk door het MoMA ziet aangekocht, krijgt een kwaliteitsstempel van hier tot heel erg ver. Tentoonstellingen zijn diepgravend, spraakmakend en richtinggevend voor het denken over en tentoonstellen van kunst. De aankoopcommissies zijn berucht: alleen het allerbeste van het allerbeste mag zich nestelen in de collectie van het MoMA.

Negentig jaar lang vertelde de collectie van het MoMA het min of meer lineaire verhaal van de moderne kunst, één waarbij de moderniteit begon bij Cézanne en via een keur aan avantgardes en -ismes organisch doorliep tot de (neo-)conceptuele kunst van nu. De oceaanstomer die het MoMA is, toonde alle grootheden van de kunst – meestal mannen, een enkele vrouw, blank, allemaal behept met een krachtig internationaal netwerk.

En nu is het MoMA jarig. Het negentig jaar oude museum is vier maanden gesloten geweest in verband met een verbouwing – de negende in zijn geschiedenis. De expositieruimtes zijn uitgebreid met zo’n vierduizend meter. Er zijn trappen gerenoveerd, verdiepingen verzonken en bijgebouwd, en de entree, met een immense, fonkelende glazen pui, lijkt direct verbonden met de hustle van Manhattan. Wie naar buiten kijkt, ziet de auto’s, spiegelende kantoorgevels, gehaaste voetgangers en de daklozen van de opvang een paar blokken verderop voorbij sloffen. Wie van buiten naar binnen kijkt, ziet een ruime lobby met glimlachende mensen achter balies en een hebberig makende museumwinkel.

De installatie Peace is Power (2019) van Yoko Ono in het Museum of Modern Art in New York. Foto Heidi Bohnenkamp / MoMA

Toch is deze verbouwing van het MoMA niet de reden waarom ik zeg: spoed je allemaal naar New York en ga die uitbreiding zien. Nee, de belangrijkste reden is dat het museum inhoudelijk van koers is veranderd. En niet zo’n klein beetje. Het curatorenteam van het MoMA noemt de koerswijziging het gevolg van de „21ste-eeuwse onvrede met de traditionele canon van de kunstgeschiedenis”. MoMA-directeur Glenn Lowry stelt in de nieuwe catalogus dat het nieuwe MoMA „de perceptie van het verleden opnieuw moet evalueren en veranderen”. Het nieuwe adagium is inclusiviteit ten aanzien van gender, etniciteit en geografie.

Lees ook het nieuwsbericht: MoMA ontvangt 200 miljoen dollar uit nalatenschap Rockefeller

Glijd met de roltrappen omhoog, in plaats van de lift te nemen, dan kun je genieten van spectaculaire uitzichten op de tussenverdiepingen, waar zaalvullende presentaties en performances zijn gerealiseerd. Van de zesde verdieping – waar twaalf grote, hedendaagse installaties te zien zijn – daal je af naar de verdiepingen waar per tijdvak schilderkunst, fotografie, experimentele filmkunst, collages en sculpturen worden gemengd en waar – ook dat is nieuw – elke achttien maanden een totaal nieuwe presentatie te zien zal zijn.

De publiekslievelingen

De verdiepingen waar je de nieuwe koers van het MoMA het duidelijkst, meest verrassend en het meest ontroerend te zien krijgt, zijn de vierde en vijfde. De vijfde is het domein van de publiekslievelingen: de Sterrenhemel van Van Gogh, de abstracte beelden van Brancusi (die for the time being een hele zaal krijgt), De Waterlelies van Monet, Malevitsj en: Picasso. In de zaal waar Picasso’s Les Demoiselles d’Avignon uit 1907 hangt, gebeurt een klein wonder. Het schilderij, dat gezien wordt als het eerste kubistische doek, is omringd door de prachtige, totemistische, heimweefiguren van Louise Bourgeois (Quarantania – 1947-1953) en het reusachtige, apocalyptische doek dat de Afro-Amerikaanse Faith Ringgold in 1967 schilderde naar aanleiding van de rassenrellen in Harlem. Ringgold gebruikte Picasso’s Guernica als inspiratiebron voor dit in staccato vormen geschilderde tableau van over en door elkaar vallende gewonde, blanke en zwarte mensen. Bourgeois liet zich door Picasso’s voorliefde voor Afrikaanse kunst inspireren in haar met wit en zacht blauw beschilderde totems.

De Waterlelies van Monet. Foto MoMA

Kijk je naar het tekstbordje bij Ringgolds American People Series #20 (1967), dan zie je daar in kleine lettertjes iets belangrijks staan: aankoop 2016. Hoe verder je vordert in de nieuwe opstelling van het MoMA, hoe vaker je zo’n bordje tegenkomt. Werk blijkt, anders dan de werken uit de canon, niet direct na vervaardiging aangekocht, maar eigenlijk pas heel recent, in de laatste tien jaar. Bij het zwart gepatineerde, bronzen beeld van dubbeltalent Barbara Chase-Riboud (The Albino, uit 1972): aankoop 2017. Bij het met olieverf en potlood op hout geschilderde portret door William H. Johnson van drie, als volwassenen er zo oud uitziende kinderen uit 1941: sinds 2016 in de collectie. Het prachtige, gedrongen portret dat Alice Neel in 1953 schilderde van Georgie Arce in Spaans Harlem: sinds 2017 in het MoMA.

Zo zijn er overstelpend veel voorbeelden, uit alle windstreken en tal van achtergronden. De ritmische, abstract-geometrische panelen uit 1955 van de Braziliaanse Lygia Pape – sinds 2008 in de collectie. Het driedimensionale ‘gedicht’ in hout dat de relatief onbekende, Libanese kunstenaar Salouan Raouda Choucair tussen 1963 en 1965 maakte: in 2018 aangekocht en nu verrassende blikvanger naast de bekende Ellsworth Kelly en Yves Klein. Het assemblage Broken Dance. Ethnic Heritage Series dat autodidact John Outterbridge eind zeventiger jaren van staal, hout, leer, textiel en een kist met ammunitie maakte: in 2013 in de collectie gekomen. En als kunstwerken wel al langer in de collectie zitten, dan zijn ze vaak lang niet uit het depot geweest. Onterecht, zo blijkt uit de expressionistische, verhalende Migration-serie die Jacob Lawrence in 1940-1941 maakte van de migratie van zwarte Amerikanen uit het verpauperde, racistische Zuiden, naar het geïndustrialiseerde Noorden. Hopla, nu in dertig episodes op zaal.

Al deze kunstenaars vertellen een ander verhaal dan wat het MoMA, met zijn voorkeur voor het modernisme, decennialang voorschreef. Het is een verhaal dat gaat over andere stijlen, andere levens, andere continenten, over heterogeniteit in plaats van uniformiteit. Niet alleen door middel van de aankoop van nieuw werk van hippe, jonge vrouwelijke, niet-westerse of lhbt-kunstenaars. Maar ook en vooral door de aankoop van oude, ‘vergeten’ kunstenaars, kunstenaars die al lang dood zijn en buiten de gewenste paden liepen, die niet voldeden aan het modernistische keurmerk, kunstenaars naar wie nooit werd omgekeken omdat ze niet in het plaatje pasten. Dat is hoopvol. Dat stemt tot blijdschap. De geschiedenis kán nieuw gemaakt worden, de geschiedenis kán herschreven worden, en het nieuwe MoMA is daar het bewijs van.