De uitzetting van Lili en Howick strandde in chaos

Lili en Howick De inspectie oordeelt hard over instanties die in 2018 betrokken waren bij de mislukte uitzetting van twee Armeense kinderen.

De Armeense kinderen Lili en Howick voor een zitting bij de Raad van State over hun asielprocedure, in augustus 2018.
De Armeense kinderen Lili en Howick voor een zitting bij de Raad van State over hun asielprocedure, in augustus 2018. Foto Lex van Lieshout/ANP

Twee kinderen uitzetten die al vanaf mei 2008 in Nederland wonen, is een ongemakkelijke opdracht. Zeker als de moeder van die kinderen al naar Armenië is uitgezet, waardoor de kinderen alleen in Nederland achterbleven – een unicum. Daar bovenop: als die kinderen het goed doen op school, welbespraakt zijn, zich uitspreken in onder meer het Jeugdjournaal en een brede schare supporters hebben.

‘Ik sta nu negatiever tegenover het kinderpardon

Dit was de klus die de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) in september vorig jaar moest klaren. Alle procedures om Lili (toen 12) en Howick (toen 13) in Nederland te laten blijven, waren doorlopen – en allemaal waren ze afgewezen. Volgens de regels van het Nederlandse vreemdelingenrecht konden de kinderen worden uitgezet.

De uitzetting mislukte, na een chaotisch weekend in september 2018, waarbij heel Nederland meekeek. Dat is te wijten aan onprofessioneel handelen van alle betrokken instanties.

Die harde conclusie trekt de Inspectie Justitie en Veiligheid in een dinsdag uitgebracht rapport, waarom werd verzocht door toenmalig staatssecretaris Mark Harbers (Migratie en Asiel, VVD). Hij maakte, tegen het advies van het hoofd van de DT&V in, op het allerlaatste moment gebruik van zijn discretionaire bevoegdheid en gaf de kinderen een verblijfsvergunning. Dat gebeurde nadat ze op de avond voor hun uitzetting plotseling waren verdwenen.

Een pardonregeling houdt juist een streng asielbeleid overeind

In het rapport wordt ontrafeld – voor zover mogelijk – welke instantie wat had moeten doen. En wat de instantie daadwerkelijk deed. Zo hield voogdijstichting Nidos zich bij de voorbereiding voor het uitzetten van de Armeense asielkinderen niet aan de afspraken. En stuurde de stichting bijvoorbeeld zélf twee medewerkers naar Armenië om te checken of de door DT&V adequaat gevonden opvang wel goed genoeg was. Nee, zo luidde de bevinding van Nidos.

DT&V hield „onvoldoende regie” op de uitzetting. Medewerkers van DT&V communiceerden niet goed met mensen van Nidos, vooral omdat ze elkaar niet vertrouwden.

Onduidelijkheid over verdwijning

De avond voor de uitzetting verblijven de kinderen – tegen de gemaakte afspraken in – bij hun grootouders in Wijchen om afscheid te nemen. Er staan weliswaar twee medewerkers van de vreemdelingenpolitie voor de deur, maar dit is verder bij niemand bekend. Het is een in- en uitlopen van familieleden, voogden, jeugdbeschermers en sympathisanten. Er komen auto’s aan, en er rijden auto’s weg. De moeder van de kinderen belt vanuit Armenië en schudt de hele situatie met haar emoties nog verder op.

In die nacht van 7 op 8 september, de nacht voor de uitzetting, verdwijnen de kinderen uit het huis van de grootouders. Hoe nauwkeurig de twee weken voorafgaand aan de uitzetting ook zijn nageplozen, ook in het rapport blijft onduidelijk hoe die verdwijning plaatsvond. Wel duidelijk: de chaos is compleet.

Daarna gaat het bij de politie mis, omdat er geen overzicht is, noch eenduidige aansturing. Een verklaring van een getuige die de kinderen ’s nachts ziet lopen en dat meldt bij de politie, wordt pas de volgende ochtend opgemerkt. Bij de dienstdoende agenten was niet bekend dat de kinderen weg zijn. Zo gaat het belangrijke ‘gouden uur’ na de vermissing verloren.

Niet verrassend concludeert de inspectie dat instanties zich beter aan de regels moeten gaan houden. Ook moeten ze werken aan herstel van vertrouwen en betere samenwerking. Nidos legt zich in een reactie op de website neer bij die bevindingen.

De vraag die zich opdringt na lezing van het rapport is waaróm de instanties zich niet aan de afspraken hielden. Tussen de regels is te lezen dat voogdij-instelling Nidos in de afwegingen sterker keek naar het welbevinden van de kinderen dan naar de regels.

Toch krijgt Nidos de hardste klappen. En dat is onterecht, vindt Flip Schüller, de advocaat van Lili en Howick. „Nidos keek hoe de kinderen het best konden terugkeren naar Armenië, zoals de Raad voor de Kinderbescherming had vastgesteld, om daar herenigd te worden met hun moeder. Alleen moest dat wel goed worden geregeld en DT&V deed dat niet. Dus probeerde Nidos het zo goed mogelijk zelf.”

Geen oordeel over rol politiek

En dat, stelt Schüller, die ook door de inspectie werd gehoord, staat niet in het rapport. „Van de wedstrijd laat dit rapport alleen de laatste tien minuten zien”, zegt hij. „Daardoor blijft buiten schot dat DT&V de zaken een jaar lang niet goed regelde. Nidos is die rol noodgedwongen gaan vervullen.”

Het is niet het enige dat níet in het rapport staat. Zo stelt de inspectie wel dat de staatssecretaris verantwoordelijk is, maar over de rol van de politiek in aanloop naar de mislukte uitzetting, wordt geen oordeel geveld. Mark Harbers, die verantwoordelijk was, stapte al eerder dit jaar op vanwege een andere kwestie.

Zijn opvolger Ankie Broekers-Knol (VVD) wil graag vooruitkijken. „Er was een gebrek aan communicatie tussen de verantwoordelijke instanties”, zegt ze. Was dat niet ook de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris? „Dat kan ik niet zeggen”, zegt ze. „Aan de communicatie moeten we hard werken.” Daar laat ze het bij.