De prille stappen van de radio: van morse tot spannend voetbalverslag

Radio Woensdag is het exact een eeuw geleden dat de eerste radio-uitzending plaatsvond. Toen stuurde ir. Hanso Idzerda het lied ‘Een meisje dat men nooit vergeet’ de ether in.

Hans Idzerda (1885 - 1944) verzorgde op 6 november 1919 het allereerste programma op de Nederlandse radio.
Hans Idzerda (1885 - 1944) verzorgde op 6 november 1919 het allereerste programma op de Nederlandse radio. Foto Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

‘Militaire Spielerei’. Met die woorden stuurt Gerard Philips de militairen weg die de directeur van de Eindhovense lampenfabriek benaderden met een verzoek. Het is november 1917. Een maand eerder hebben de militairen een in de Zuiderzee gezonken en door vissers gelicht Duits vliegtuig opgehaald uit Elburg en in Soesterberg de onderdelen bestudeerd. Vooral een radiolamp van Telefunken trekt hun aandacht. Met die lamp kan je morse-signalen uit de ether beter hoorbaar maken, reuzehandig voor oorlogsvliegtuigen en -boten.

Of Philips die lamp kan namaken, is de vraag. Maar Gerard Philips ziet er niets in. Een nichemarkt in oorlogstijd, meer is het in zijn ogen niet. Als blijkt dat een Philips-ingenieur in het bedrijfslab zelf zo’n lamp in elkaar heeft gezet – op verzoek van een radio-amateur – wordt hij geschorst.

In Eindhoven kan dan nog niemand vermoeden dat de lamp een onmisbaar onderdeel wordt van de radiotoestellen waaraan Philips luttele jaren later een belangrijk deel van de omzet ontleent. En de aanzet vormt tot honderd jaar radio. Vandaag is het precies een eeuw geleden dat de eerste uitzending plaatsvond.

Pyriet

Tijdens de Eerste Wereldoorlog gonst het van de activiteiten in de ether. Over en weer worden morseberichten uitgewisseld. Vanaf 1910 is het beluisteren uitgegroeid tot favoriete bezigheid van duizenden Nederlanders. Je hebt er weinig voor nodig: een stukje pyriet (een mineraal) om een koperdraad af te tasten. De meeste van deze kristalontvangers worden gemaakt van sigarendoosjes. Een batterij is niet vereist. Alle aan de koptelefoon geleverde energie wordt opgewekt door de antenne. Sommigen gebruiken een ijzeren ledikant als antenne, anderen de zinken goot van het huis.

De militairen die vergeefs bij Philips aanklopten, weten wel een andere fabriek over te halen de lamp na te maken: Metaaldraad-gloeilampenfabriek Holland te Utrecht. De lamp van ongeveer tien centimeter blijft echter militair geheim, en dus kan de fabrikant radio-amateurs die ook zo’n lamp willen niet helpen.

In het voorjaar van 1918 is een identieke lamp te ‘bewonderen’ op een Haagse tentoonstelling aan het oog onttrokken door matglas en verzegelde kasten. Al op de eerste expositie-avond wordt het ding gestolen. Door wie is nooit opgehelderd.

Vertier in de huiskamer

Feit is in elk geval dat Philips vanaf 1918 alsnog radiolampen gaat maken, naar een ontwerp van de Friese radio-enthousiast Hanso Idzerda die eerder al pogingen heeft ondernomen zo’n lamp in handen te krijgen. Hij begrijpt als geen ander de potentie ervan. Luisteren naar morsetekens is leuk, maar hij ziet vooral mogelijkheden voor muziek en spraak.

Deze ingenieur, die ook radio-onderdelen verkoopt, is niet de eerste. Amerikaanse technici zijn hem een decennium eerder voor geweest door de modulatie op een draaggolf te verbeteren. Voor zover na te gaan is het allereerste concert via de ‘draadloze’ al eens in 1910 uitgezonden. Maar de techniek is er dan niet rijp voor: de primitieve koolmicrofoons worden gloeiend heet, de kristalontvangers zijn gebrekkig. Voor demonstraties worden ontvangsttoestellen opgesteld. Belangrijker: niemand denkt nog aan een kastje om vertier en informatie in de huiskamer te brengen.

Idzerda wel. Met behulp een triode-zendlamp ontwikkelt hij een zender die hij vanaf 1919 demonstreert, zelfs aan koningin Wilhelmina. Op 6 november 1919 verzorgt hij vanuit een studio bij hem thuis in Den Haag tussen acht en elf uur het eerste officiële (reguliere) radioprogramma wereldwijd. Te horen zijn liedjes als ‘Turf in je ransel’ en ‘Een meisje dat men nooit vergeet’. Latere uitzendingen in het Engels bereiken het zuidoosten van Engeland en zijn de inspiratie voor de start van de BBC.

Radiolamp van Philips. In 1918 geleverd aan ir. Hans Idzerda, die met deze voorloper van de transistor de basis legde voor moderne radio. Foto Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Onmogelijke apparaten

De toenmalige toestellen met radiolamp en luidspreker zijn dan nog altijd onmogelijke apparaten. De luisteraar zit al gauw een hele avond te zoeken en te draaien om een zwakke brom of fluit van Scheveningen of Parijs op te vangen. En dan moet je doodstil zijn, je adem inhouden en moet vooral niemand het in zijn hoofd halen langs je heen te lopen of zijn krant om te slaan.

De eerste lampenradio’s werken ook nog niet op het lichtnet dat in steeds meer huishoudens wordt aangelegd. In plaats daarvan gebruiken amateurs batterijen. Voor muziekweergave kan de radio al helemaal niet tippen aan de grammofoon.

Radio-amateurs nemen de gebreken voor lief. Ook de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF) heeft inmiddels de markt voor radioamateurs ontdekt. Verkoopdirecteur Willem Vogt krijgt nog wel vaak te horen: „Wat kun je ermee?” Vogt, in zijn memoires: „Ik mompelde wat over het weerbericht van Vossegat en het tijdsein van de Eiffeltoren in morse, maar dat was niet voldoende om verkopers te enthousiasmeren.”

Op 21 juli 1923 begint de NSF met proefuitzendingen die een jaar later uitmonden in de oprichting van de Hilversumsche Draadlooze Omroep (HDO), de latere AVRO. Aanvankelijk met geen ander doel dan meer radiotoestellen verkopen. Als Han Hollander in 1928 voor de AVRO zijn eerste voetbalwedstrijd België-Nederland verslaat, is duidelijk welke betekenis radio kan krijgen. De techniek wordt misschien wel sneller opgepakt dan decennia later internet of de smartphone. Geholpen door de economie, in de jaren twintig op volle toeren, verkoopt Philips in 1928 al 50.000 radiotoestellen en het jaar daarop 200.000. In 1936, als het populaire programma De Bonte Dinsdagavondtrein begint, wordt het record van een miljoen toestellen bereikt. De radio is een vertrouwd meubilair in de Nederlandse huiskamer geworden.