Biomassa als brandstof mag niet in Italië

Economie & recht Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: Europees recht.

Foto Si Barber

Het Italiaanse energiebedrijf Prato Nevoso Termo Energy dacht een nuttige bijdrage aan de recycling van afvalstoffen te leveren door methaangas als brandstof voor zijn warmtekrachtcentrale te vervangen door plantaardige olie. Deze was afkomstig van ingezamelde en chemisch behandelde afgewerkte frituurolie, residuen van de raffinage van plantaardige olie en residuen van de reiniging van tanks waarin beide worden opgeslagen. Maar de provincie Cuneo weigerde toestemming omdat deze vloeibare biomassa niet voorkomt op de Italiaanse ‘lijst van toegestane brandstoffen’.

Het energiebedrijf pikte dat niet. De bestuursrechter in de regio Piemonte legde hun geschil voor aan het Europees Hof met de vraag of het verbod strookt met de Europese richtlijnen inzake afvalpreventie en hergebruik.

In zijn recente uitspraak wijst het Hof erop dat er op EU-niveau (nog) geen voorschriften zijn waaraan afgewerkte plantaardige olie moet voldoen om niet langer als afvalstof te worden bestempeld. Daarom moeten de lidstaten zelf beslissen of deze olie als brandstof mag dienen. Daarbij geldt als Europees richtsnoer dat het gebruik geen schadelijke gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid mag hebben. Zolang PNTE dat niet overtuigend kan aantonen, mag de provincie vasthouden aan de gewraakte lijst.

Uitspraak:ECLI:EU:C:2019:898