Bijleveld in het nauw, maar blijft overeind

Bombardement Hawija De excuses van minister Bijleveld voor de burgerdoden in Irak leken niet genoeg. Wel overleefde ze een motie van wantrouwen.

De vraag die minister Ank Bijleveld (CDA) dinsdag overtuigend moest beantwoorden was of zij echt pas zo laat wist dat de Kamer verkeerd geïnformeerd werd.
De vraag die minister Ank Bijleveld (CDA) dinsdag overtuigend moest beantwoorden was of zij echt pas zo laat wist dat de Kamer verkeerd geïnformeerd werd. Foto David van Dam

Orde op zaken. De bezem erdoor. Dat moet minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) de Tweede Kamer beloven in een debat over de burgerslachtoffers die vielen in de Iraakse stad Hawija, door toedoen van een Nederlandse bom. Want: wist haar ministerie niet veel eerder dat de Kamer in juni 2015 verkeerd is geïnformeerd?

Zo werd het een netelig debat voor Bijleveld, dat tot na middernacht spannend bleef. Toen werd duidelijk dat er niet voldoende steun was voor een motie van wantrouwen, die „met een bezwaard hart” werd ingediend door GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks, „omdat wij als Kamer niet accepteren dat we ontijdig, onjuist en onvolledig zijn geïnformeerd”. Bijna de voltallige oppositie zegde het vertrouwen in de minister op – op de SGP en Wybren van Haga na.

Ook de coalitiepartijen waren kritisch. Joël Voordewind van de ChristenUnie vroeg om nader onderzoek. D66-er Salima Belhaj sprak over het „gigantische gepruts” op het ministerie „dat denkt met halve informatie weg te komen”. Maar: „in dit geval dus niet.”

VVD-er André Bosman wilde weten welk ministerie op de hoogte was. Ook andere partijen drongen daar op aan: wat wist de premier bijvoorbeeld en wanneer? Maar daarop kon de minister niet antwoorden. „Wie precies op de hoogte is, is de vraag.”

Het debat werd gevoerd na een brief van de minister, waarin zij voor het eerst openheid gaf over de zeventig doden, onder wie tientallen burgers, en zeker honderd gewonden die vielen bij een aanval op een IS-bommenfabriek op 3 juni 2015. Dat maakte zij bekend ruim twee weken na publicaties van NRC en NOS half oktober. Op dinsdagmiddag besloot de Tweede Kamer om nog diezelfde avond een debat te voeren over de zaak.

Oprechte excuses

Dat Bijleveld al in het begin haar „oprechte excuses” aanbood, werd gewaardeerd, maar haalde de politieke angel niet uit het debat. De minister poogde daarna de aandacht vooral te leggen op de onjuiste informatie die haar voorganger – en dus niet zij zelf – aan de Kamer had verstrekt.

Dat werd duidelijk in de feiten die de minister voorafgaand aan het debat op een rij zette. Daaruit bleek: op 9 juni 2015 is toenmalig minister Jeanine Hennis (VVD) geïnformeerd dat er zeer waarschijnlijk burgerdoden waren gevallen. Maar aan de Kamer schreef Hennis twee weken later juist dat Nederland bij het bewuste bombardement niet was betrokken.

„Dat was natuurlijk een flagrante leugen”, zei GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks. Ook SP’er Sadet Karabulut sprak over „de leugenachtige antwoorden” van de minister, die zelf nadrukkelijk „afstand wilde nemen van het frame voorliegen”, en bij herhaling sprak over „verkeerd” of „onjuist” informeren van de Tweede Kamer.

En dat weet Bijleveld pas sinds afgelopen vrijdag, zei ze. Tijdens een laatste check naar de feiten kwam het onjuiste antwoord van minister Hennis aan het licht. Het kostte de minister zichtbaar moeite de Kamer daarvan te overtuigen. Haar handgebaren werden allengs groter, alsof die haar woorden overtuigingskracht moesten geven.

De irritatie van de Kamer richtte zich steeds meer op het ministerie. Wist er dan niemand in de ambtelijke top dat Hennis in 2015 verkeerde informatie had verstrekt? Een „brisante bom”, noemde PVV’er Raymond de Roon dat. En, vroeg Joël Voordewind van de ChristenUnie: „Als het ministerie toestaat dat er glashard wordt gelogen, wanneer gebeurde dat dan nog meer?”

Informatieplicht

Want het onjuist informeren van de Tweede Kamer kan reden zijn voor een bewindspersoon om af te treden – ook als het een voorganger betreft. Dat heeft te maken met de informatieplicht van leden van het kabinet aan de Kamer. De vraag die Bijleveld daarom overtuigend moest zien te beantwoorden is of zij werkelijk pas zo laat wist dat de Kamer verkeerd geïnformeerd werd in 2015?

Dat defensie bekendstaat als een gesloten bolwerk, helpt daarbij niet. Geheimhouden is het devies bij het ministerie, dat ook veelvuldig werkt met staatsgeheime operaties. De veiligheid van de militairen, van internationale partners en van Nederland zelf staan daarbij op het spel. Bijleveld probeerde de Kamer tegemoet te komen door te zeggen dat het wat haar betreft ook te lang heeft geduurd voordat de informatie boven water kwam.

Het is de houding die Bijleveld kenmerkt: als minister loopt ze aan de zonnige kant van de straat. Ze is van de grote lijnen, die ze vrolijk en optimistisch aan de Tweede Kamer presenteert.

De moeilijke dossiers bij defensie – personeel, materieel, ziektes door toedoen van het gebruik van giftige stoffen zoals chroom-6 – vallen onder staatssecretaris Barbara Visser (VVD) . Bijleveld had tot nu toe niets moeilijks te verdedigen.

Dat is nu anders – en ook hier houdt ze haar optimisme vast. Dat de minister ook glimlacht nu het burgerdoden betreft kwam haar op kritiek te staan, maar echt in de problemen bracht het haar niet. Er is in ieder geval één vraag die blijft hangen. De „politieke antenne” op het departement. Bijleveld: „Dat moet beter. Daar moeten we met zijn allen aan werken.”