Inspectie: instanties faalden in zaak Lili en Howick

Rapport Bij de voorgenomen uitzetting van de Armeense tieners Lili en Howick ging van alles mis, concludeert de Inspectie Justitie en Veiligheid.

Een interview met Lili en Howick op het NOS Journaal, nadat bekend werd dat zij toch in Nederland mogen blijven.
Een interview met Lili en Howick op het NOS Journaal, nadat bekend werd dat zij toch in Nederland mogen blijven. Foto Rob Engelaar / ANP

Voogdijstichting Nidos heeft zich in de voorbereiding op het uitzetten van de Armeense asielkinderen Lili (nu 13) en Howick (nu 14) niet aan de afspraken gehouden. Nidos en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), belast met het uitzetten van vreemdelingen, wantrouwden elkaar waardoor informatie niet werd doorgegeven en samenwerking werd bemoeilijkt.

DT&V had „onvoldoende regie” over de uitzetting. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit een rapport dat werd opgesteld door de Inspectie Justitie en Veiligheid.

Zo wordt de politie verweten dat ze in de uren nadat de twee tieners verdwenen geen adequate zoekactie op touw heeft gezet. Politiemedewerkers kregen „de onduidelijke opdracht een oogje in het zeil te houden bij de woning in Wijchen”.

Reconstructie

De uitzetting van de twee Armeense kinderen was vorig jaar september dagenlang groot nieuws. Lili en Howick, die al langer dan tien jaar in Nederland woonden, zouden worden uitgezet naar Armenië, waar hun moeder op dat moment woonde. Zij was eerder zónder haar kinderen uitgezet. Toen de kinderen wél uitgezet zouden worden, verdwenen ze een dag voordat ze op het vliegtuig moesten stappen. Ze doken pas weer op nadat de toenmalige staatssecretaris Harbers (Justitie en Veiligheid) had besloten dat ze toch mochten blijven. Harbers verzocht daarna om een onderzoek naar het vertrekproces, een onderzoek dat eigenlijk al in januari van dit jaar had moeten verschijnen.

Lees ook: De harde lijn over Lili en Howick werd pas héél laat vloeibaar

Uit de reconstructie van de gebeurtenissen van de twee weken voorafgaand aan het geplande vertrek, blijkt dus dat er sprake was van onderling wantrouwen en onvoldoende regie waardoor een soepele uitzetting onmogelijk werd.

Lees ook: Op Howick en Lili is het asielrecht niet berekend

Zo moest voor de uitzetting adequate opvang in Armenië geregeld zijn. DT&V vond dat die opvang goed was geregeld: de kinderen zouden bij hun moeder gaan wonen. Als zij niet in staat zou zijn de kinderen op te vangen, dan was er een alternatief voor handen. Nidos vond dat onvoldoende en stuurde een medewerker naar Armenië om de geplande opvang te bekijken. Zo’n actie valt buiten de bevoegdheid van de voogdijstichting.

Safehouse

Daarnaast waren medewerkers van Nidos de dagen voor de uitzetting belast met het toezicht op de kinderen. Zij zouden worden ondergebracht in een safehouse en onder permanent toezicht komen te staan. Ze zouden hun grootouders in Wijchen niet mogen bezoeken, omdat het risico dat de kinderen dan zouden „verdwijnen” te groot werd geacht. Nidos bracht de kinderen toch naar de grootouders om afscheid te nemen. Uit het rapport: „Daarmee was Nidos op dat moment een onbetrouwbare partij voor de DT&V [geworden].”

De Inspectie adviseert in het vervolg vertrekprocessen uit te voeren binnen de geldende regels. Dat is hier niet gebeurd.