Een paar rijke Chilenen bezitten alles

Protesten in Chili De protesten in Chili tegen de grote ongelijkheid vinden hun oorsprong in jarenlang verzet tegen privatisering van het onderwijs. Op pad met studenten Javiera en Lucas.

Student Lucas Soller Durán staat omringd door agenten in een metrostation.
Student Lucas Soller Durán staat omringd door agenten in een metrostation. Foto Tamara Merino

Slapeloze nachten heeft studente Javiera de la Barra González (24) van haar torenhoge studieschuld. Laatst toen ze weer eens lag te woelen berekende ze dat deze inmiddels al meer dan 8 miljoen pesos moet bedragen, ongeveer tienduizend euro. „En ik moet nog drie jaar studeren!”, zegt de jonge Chileense, die sluik donkerblond haar heeft en sprekende donkerbruine ogen.

Ze stopt deze ochtend een conservenblik en een houten lepel in haar rugzak om tijdens de protesten lawaai te kunnen maken. Ze kijkt rond in de huiskamer, op zoek naar de grote zwarte doek die ze steeds meeneemt, tegen het traangas van de oproerpolitie. „Chili is rijk op papier, maar het systeem is zo ongelijk. Een paar procent rijke Chilenen bezit alles. Om zorgeloos te studeren moet je hier geld hebben óf jezelf in de schulden storten”, zegt ze.

Javiera’s moeder Patricia loopt de tuin in met een sigaret. Overdag is het zonnig, maar de middagen zijn guur in Santiago de Chile, dat omringd wordt door het Andesgebergte. Dit voor Chili typische middenklassegezin met twee studerende twintigers en een nakomertje van vijf, woont achter de beveiligde hekken van een appartementencomplex in het centrum van de hoofdstad. „Omdat ik werk als secretaresse bij de universiteit waar Javiera studeert, betalen we maar de helft van haar studiekosten, omgerekend is dat nog steeds circa 200 euro per kind per maand”, zegt Patricia González.

Javiera de la Barra González
Foto Tamara Merino
Student Javiera de la Barra González met haar moeder Patricia González.

Foto Tamara Merino
Sjaal, limoen en toiletpapier: onmisbaar in geval van een traangasaanval.
Foto Tamara Merino

Protesten verbreden zich

Ver van het centrum, in de volkswijk Lo Prado, maakt ook student journalistiek Lucas Soller Durán (24) zich klaar voor een nieuwe protestdag. Hij inspecteert nog even snel zijn Instagram voor de laatste informatie. „Daar wordt het aantal doden en gewonden bijgehouden, en niet te vergeten de agressieve acties van de oproerpolitie”.

Het krappe huisje waar Lucas met zijn moeder, twee zusjes en zijn oma woont, ligt niet ver van het volledig verwoeste metrostation San Pablo dat grijs ziet van de as en waar de geur van smeulende golfplaten is blijven hangen.

Op 19 oktober werd het metrostation in brand gestoken door woedende scholieren en studenten nadat president Sebastián Piñera had aangekondigd dat de prijs van metrokaartjes met 30 pesos verhoogd zou worden. Dat was het begin van wat inmiddels ruim twee weken hevige straatprotesten zijn. Er vielen zeker twintig doden en duizenden gewonden.

De studenten begonnen het protest. Maar inmiddels gaat een dwarsdoorsnede van de Chileense samenleving de straat op, wat illustreert hoe diep de onvrede zit. Het lijkt alsof decennia opgekropte onvrede over de inrichting van de samenleving nu in één keer naar buiten barst.

Chili is rijk; het oogt voor de buitenstaander veel welvarender dan veel andere Latijns-Amerikaanse landen. Maar afgezien van de rijksten, stuiten alle Chilenen in deze samenleving op onneembare barrières. Al sinds de bloedige militaire dictatuur van generaal Pinochet (1973-1990) leven de Chilenen in een systeem van vrijwel volstrekte privatisering. Onderwijs, pensioenen, alle nutsvoorzieningen – ook water: alles is geprivatiseerd.

Lees ook deze analyse over de protesten en de Chileense economie

Speciale regeling

„Ik kan de universiteit niet betalen”, legt Lucas Soller uit. „Gelukkig krijg ik via een speciale regeling die werd ingevoerd door de linkse president Michelle Bachelet de kans om een paar jaar gratis te studeren”.

Lucas hoeft geen collegegeld te betalen. Maar verder blijkt ‘gratis’ een rekbaar begrip. „Kijk, hier leef ik van”, vervolgt hij. Hij grist een stapel creditcards uit zijn portemonnee en zwaait ermee. „Deze blauwe is speciaal om boeken te kopen en kopieën te maken voor de universiteit. De rest is voor mijn dagelijkse uitgaven. Banken geven makkelijk creditcards, maar vraag me niet hoeveel schuld ik inmiddels heb. Als ik een studiejaar niet haal, moet ik alles terugbetalen en de laatste twee jaar zijn sowieso op eigen kosten. Ik werk in een pizzeria en zet daarvoor geld opzij.”

Gemiddeld betalen studenten omgerekend tussen de 400 en 600 euro per maand aan collegegeld, terwijl een gemiddeld maandsalaris in Chili rond de 500 euro ligt en het leven er verre van goedkoop is. Aan water en elektra is Lucas’ moeder bijvoorbeeld maandelijks al 150 euro kwijt, de helft van haar salaris.

Studenten zonder rijke ouders sluiten een peperdure lening af via een speciale kredietlijn van de overheid, het zogeheten CAE (Crédito con Aval del Estado). De bank betaalt dan de volledige studie en op het moment dat je begint met werken, begint de aflossing.

Daar komt dan nog wel 50 procent extra rente aan de bank overheen. Studenten beginnen hun werkende leven zo geketend door een torenhoge schuld en zijn jaren bezig die af te lossen. Ondanks eerdere grote studentenprotesten in 2006 en 2011 is dit stelsel nooit echt aangepakt, niet door de linkse president Bachelet noch door de rechtse Piñera. Bachelet voerde alleen kleine hervormingen door.

„Onder Salvador Allende was het veel beter, toen hadden we gratis scholen”, zegt de 78-jarige oma van Lucas. Zij maakt de bloedige staatsgreep in 1973 mee toen Pinochet (met steun van de VS) de socialistische president Allende afzette. Nu lukt het haar niet te leven van alleen haar minuscule pensioentje van iets meer dan 100 euro per maand. Ze verkoopt daarom tweedehandskleding op de markt.

Student Lucas met zijn oma in de keuken thuis.
Foto Tamara Merino
Het afgebrande metrostation..
Foto Tamara Merino
Student Lucas Soller Durán
Foto Tamara Merino

Erfenis van de dictatuur

Pinochet begon indertijd met het hervormen van de Chileense economie. Hij was een fan van de Amerikaanse econoom Milton Friedman van de Chicago School, die in Chili een ideaal laboratorium zag voor zijn neoliberale ideeën en rotsvaste geloof in de vrije markt.

„Er is daardoor in Chili een systeem gecreëerd waarbij het grondbeginsel van wat onderwijs werkelijk is, namelijk een recht, volledig is losgelaten”, zegt Consuelo Manosalba Torres (29), als onderwijsonderzoeker verbonden aan de Katholieke Universiteit van Concepción. „Onderwijs is belangrijk voor een land, het vormt een natie, maar in Chili is het vooral een markt, waar banken winst op maken.” President Piñera, een miljardair, vergaarde zijn fortuin in de financiële sector, mede door Chili vanaf de jaren 80 massaal aan de creditcard te krijgen.

Als middelbare scholier deed de onderzoeker zelf volop mee aan de ‘pinguïnrevolutie’ van 2006. In zwart en wit geklede scholieren en studenten gingen toen de barricades op. „De acties van nu zijn massaler”, zegt ze. „Alle sectoren, van vrouwenorganisaties tot vakbonden en docenten, gaan dit keer de straat op.” Maar ze noemt het een nadeel dat het ontbreekt aan een duidelijke leiding bij het huidige protest.

„De demonstranten roepen dat Piñera moet aftreden en ze willen dat de grondwet wordt veranderd. Terecht, alleen dat is een proces van jaren. Er zou nu eerst een duidelijk puntenplan moeten komen met eisen.” Dit is wel het moment om door te pakken, stelt ze. Want: „Op een paar vage beloftes na en wisseling van wat ministers houdt Piñera zich vrij afzijdig”, zegt ze.

Javiera en Lucas tijdens de protesten.Foto Tamara Merino

Nieuwe linkse oppositie

Ook in 2011 waren er grote studentenprotesten waarbij honderdduizenden de straat op gingen. Met succes, want via de toen opgerichte politieke partijen Frente Amplio en Revolución Democrática belandden studentenleiders in het parlement. Een van de veranderingen die deze linkse oppositie nu wil, is verlaging van de exorbitant hoge salarissen van parlementariërs (circa 20.000 euro per maand).

„Die eis hebben we deze week opnieuw op tafel gelegd, de inkomensverschillen in Chili zijn veel te groot. Dit land groeit economisch, maar het grootste deel van de bevolking profiteert niet mee”, zegt Andrés Dibán van Revolución Democrática, bij een kop koffie tussen protesten door.

De demonstraties zijn ook dit lange, vrije weekend van Allerzielen massaal. Ze beginnen steeds vreedzaam, maar worden grilliger naarmate de middag vordert.

Studenten Lucas en Javiera – ze zijn bevriend, al studeren ze aan verschillende universiteiten – struinen aan het begin van de middag langs het Palacio de la Moneda, waar niet alleen de president zetelt, maar ook een aantal ministeries. De studenten lopen tussen de gezinnen met kinderwagens en protestvlaggen, als plotseling uit het niets een gepantserde wagen van de oproerpolitie langsrijdt die zijn waterkanonnen op de menigte leeg spuit. Er breekt paniek uit, een vader grijpt zijn kind uit de buggy en rent weg.

„Dit doen ze om hun macht te tonen, wij deden niets!”, roept Javiera woedend. De eerst zo kalme studente verandert in een furie. Als ze verderop circa vijftien zwaar bewapende ME’ers achter dranghekken ziet staan, de schilden voor zich uit, barst ze los. „Klootzakken!”, schreeuwt ze en gaat pontificaal tegen het hek staan met haar vuist omhoog. Andere demonstranten volgen haar voorbeeld, ze schreeuwen en schelden.

Nu verliezen de ME’ers hun zelfbeheersing. Ze stormen op de hekken af, trappen die omver en rennen dreigend naar de demonstranten die zich snel uit de voeten maken. „Ik ga tot het uiterste”, hijgt Javiera al rennend, waarna ze dekking zoekt achter een bushokje om niet omver gelopen te worden.

Student Javiera de la Barra González bij posters van personen die tijdens de protesten zijn overleden.
Foto Tamara Merino
Javiera en Lucas tijdens de protesten.
Foto Tamara Merino
Pan en pollepel, door veel betogers gebruikt als instrument om herrie te maken.
Foto Tamara Merino

Jeugd kampt met stress

Uiteindelijk trekt de demonstratie verder, dit keer zonder dat er slachtoffers vallen. Op de muur van de Katholieke Universiteit verderop hangen tien zwart-witportretten van tijdens de protesten gedode slachtoffers. Ze ogen jong, in de twintig. Studenten als Javiera en Lucas.

„Als je deze foto’s ziet, denk je, zo moet het ook zijn geweest tijdens de dictatuur”, zegt Lucas zacht. Javiera, nu gekalmeerd, steekt kaarsjes aan en staart naar de foto’s. „Onze strijd gaat niet alleen over onderwijs, maar over veel meer”, zegt ze. „Het gaat om hoe wij leven. Geen enkele Chileen leeft namelijk écht. We staan constant onder druk, om te presteren en geld te verdienen om alle schulden te betalen. Het maakt mij heel vaak depressief.”

Ze is de enige niet. In september kwam het ministerie van volksgezondheid nog met beleid om depressie en zelfmoord onder jongeren tegen te gaan. Zelfmoord is de tweede doodsoorzaak onder Chileense jonge mensen tussen de 18 en 29.

Bij het Plaza Italia, de scheidslijn tussen rijk en arm Santiago, staat het inmiddels bomvol mensen. Lucas ontvangt een berichtje van zijn moeder die ook onderweg is naar de protesten. Javiera glundert bij het zien van de menigte, ze pakt haar blik en lepel en begint te trommelen. „Dit is een nationale strijd. Chili zal nooit meer hetzelfde zijn.” Op een van de protestborden staat: „Studenten, bedankt dat jullie ons de ogen hebben geopend”.

Student Javiera de la Barra González tijdens een van de betogingen in Chili. Foto Tamara Merino