Vrouw in de directie? In het Engelse voetbal kan het wel

Chelsea Bij de Engelse topclub Chelsea gaat de Russisch-Canadese Marina Granovskaia (44) over de miljoenentransfers. In het Nederlands betaald voetbal zijn vrouwen nagenoeg onvindbaar in de directiekamers van de clubs.

Chelsea-directeur Marina Granovskaia op de tribune van Wembley, tijdens de finale van de FA Cup op 19 mei.
Chelsea-directeur Marina Granovskaia op de tribune van Wembley, tijdens de finale van de FA Cup op 19 mei. Foto Marc Atkins/Offside Getty Images

Namens Ajax zullen Edwin van der Sar en Marc Overmars dinsdagavond de hand schudden van misschien wel de machtigste vrouw in het Europese voetbal. Ze heet Marina Granovskaia en heeft een functie die bij topclubs zelden door een vrouw wordt vervuld.

De Russisch-Canadese (44) is technisch directeur bij Chelsea en heeft het laatste woord bij transferzaken. Zij bepaalt welke spelers er komen en wie er vertrekken, en tegen welke prijs. Miljoenendeals, in de voetbalwereld doorgaans gesloten door mannen. Vaak met een verleden op het veld, zij zouden de wetten van de sport kennen.

Granovskaia studeerde aan de Staatsuniversiteit van Moskou en trad in 1997 in dienst bij het oliebedrijf van Roman Abrahamovitsj. Ze werkte zich op tot een van zijn belangrijkste adviseurs en verhuisde in 2003 naar Londen, toen haar Russische baas Chelsea kocht. Tien jaar later trad ze toe tot de directie.

Granovskaia is de uitzondering die de regel bevestigt. Terwijl vrouwen massaal zijn gaan voetballen en in stadions op de tribunes zitten, hebben zij zelden eindverantwoordelijkheid bij een club. De Engelse Premier League telt met Karren Brady van West Ham United (‘The First Lady of Football’) en Denise Barret-Baxendale (Everton) zelfs twee algemeen directeuren. Buiten Engeland is de vrouwelijke ceo van het Spaanse Eibar het bekendste voorbeeld. Nederlandse clubs hebben geen vrouwen als eindverantwoordelijke.

„Net als bij zwarte coaches en openlijk homoseksuele voetballers blijven wij ook op dit vlak achter”, zegt hoogleraar sport en recht Marjan Olfers. Zij was van 2011 tot 2012 commissaris bij Ajax. „Onze voetbalwereld is een traditioneel mannenbolwerk met een groot Johan Derksen-gehalte. De banen worden in een uniforme kring van mensen rondgespeeld.”

Als Olfers met bestuurders spreekt, zijn dat vaak mannen van boven de 55. „Uit onderzoek blijkt dat mensen in tijden van oorlog gelijkgestemden aan hun zijde wensen. Het idee is dan dat ze aan één blik voldoende hebben om elkaar te begrijpen. Voetbal is ook zo’n spannende wereld, je bent er zo goed als je laatste wedstrijd. Bij wie komen bestuurders dan uit? Mensen die op hen lijken. Terwijl uit ander onderzoek juist blijkt dat diversiteit tot innovatie leidt. Na het schuren komt de glans.”

Dichtgetimmerde wereld

Sinds Nicole Edelenbos in de jaren negentig leidinggevende posities had bij Feyenoord, NAC en NEC kwamen profclubs niet meer uit bij een vrouwelijke algemeen directeur. „Raar, hè”, zegt Edelenbos. „Maar het verbaast me niet. Het is een masculiene en dichtgetimmerde wereld. Ik denk dat veel vrouwen geschikt zijn. Voetbal draait ook om communicatie, om inlevingsvermogen, om modernisering, eigenschappen waar vrouwen sterk in zijn.”

Haar ervaring is dat er soms helemaal niet aan een vrouw wordt gedacht. „Het is een blinde vlek. Bij de KNVB heb ik allerlei vrouwen genoemd die een geschikte voorzitter zouden kunnen zijn. Ik denk dat zij helemaal geen optie waren. Functieprofielen zijn vaak volledig geënt op een man. Net zoals ze in de medische wetenschap ook alleen maar de symptomen van een mannenlichaam kennen.”

Afgelopen seizoen keerde Edelenbos terug bij NAC, op interim-basis. Een toptijd, zegt ze, al bemerkte ze in de media dezelfde soort hoon als in de jaren negentig. „Werd ik weer weggezet als ‘dat vrouwtje’. Dat woord, kom op. Wie mij kent, weet dat ik zo niet ben. Ik trek me er niks van aan, maar ik kan me voorstellen dat andere vrouwen er geen zin in hebben om op basis van verkeerde beeldvorming te worden afgezeken.”

Toen Elsemieke Havenga in 2017 werd benoemd tot commissaris bij de KNVB, was die hoon er ook. „Ik vind het een eersteklas hockeytrut, waar we helemaal niks aan hebben”, zei Johan Derksen bij Voetbal International. „Het is gewoon trendy gelul omdat er een vrouw in moet.”

Havenga lacht erom. De oud-hockeyster, die in 1984 olympisch goud won op de Spelen van Los Angeles en later tv-presentatrice werd, had de reactie van tevoren kunnen bedenken. „De kunst is juist om je er niet aan te storen. Daarom vind ik het ook mooi wat Hélène Hendriks bij Fox Sports doet, die gaat dwars door alle sentimenten heen. Een vrouw als directeur bij Chelsea vind ik ook een grote stap.” De KNVB-toezichthouder ziet dat andere sporten verder zijn. „Bij judo, hockey, tennis, en roeien zitten al veel langer vrouwen in het bestuur. Maar dat komt ook doordat vrouwen in die sporten al veel langer zijn geaccepteerd. Nu het vrouwenvoetbal zo in opkomst is, gaan we dat hopelijk ook terug zien in de directies van clubs. Hoe eerder, hoe beter. Wat mij betreft is daar geen verplicht quotum voor nodig. Het gaat ook om je eigen persoonlijkheid, je kritisch durven opstellen.”

Slimmer zijn

Ook advocaat Ilse Melis, sinds begin 2019 commissaris bij Willem II, is tegen zo’n quotum. Ze is ook actief bij een woningcorporatie, waar wel bewust wordt gekeken naar een goede verdeling tussen mannen en vrouwen. „Ik vind dat de beste kandidaat de functie moet krijgen. Het gaat om kennis en kunde. Wel kunnen vrouwen, oneerbiedig gezegd, een beetje testosteron wegnemen in de bestuurskamer. De invloed van een vrouw kan de-escalerend werken.”

Hoogleraar Olfers: „Vrouwen zullen vaak genoeg horen dat ze een positie krijgen omdat ze vrouw zijn. Dat zal zo blijven. Als vrouw moet je slimmer zijn om serieus genomen te worden. Besturen is ook een spel. Wie speelt de bal naar wie in een club? Zijn er voorbesprekingen voor een vergadering?”

Volgens de vrouwen is er een belangrijke stap gezet met de aanstelling van financieel directeur Susan Lenderink bij Ajax. Makkelijk zal haar job niet zijn, weet Edelenbos. „Je moet als vrouw een dikke huid hebben om voetbalbestuurder te worden én het te blijven.”