Verplichte voorraad als eerste stap

Pillentekort Minister Bruins verrast de marktpartijen met een brief om het pillentekort terug de dringen. Maar wie gaat dat betalen?

Strip met anti-conceptie pillen (merk Microgynon 30 van fabrikant Bayer bv).
Strip met anti-conceptie pillen (merk Microgynon 30 van fabrikant Bayer bv). Foto Paul van Riel / HH

Zes jaar. Zo lang is door de overheid en marktpartijen intensief overlegd over het pillentekort, terwijl een oplossing uitbleef. Tot maandag, toen bekend werd dat er verplichte voorraden van vijf maanden komen die het geneesmiddelentekort met zo’n 85 procent terug zouden kunnen dringen.

Voor patiënten die wachten op hun medicijn betekent het: eindelijk actie. Dit jaar waren er al meer dan zeventienhonderd unieke producten niet leverbaar, zo blijkt uit cijfers van Mosadex, Nederlands grootste medicijngroothandel. Maar ook met deze stap blijft er veel voer voor onderhandelingen, zoals over wie de voorraden gaat betalen.

Maandag verraste minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) de marktpartijen met een brief waarin staat dat er ijzeren voorraden worden aangelegd. Met ijzeren voorraad wordt aangeduid bij welk niveau de voorraad steeds weer aangevuld moet worden. Bruins heeft een voorkeur voor minstens drie maanden voorraad bij fabrikanten, twee maanden bij de groothandel en twee tot drie weken bij apothekers.

Eigen draai

De minister geeft ermee zijn eigen draai aan een voorstel dat vorige week bij hem is ingediend door groothandels en farmaceuten. Die interne memo is in handen van KRO-NCRV Reporter Radio en NRC en stelt ook ijzeren voorraden voor. Achter de schermen wordt er namelijk al jaren over gesproken, de afgelopen maanden intensief. Dat voorraden de geneesmiddelentekorten met zo’n driekwart kunnen indammen, is lange tijd bekend. Het bleek begin vorig jaar uit een analyse van Mosadex. Alleen: voorraden zijn duur – slecht voor de concurrentiepositie – en kwamen er niet zonder onderlinge afspraken.

In de memo stellen de groothandels en fabrikanten voor om gezamenlijk voorraden aan te houden, onder een aantal voorwaarden. Zo vragen ze om extra financiering, en willen ze langer van te voren geïnformeerd worden over welke geneesmiddelen zorgverzekeraars willen. De memo is breed gedragen, met als afzenders branchevereniging BGPharma (namens de groothandels) en de VIG, Bogin en GLN, namens geneesmiddelenfabrikanten. Het plan kan gezien worden als vlucht naar voren. Een verplichting vanuit het ministerie zat er dik in, omdat een bureau in opdracht van de minister het idee van voorraden onderzocht en zou concluderen dat voorraden inderdaad enorm helpen.

Het is de vraag in hoeverre Bruins de farmaceuten en groothandels in hun wensen tegemoet komt. Een voorraad van vijf maanden kost jaarlijks rond de honderd miljoen euro, denkt Bruins. „Alles wat gaat over geld, moet ik nog nader met de partijen bespreken”, zegt de minister maandag tegen NRC en Reporter Radio. „Liefst wil ik dat marktpartijen de kosten voor hun rekening nemen, met zo’n laag mogelijke rekening voor de belastingbetaler.”

Onder farmaceuten en groothandels leeft het idee dat een te hoge rekening Nederland minder aantrekkelijk zou maken voor fabrikanten om hun zaken te doen, wat weer mogelijke nieuwe tekorten tot gevolg heeft.

Ook wordt de minister niet concreet op het punt dat zorgverzekeraars moeten gaan aangeven welke medicijnen ze zouden willen en minder moeten schommelen qua inkoop, zoals de fabrikanten willen.

Afgelopen jaren namen de problemen rond medicijntekorten een vlucht. Vorig jaar was anticonceptiepil Microgynon bijvoorbeeld drie maanden niet of nauwelijks leverbaar in apotheken. Er ontstond een handel op sociale media, zelfs op Marktplaats. Verslavingsartsen schreven een brandbrief toen belangrijke ontwenningsmiddelen niet meer beschikbaar waren. En een vrouw vertelde in NRC dat ze op de spoedeisende hulp belandde toen haar middel tegen spasmes er niet meer was.

Een belangrijke, diepliggende oorzaak voor de geneesmiddelentekorten is de hevige concurrentie. De medicijndiscussie wordt gedomineerd met voorbeelden van steeds buitensporiger medicijnprijzen, maar uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen blijkt dat de gemiddelde prijzen van geneesmiddelen in Nederland sinds 2007 ongeveer 40 procent zijn gedaald. De meest verkochte middelen zijn namelijk patentloze medicijnen, waar grote concurrentie op is en waar prijzen flink daalden. De productie van grondstoffen voor geneesmiddelen vindt tegenwoordig grotendeels in Azië plaats. Daardoor is de tijd tussen bestelling en levering vaak meer dan een half jaar. En is de markt kwetsbaar, zoals wanneer een partij medicijnen wordt afgekeurd.

Lees ook: Eerste stap richting oplossing pillentekort

Vorig jaar kwam onderzoeksbureau Berenschot tot de conclusie dat Nederland nog meer tekorten heeft dan andere Europese landen. Het onderzoek, opdracht van brancheverenigingen voor apothekers en fabrikanten, legde een link met het preferentiebeleid. Bij meerdere geneesmiddelen met dezelfde werkzame stof mag de zorgverzekeraar bepalen welke variant hij vergoedt, meestal het middel met de laagste prijs. Zorginstituut Nederland berekende in 2015 dat het preferentiebeleid (op dat moment) 720 miljoen euro had bespaard.

Onvoldoende draagvlak

In de werkgroep waar de overheid en marktpartijen zoals zorgverzekeraars sinds 2013 een oplossing zoeken voor het pillenprobleem, was er onvoldoende draagvlak voor wijzigingen in de spelregels rond het preferentiebeleid als potentiële oplossing. Een connectie tussen het preferentiebeleid en pillentekorten is altijd met klem ontkend door zorgverzekeraars. Wel kwam de werkgroep onder meer met een Meldpunt Geneesmiddelentekorten, waar verwachte tekorten werden gedeeld.

Nu er een stap is gezet richting een oplossing, blijft de patiënt nog altijd in de wachtkamer. Voorraden aanleggen begint in 2020. Geschat wordt dat het aanleggen ervan anderhalf jaar zal duren.