Rennen voor je leven na een straatinterview

Persveiligheid Tv-journalisten zijn vaak doelwit van agressie en nemen nu maatregelen: auto’s zonder logo, beveiligers en steekwerende vesten. „De sfeer op straat is veranderd.”

Illustratie Anne Caesar van Wieren

Het is woensdag 19 september, een dag na de liquidatie van Kelvin Maynard. Op de parkeerplaats waar de voormalige profvoetballer het leven liet, nabij de brandweerkazerne in Amsterdam-Zuidoost, komt een groepje mensen bijeen. Ze leggen bloemen. De gebeurtenis is dan al landelijk nieuws, en ook hier komen verslaggevers op af. Eén van hen, een camerajournalist, loopt op het groepje af. Ze groet, legt uit wie ze is en wat ze komt doen.

De sfeer is veilig genoeg om te draaien, denkt ze. Maar dan, vanuit het niets, krijgt ze een duw. En een trap. „Loop weg!”, klinkt het. Iemand begint aan haar camera te trekken. De hengsels sluiten zich om haar keel en ze krijgt geen lucht meer. „Ik dacht alleen maar: ik moet weg hier.” Ze wil er best over vertellen, maar wel op voorwaarde van anonimiteit: ze is het incident namelijk nog helemaal niet te boven en wil de mishandeling graag achter zich laten.

De groep blijft op haar inslaan totdat ze door een brandweerman wordt ontzet. In het ziekenhuis blijkt dat ze haar ribben en nek heeft gekneusd. Sindsdien zit ze thuis, al ruim een maand. „Ik durf niet meer alleen naar buiten”, zegt ze. In nachtmerries beleeft ze dit incident telkens opnieuw. Ze loopt bij een psycholoog. De dag erna zijn de gelegde bloemen te zien op de sites van AT5, NH Nieuws en Nu.nl. Wat haar is overkomen, wordt nergens vermeld.

Lees ook dit nieuwsbericht: Eerste dubbele boete opgelegd voor bedreigen journalist

De politie pakt haar zaak met voorrang op. Dat is het resultaat van afspraken die vorig jaar gemaakt werden tussen het OM, politie, journalistenvakbond NVJ en het Nederlandse Genootschap van Hoofdredacteuren. Het doel: agressie en intimidatie jegens journalisten een halt toeroepen. De politie registreert incidenten waarbij journalisten betrokken zijn beter en het OM eist nu dubbele straffen, zoals reeds gebeurt bij bedreiging van hulpverleners. Ook is er een NVJ-meldpunt. Deze maandag, in Amsterdam, presenteerde de bond het gezamenlijke initiatief ‘Persveilig’. Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid Pieter-Jaap Aalbersberg waren erbij. Veel van de maatregelen zijn al in stilte in werking getreden.

Bedreiging van journalisten: het grote publiek denkt dan meteen aan Peter R. de Vries, Paul Vugts en John van den Heuvel, misdaadjournalisten die voor hun leven moeten vrezen en daarom politiebescherming kregen. Veel minder zichtbaar zijn de vele relatief onbekende verslaggevers die regelmatig doelwit worden van ‘alledaagse’ agressie en pas achteraf op steun van de politie kunnen rekenen.

Als journalisten worden bedreigd of geslagen berichten hun werkgevers hier zelden over. Toch vallen op bijna elke redactie wel verhalen te horen. Vooral televisiejournalisten zijn doelwit. Ze zijn makkelijk herkenbaar en moeten logge apparatuur meeslepen. In juni werd een ploeg van RTV Rijnmond met stenen bekogeld en achtervolgd bij een item over stofoverlast in de wijk Feijenoord. In februari kreeg een verslaggever van Omroep Brabant klappen toen hij verslag deed van een rechtszaak. Familieleden van een slachtoffer van een schietpartij stortten zich eerst op de verdachte, daarna werd de journalist aangepakt. Vorig jaar belaagden jongeren een NOS-verslaggever op Station Amsterdam Centraal toen hij verslag deed van de gemeenteraadsverkiezingen. Al deze incidenten haalden de media niet.

Journalist als doelwit

De omvang van het probleem laat zich moeilijk in cijfers vangen. Registratie van geweld tegen journalisten vindt pas sinds september plaats. De Nationale Politie spitte in 2017 de dossiers door nadat uit onderzoek van vakbond NVJ bleek dat 61 procent van alle journalisten wel eens slachtoffer is geweest van intimidatie of erger. De politie registreerde in dat jaar 59 gevallen van agressie en geweld waarbij journalisten mogelijk slachtoffer waren geworden. Dat is waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg. Uit het NVJ-onderzoek bleek namelijk ook dat het merendeel van de journalisten geen aangifte deed van incidenten.

Lees ook de nrc.checkt: ‘Helft vrouwelijke journalisten heeft met bedreigingen te maken’t

Veel journalisten hebben het gevoel dat het probleem erger wordt, zo ook NOS-verslaggever Robert Bas, die onlangs zelf groot nieuws werd vanwege zijn gijzeling op last van de rechter. Hij keerde in 2015 na meer dan tien jaar onderzoeksjournalistiek terug naar de straat als correspondent Rotterdam-Den Haag. „De sfeer is veranderd”, zegt hij. „In de jaren negentig had je natuurlijk ook wel eens spannende situaties. Nu ben je als journalist ook echt doelwit.” Bas maakte het zelf mee in Rotterdam. De beelden uit 2016 van een menigte Turkse-Nederlanders die zich geleidelijk tegen hem keerde bij een demonstratie, genieten nationale bekendheid. Dat hij enkele weken later opnieuw door 150 Erdogan-aanhangers werd verjaagd van het Taandersplein weten weinigen. Een man herkende hem van het NOS Journaal. „Heb je nog niet genoeg klappen gehad?” kreeg Bas te horen. Hij moest de aftocht blazen. Van een item kwam het niet. Bij het boerenprotest op het Malieveld op 16 oktober bleef geweld uit, maar werden zijn collega’s wel uitgescholden, achtervolgd en deden een aantal demonstranten hun behoefte tegen een satellietwagen.

Om hun werknemers te beschermen, nemen steeds meer tv-redacties veiligheidsmaatregelen. Die beperken zich allang niet meer tot toegangspoortjes zoals de NOS en een aantal regionale omroepen installeerden. Veel redacties overwegen auto’s en satellietwagens zonder logo’s, of hebben die al in gebruik. Anderen, bijvoorbeeld Omroep Brabant, laten soms de naam van een redacteur weg bij een gevoelig verhaal. De omroep heeft nu ook een speciale commissie om belaagde redacteuren bij te staan. Particuliere beveiligers, tien jaar geleden nog een zeldzaamheid, zijn steeds gewoner. Bij het boerenprotest stuurde de NOS vier beveiligers mee, maar ook bij andere evenementen, zoals de Sinterklaasintocht, is er vaak minstens een aanwezig. Gemiddeld wordt er een paar keer per maand beveiliging ingehuurd, zelfs voor het Jeugdjournaal. First Line Security, het bedrijf waar de NOS mee werkt, doet goede zaken. Oprichter Eddy Karelsen schat dat zijn werkzaamheden de afgelopen drie jaar verdubbeld zijn. Op zijn site pronken de logo’s van zo’n twee dozijn klanten, waaronder SBS en KRO-NCRV. Op drukke dagen, zoals Koningsdag, moet hij wel eens een ‘nee’ verkopen aan redacties: al zijn personeel is dan geboekt.

Bepaalde wijken niet meer in

De inzet van beveiligers is onder tv-journalisten controversieel. Velen vinden dat de aanwezigheid ervan hen beperkt in hun werk. Bij de NOS is het oordeel daarom nu aan de hoofdredactie. Die bepaalt of er beveiliging mee moet. Op sommige redacties (Hart van Nederland) wordt dit van geval tot geval bekeken. Andere nemen nooit beveiliging mee de straat op (RTV Utrecht). Voor kleine redacties en eenpitters, zoals de journalist in het begin van dit artikel, is de kwestie hypothetisch: beveiligers zijn voor hen toch onbetaalbaar.

Rene Hendriks, beheerder van de 112-nieuwssite Regio15.nl, zoekt het daarom in minder conventionele maatregelen. Om kwaadwillenden af te schrikken rustte hij al zijn personeel uit met bodycams. Telefoongesprekken neemt hij ook standaard op en hij overweegt nu ook de aanschaf van steekwerende vesten. „Voor zo’n 1.000 euro heb je al een vest dat ook een lichte kogel uit een handvuurwapen tegenhoudt.”

Lees ook: Gijzelen van journalisten ook in eerdere zaken onterecht

Beïnvloedt dit gevoel van onveiligheid de verslaggeving? Sommige journalisten spreken van een chilling effect. Ondanks alle veiligheidsmaatregelen zijn bepaalde wijken „hoogdrempelig”. Zo laat Omroep Brabant sommige plekken liever liggen voor straatinterviews met voorbijgangers (voxpops, in tv-jargon). Bij RTV Rijnmond zijn camerajournalisten te vinden die ‘s nachts liever niet alleen naar Zuid gaan.

Verslaggevers van RTV Utrecht worden bij voorkeur ook niet alleen naar buurten als Ondiep, Kanaleneiland of Overvecht gestuurd. Er zijn echter ook veel tv-journalisten die dit met lede ogen aanzien omdat ze vinden dat de nieuwsgaring zo in het geding komt. Agressie is part of the job en een goede journalist leert daarmee omgaan, zo zegt Peter Huting, verslaggever bij RTV Utrecht. Verhalen blijven anders onverteld, meent hij. „Als je bang wordt bepaalde wijken in te gaan, doe je de mensen die daar wonen te kort.”

Die houding werpt ook vruchten af. Zo was Huting juni vorig jaar op Kanaleneiland toen een agent een brand moest ontvluchten door uit een raam op de tweede verdieping te springen. Het verhaal kreeg landelijke aandacht en media uit het hele land meldden zich in de buurt. Om problemen te voorkomen creëerde de politie een „persvak”. Camera’s konden daar worden opgesteld om beelden te schieten. Huting zat niet te wachten op politiebescherming en dook op eigen houtje de wijk in. Hij interviewde een jongen die de agent direct na het gebeuren te hulp schoot. Het verhaal, ‘Omar, de held van Kanaleneiland’ werd zo’n 100.000 keer bekeken op Facebook en opgepikt in diverse landelijke media. „Als ik bang was geweest, had ik dat item nooit gehad”, zegt Huting. „Dat weegt op tegen alle negatieve ervaringen die ik ooit heb gehad.”

De freelance camerajournalist die in Amsterdam-Zuidoost mishandeld werd, werkt intussen aan haar herstel. Ze rijdt voorzichtig alweer mee met collega’s en wil zo snel mogelijk weer zelfstandig aan de slag. „Het klinkt misschien vreemd, na wat mij overkomen is”, zegt ze. „Maar ik vond een van de mooie dingen aan dit vak juist dat je nooit weet wat de dag brengt.” De enige zekerheid is dat de omstandigheden nooit ideaal zijn. „Maar dat maakt het juist zo’n uitdaging om goede beelden te schieten.”