Opinie

Na zoveelste dode verdienen boksers meer bescherming

Vechtsport

Commentaar

Van alle sporten (zonder dieren) is boksen de wreedste: mannen, en vrouwen, stappen in de ring om elkaar zoveel mogelijk pijn te doen – vooral in het profboksen. „Dit is de enige sport waar je iemand om het leven kunt brengen en er tegelijkertijd voor betaald krijgt”, zei de Amerikaanse wereldkampioen zwaargewicht en knockoutspecialist Deontay Wilder afgelopen voorjaar. Hard en wrang.

Nu er dit jaar al vier profboksers stierven door hersenletsel, staat hun sport weer ter discussie. Het laatste slachtoffer is de 27-jarige Amerikaan Patrick Day. Vorige maand werd hij in de tiende en laatste ronde van een titelgevecht in Chicago in coma geslagen, vier dagen later overleed hij.

Artsenorganisaties wereldwijd pleiten al jaren voor een boksverbod, hoewel in deze sport niet de meeste doden vallen. Wel dienen tegenstanders elkaar moedwillig klappen toe, vaak met hersenletsel tot gevolg. The hurt business wordt boksen ook wel genoemd. In Nederland adviseerde de Gezondheidsraad in 2003 een verbod. In zijn bestseller Wij zijn ons brein onderstreepte arts en neurobioloog Dick Swaab in 2010 de ‘acute schade’ door boksen en de veel vaker voorkomende schade op langere termijn door herhaalde klappen op het hoofd, tot en met dementie en Parkinson. Met een verwijzing naar een verbod op profboksen in landen als IJsland en Cuba stelde Swaab dat „het wachten is op een regering die het aandurft Nederland te laten toetreden tot de beschaafde wereld, en boksen te verbieden”.

Ook in Nederland is boksen populair, als trainingsvorm en wedstrijdsport – met grote jaarlijkse evenementen in Rotterdam en Amsterdam, businessboksen en op tv (Boxing Influencers). Hier wordt vooral op amateurniveau gebokst (‘olympisch boksen’), met partijen van 3 x 3 minuten – tegenover maximaal 12 ronden bij de profs. Wereldwijd boksen amateurs alweer enkele jaren zonder hoofdbeschermers. Die zouden meer letsel veroorzaken dan voorkomen, onder meer doordat boksers met hoofdbeschermer meer risico zouden nemen. Desondanks zijn ze nog verplicht voor vrouwen en junioren.

Zelfs vanuit de bokswereld wordt nu aangedrongen op maatregelen om het risico op letsel te verminderen, van een nóg betere medische begeleiding tot een verdere beperking van het aantal ronden. Na een bokspartij met fatale afloop in 1982 in Las Vegas, na een KO in de 14de ronde, werd het maximale aantal ronden bij de profs teruggebracht van 15 naar 12, nu kan 10 een optie zijn. Maar dan nog zullen er tot in de 10de ronde doden vallen, en wordt blijvende hersenschade aangericht.

Met name ringartsen en scheidsrechters hebben een grote verantwoordelijkheid; de laatste kunnen een partij stoppen, op eigen gezag of op advies van de arts. Maar er is ook de druk om door te gaan. Een Russische bokser in de VS kreeg 27,5 miljoen dollar schadevergoeding omdat de scheidsrechter en artsen nalatig waren geweest toen hij in 2013 in Madison Square Garden in New York in de problemen kwam. Grotendeels verlamd mist hij zijn spraakvermogen om het te kunnen navertellen.

Hoe wreed ook, deze vechtsport heeft bestaansrecht; de eigen verantwoordelijkheid telt zwaar. Iedere bokser weet dat hij in de ring zijn gezondheid op het spel zet, dat elk gevecht zijn laatste kan zijn. Maar hij moet er ook op kunnen rekenen dat alles gedaan wordt om hem zo gezond mogelijk op weg te helpen naar het volgende gevecht. In de per definitie zeer verdeelde bokswereld hebben alle betrokkenen de plicht bestaande regels beter na te (laten) leven en waar mogelijk aan te scherpen, om boksen veiliger te maken.