Koersstijging door tanks voor ‘laagzwavelige’ olie

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze week: Vopak

Zo willekeurig kan de beurs soms zijn. Het is 17 april als de koers van het Rotterdamse tankopslagbedrijf Vopak diep valt. Een vijfde van de beurswaarde verdwijnt in anderhalve maand tijd.

Wat die daling in gang zette? David Kerstens, die Vopak voor zakenbank Jefferies volgt, zag geen directe aanleiding. Luuk van Beek van het Belgische Degroof Petercam evenmin. Er was geen adviesverlaging. Geen winstwaarschuwing. Geen mislukte overname. En toch die daling.

Makkelijker te verklaren, vinden Kerstens en Van Beek, is de spectaculaire stijging sindsdien. Met een koerswinst sinds juni van ruim een derde tot 49,57 euro navigeert Vopak voorzichtig naar het eigen hoogterecord aller tijden, 58,31 euro. In de afgelopen maanden steeg na ASML geen enkel ander bedrijf aan de AEX zo hard.

De gigantische, cilindervormige tanks van Koninklijke Vopak kom je tegen op havenvlaktes en industriegebieden van Antwerpen tot Panama. Voor klanten uit de olie- en chemische industrie slaat het bedrijf er olieproducten in op als kerosine en benzine, maar ook vloeibare chemicaliën en gassen. Vopak, met ruim 5.700 werknemers, zet jaarlijks bijna 1,3 miljard euro om.

Waarom hebben beleggers volgens Kerstens en Van Beek zo veel vertrouwen in het Rotterdamse opslagbedrijf, dat maandag met kwartaalcijfers komt? Het laat zich voornamelijk vangen in één woord, zeggen de analisten: IMO2020. Dat staat voor een in 2016 aangekondigd pakket regels van de Internationale Maritieme Organisatie dat vanaf januari geldt. Dan mogen zeeschepen niet zomaar meer varen op traditionele stookolie, omdat die te veel zwavel bevat (en schadelijk is voor het milieu). Het gehalte zwavel in scheepsbrandstoffen moet dan beperkt worden tot 0,5 procent.

Kerstens van Jefferies legt uit waarom dit nu gunstig begint uit te pakken voor Vopak: „In aanloop naar IMO2020 heeft Vopak te lijden gehad van de dalende wereldwijde vraag naar stookolie met een hoog zwavelgehalte, dat het bewaarde in zijn opslagtanks in Singapore en Rotterdam. Dit jaar heeft Vopak die opslagplaatsen ‘schoongemaakt’ om ze geschikt te maken als opslagtanks voor laagzwavelige olie.”

Tijdens het schoonmaakproces konden die tanks niet gebruikt worden. Maar sinds begin oktober, zegt Kerstens, zijn de opslagplaatsen in Rotterdam in Singapore bijna allemaal weer gevuld met olie met een laag zwavelgehalte. Daar is de komende jaren een grote vraag naar, door IMO2020. En dat gaat de inkomsten van Vopak een flinke duw geven, denkt de analist. Hij verhoogde daarom in september zijn advies naar ‘kopen’.

Daarnaast, zegt Van Beek, speelt mee dat Vopak een bedrijf is dat in trek is bij beleggers in economisch onzekere tijden, zoals nu. „Naar opslag in de tanks is structurele vraag, vaak op basis van langetermijncontracten. Vopak is daardoor niet heel cyclisch. Dat geeft een vorm van zekerheid die beleggers op prijs stellen. Er kunnen dan wel zorgen zijn over de wereldeconomie, de contracten lopen gewoon door.”

Wél een risico voor Vopak is dat de olieprijs nu laag is. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, als de verwachting maar is dat die gaat stijgen. Handelaren zouden in dat geval olie liever in Vopak-tanks opslaan om die later, als de prijs voor een vat Brent hoger is, met winst te verkopen. De huidige verwachting is dat olie het komende jaar goedkoper wordt. Dan doen handelaren olie liever meteen van de hand, in plaats van die later met verlies te verkopen.

Aan de koers van Vopak te zien maken beleggers zich daar vooralsnog weinig zorgen om.