Kabinet erkent dat Nederlandse luchtaanval 70 levens kostte, Kamer verkeerd ingelicht

Nederlandse missie Irak & Syrië Minister Hennis heeft de Tweede Kamer in 2015 verkeerd ingelicht over de gevolgen van de aanval op het IS-bommendepot in Hawija.

Hawija na de verdrijving van IS in 2017
Hawija na de verdrijving van IS in 2017 Foto Ahmad Al-Rubaye /AFP

Het kabinet erkent dat het een bom van een Nederlandse F-16 was die in juni 2015 in de Irakese stad Hawija zeventig doden tot gevolg had. Doordat er bij een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) veel meer explosief materiaal lag opgeslagen in de fabriek dan Nederland kon weten, is een onvoorzien aantal doden gevallen, zo schrijft minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) deze maandag aan de Tweede Kamer. NRC en NOS berichtten ruim twee weken geleden over de aanval op de bommenfabriek. „Wij zijn verantwoordelijk”, zegt Bijleveld in een interview met NRC.

Uit de brief van Bijleveld blijkt dat haar voorganger, Jeanine Hennis (VVD), de Tweede Kamer in 2015 onjuist heeft ingelicht. Hennis meldde op 24 juni dat er voor zover bekend geen burgerslachtoffers waren gevallen bij het Nederlandse bombardement op de bommenfabriek van IS in Hawija. Toen beschikte Hennis al over een intern verslag van de aanval op de bommenfabriek en een Amerikaanse rapportage, staat in de brief van Bijleveld. Uit beide bleek dat er waarschijnlijk burgerslachtoffers waren gevallen bij de aanval. Over de informatie van Hennis zegt Bijleveld: „Op zich is dat fout, dat klopt niet.”

Lees ook het interview met minister Ank Bijleveld

Aanval op woonhuis

In de brief meldt Bijleveld ook vier doden als gevolg van een aanval door een Nederlandse F-16 op een woonhuis in Mosul, in september 2015. Daarbij ging het om burgers, terwijl de coalitie dacht dat daar een IS-hoofdkwartier was gevestigd. In het geval van de 70 doden in Hawija, ging het „zeer waarschijnlijk” om zowel burgers als IS-strijders, aldus Bijleveld.

De verhouding tussen burgers en strijders kent ze niet omdat de overledenen „niet meer geïdentificeerd konden worden”. Het Amerikaanse Pentagon meldde eerder aan NRC en NOS dat het om 70 burgers (‘civilians’ ) ging die waren gedood. Onder hen waren volgens ooggetuigen 22 vrouwen en 26 kinderen.

‘Gebaar van goede wil’

Het kabinet meent dat beide aanvallen, in Hawija en Mosul, rechtmatig waren. Het Openbaar Ministerie (OM), dat de twee gebeurtenissen onderzocht, had april 2018 hetzelfde geconcludeerd. De internationale coalitie kon niet vooraf weten dat er (zoveel) burgerdoden zouden vallen, schrijft Bijleveld. Daarom acht het kabinet zich niet aansprakelijk voor de gevolgen.

Luister ook naar de podcast NRC Vandaag:Hoe een Nederlandse bom 70 mensen doodde in Irak

Toch wil het kabinet in het geval van Hawija „een gebaar van goede wil” maken, zoals minister Bijleveld zegt in het gesprek met NRC. Ze gaat onderzoeken of lopende programma’s voor ontwikkelingshulp in Irak mede kunnen worden aangewend voor de wederopbouw van Hawija. „Op dit moment worden de mogelijkheden daartoe richting de gemeenschappen in kwestie onderzocht”, schrijft ze in de brief. Bij de aanval op de bommenfabriek van IS werden een industrieterrein en een groot deel van een woonwijk weggevaagd.

Lees ook Een reconstructie van de aanval op een wapenfabriek van IS

Streven naar transparantie

In haar brief aan de Tweede Kamer zegt Bijleveld het van belang te vinden om openheid van zaken te geven over de aanvallen uit 2015. Ze was dat al van plan, voordat NRC en NOS met hun berichtgeving kwamen, zegt ze in het interview met deze krant. De informatie over de burgerdoden in Hawija en Mosul vormt onderdeel van haar streven naar grotere transparantie rond de inzet van Nederlandse militairen bij buitenlandse missies, ook in de toekomst. Dat vergroot het draagvlak in de samenleving voor de missies en het begrip voor de praktijk van oorlogvoering, zegt ze. Eind vorige week heeft Bijleveld daarover een gesprek gehad met tientallen F-16-vliegers op de luchtmachtbasis in Leeuwarden.

Interview Bijleveld pagina 4-5