Ivf-baby gezond ondanks dna-fouten in embryo

Chromosoomafwijkingen komen vaak voor bij vroege ivf-embryo’s, maar deze fouten zijn verdwenen als het kind geboren is.

Cellen met een te hoog of te laag chromosoomaantal worden in de loop van de ontwikkeling van een ivf-embryo uitgewied.
Cellen met een te hoog of te laag chromosoomaantal worden in de loop van de ontwikkeling van een ivf-embryo uitgewied. Foto Lex van Lieshout / ANP

De angst dat kinderen die verwekt zijn via ivf vaker fouten in hun dna hebben en daardoor ongezonder zijn is niet gegrond. Dat blijkt uit onderzoek dat maandag is gepubliceerd in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift Nature Medicine. Chromosoomafwijkingen komen inderdaad wel voor in het vroege embryo, maar cellen met een te hoog of te laag chromosoomaantal worden in de loop van de ontwikkeling uitgewied, waardoor het kind normaal gezond geboren wordt. Overigens blijkt uit het onderzoek dat chromosoomafwijkingen ook ontstaan bij natuurlijke bevruchtingen en vervolgens weer verdwijnen.

Voor het eerst is het gelukt dit proces in mensen te onderzoeken. Moleculair geneticus Masoud Zamani Esteki van Maastricht UMC+ was een van de leiders van het internationale onderzoeksteam dat de analyses in Finland uitvoerde. „Al langer was bekend dat de bevruchte eicellen die we bij ivf in de baarmoeder implanteren vaak chromosoomafwijkingen hebben. Dat gaf bij veel ouders wel ongerustheid. Maar nu hebben we laten zien dat die afwijkingen niet meer aanwezig zijn als het kind geboren wordt.”

Dna uit navelstrengbloed

Het team van Zamani Esteki keek terug in de tijd bij gezond geboren kinderen; 49 die via ivf geboren waren en 62 die uit een natuurlijke zwangerschap voorkwamen. Daartoe vergeleken ze het dna van beide ouders met dna afkomstig uit de placenta en dna uit navelstrengbloed, waarin cellen zitten van de foetus. Zo konden ze herleiden of er bij het kind nieuwe veranderingen in het dna waren ontstaan, en wanneer in de ontwikkeling dat zou moeten zijn gebeurd. De placenta wordt aan het begin van de zwangerschap gevormd uit de buitenste cellen van het embryo, de foetus ontwikkelt zich verder uit de binnenste cellen.

De onderzoekers vonden zowel bij de ivf-kinderen als bij de natuurlijk verwekte kinderen kleine afwijkingen in het dna, echter voornamelijk in de placenta en niet in het navelstrengbloed van de foetus zelf. Deze afwijkingen kunnen in het vroege embryo ontstaan zijn door de chromosoomafwijkingen. „Door kennelijk een strenge natuurlijke selectie in het embryo, komen deze fouten niet meer voor in het kind als het geboren wordt”, zegt Zamani Esteki. „We zagen hierin bovendien geen wezenlijk verschil tussen ivf-kinderen en natuurlijk verwekte kinderen.”

„Enigszins geruststellend”, reageert klinisch embryoloog Sebastiaan Mastenbroek van het Amsterdam UMC, die niet betrokken was bij het onderzoek. „Hoewel de kinderen die via ivf geboren worden over het algemeen gezond geboren worden, zijn er nog wel zorgen over of er mogelijk gevolgen zijn voor hun gezondheid op de lange termijn. Ivf is pas veertig jaar oud, dus dat weten we nog niet goed.”

Chromosoomafwijkingen komen vaak voor bij ivf-embryo’s zegt Mastenbroek. „In ons lab zien we bij 60 tot 70 procent van de embryo’s met afwijkende chromosoomaantallen. Het is goed nieuws dat het blijkbaar niet zo veel kwaad kan. Immers, een op de dertig kinderen in Nederland wordt geboren via ivf.”

Toch wil Mastenbroek „ervoor waken” nu te concluderen dat er helemaal geen problemen zijn. „We weten dat de manier van embryo’s kweken in het lab invloed heeft op het geboortegewicht van de kinderen. Daarnaast heeft de kunstmatige bevruchting in het lab mogelijk ook een invloed op de epigenetica, de aan- en uitschakelaars op het dna. We moeten dus blijven onderzoeken hoe we de ivf-procedure kunnen verbeteren.”

Het nieuwe onderzoek is een mooie bevestiging van eerder dieronderzoek, zegt Mastenbroek. Ontwikkelingsbioloog Magdalena Zernicka-Goetz van Cambridge University deed proeven met ivf bij muizen waarbij ze opzettelijk afwijkende cellen in het embryo creëerde. „Het bleek dat tot 50 procent afwijkende cellen in het embryo nog altijd evenveel gezonde pups opleverde als normaal. Pas daarboven werd het geboortesucces minder. Kennelijk is er een grote tolerantie voor zulke chromosoomafwijkingen, en lijkt het er zelfs op dat het hoort bij de normale biologie.”

Lees ook: Geboren in de babyfabriek