In Kameroen worden zowel regering als rebellen steeds agressiever

Burgeroorlog Kameroen Het conflict tussen Frans- en Engelstalig Kameroen verhevigt. De nationale dialoog die de president onlangs organiseerde, leidde alleen maar tot meer escalatie.

De 32-jarige Okule Mokube Kingsley is in brand gestoken door leden van een rebellengroep. Hij is een van de half miljoen ontheemden in Kameroen.
De 32-jarige Okule Mokube Kingsley is in brand gestoken door leden van een rebellengroep. Hij is een van de half miljoen ontheemden in Kameroen. Foto Daniel Beloumouolomo

‘Engeland en Frankrijk kun je toch ook niet samenvoegen tot één land? Dat werkt niet!” Deze opmerking van Michael Ayong, lid van de oppositionele Southern Cameroons National Council, die pleit voor een eigen staat voor de Engelsprekenden in het westen van Kameroen, laat weinig ruimte voor hoop op een oplossing van het steeds venijniger conflict tussen Frans- en Engelstaligen in het West-Afrikaanse land.

Er heerst nu drie jaar burgeroorlog in Kameroen, met tot nu toe zeker drieduizend doden tot gevolg. Afgelopen week drongen 65 ngo’s er bij de Afrikaanse Commissie voor Mensenrechten, een aan de Afrikaanse Unie gelieerd mensenrechtenorgaan dat zetelt in de Gambiaanse hoofdstad Banjul, op aan iets te ondernemen tegen het geweld. Vrijdag kondigden de VS aan Kameroen te schrappen uit een programma dat Afrikaanse landen handelsvoordelen biedt, „vanwege de grove mensenrechtenschendingen door de Kameroense veiligheidsdiensten”.

Het geweld komt niet alleen van het regeringsleger maar ook van de gefragmenteerde rebellengroepen. De oorzaak ligt in de koloniale geschiedenis en in het wanbeleid onder de sinds 1982 heersende president Paul Biya.

Duits protectoraat

Na de Eerste Wereldoorlog werd het voormalige Duitse protectoraat Kameroen verdeeld tussen Frankrijk en Engeland. Bij een door de Britten georganiseerd referendum mochten de Engelstaligen kiezen tussen aansluiting bij Nigeria of bij het Franstalige gedeelte. Na de onafhankelijkheid in 1960 heette Kameroen een federatie, maar aan de autonomie voor de Engelstaligen werd gestaag geknabbeld, totdat er niets van over was. In 1984 werd zelfs de term ‘verenigd’, die nog verwees naar Brits en Franstalig Kameroen, uit de landsnaam van de republiek geschrapt.

De smeulende onvrede hierover kreeg in 2015 een gezicht met stakingen van leraren en rechters. Een jaar later riepen jongeren in de twee westelijke provincies de staat Ambazonië uit. De keiharde onderdrukking van dit verzet vanuit de hoofdstad Yaoundé dreef jongeren de jungle in waardoor talrijke rebellengroepen ontstonden, die in de volksmond ‘Ambaboys’ worden genoemd.

In november 2016 ontbrandde uiteindelijk de burgeroorlog, die inmiddels tot een half miljoen ontheemden heeft geleid. Lees ook: Scholen zijn het mikpunt bij het conflict in Kameroen.Volgens Unicef zijn 80 procent van alle scholen door het conflict gesloten; 700.000 kinderen gaan al een tijd niet naar school.

Onder druk van Frankrijk en de Verenigde Staten begon president Paul Biya in september een nationale dialoog van een maand die tot verbetering moest leiden. De rebellen kwalificeerden het vredesinitiatief echter als een monoloog en vooralsnog lijkt het alleen maar tot meer strijd te leiden.

Militaire posten

In het westen vielen rebellen afgelopen weken militaire posten aan en ook een konvooi van de gouverneur van de beide Engelstalige provincies kwam onder vuur. Regering noch rebellen, lijkt het, zoeken momenteel een compromis. In plaats daarvan volharden zij in hun militaire strategie.

Inmiddels is een grimmige situatie ontstaan in de beide westelijke, Engelstalige provincies van Kameroen, waar 20 procent van de bevolking leeft. „Bijna alle scholen sloten hun deuren en grootschalige plantages voor palmolie liggen er onbenut bij”, vertelt een buitenlandse journalist die onlangs een reis naar het gebied maakte. In het autoritair bestuurde Kameroen lopen journalisten gevaar, hij wil dan ook niet met zijn naam in de krant.

„Engelstalige Kameroeners voelen zich gediscrimineerd”, legt hij uit. „Het overheidsapparaat en het overgrote deel van de elite bestaat uit Franstaligen.” Ook is in het westelijke deel het wegennet bijvoorbeeld slecht in vergelijking met het Franstalige deel van het land.

Ambaboys

De middenklasse in de twee westelijke provincies ondersteunt de eisen van de Ambaboys. Nog steeds gaan iedere maandag alle winkels dicht als onderdeel van een algehele staking. De ‘boys’ zijn veelal werkeloos en maakten hun school niet af. Ze dwongen een permanente schoolstaking af, die nu al drie jaar duurt. „Ze houden de bevolking goed in de gaten”, vertelt de journalist. „Ik ontmoette een vader die hen een boete moest betalen want zijn dochter zat op school.”

Het gewelddadige optreden van de overheid leidde tot internationale veroordeling en onlangs tot het stopzetten door de VS van militaire hulp aan Kameroen. „Regeringssoldaten verbrandden dit jaar 500 dorpen en 150 mensen kwamen daarbij om”, vertelt Michael Ayong. De overheid schrijft deze misdaden juist op het conto van de Ambaboys.

Volgens de journalist is niet altijd duidelijk wie welke aanvallen uitvoert: „De Ambaboys bestaan uit vele facties. Sommigen willen terreur zaaien, anderen denken oprecht het volk politiek te bevrijden. Weer anderen zijn louter criminelen en persen bewoners geld af.”

„Een eigen staat, dat is de enige oplossing”, bepleit Ayong aan de telefoon. „We worden nu gekoloniseerd door de Franstaligen. De diepgewortelde koloniale geschiedenis heeft het land in twee culturen gesplitst. We willen nog slechts praten over afscheiding.”

Maar zo’n onafhankelijk Ambazonië is niet ieders ideaal. Sommigen willen herstel van de oude tweestaten oplossing en meer federalisme.

„Het gaat niet om een geschil tussen koloniale talen”, beredeneert een andere zegsman, een vooraanstaande Kameroense journalist. „De Franstalige overheid is de afspraken over federalisme niet nagekomen en houdt economische ontwikkeling tegen in de Engelssprekende gebieden. De crisis van Kameroen is het gevolg van slecht beleid. Het toont hoe een land uiteen kan vallen door slecht leiderschap.”

Correctie (6/11): In een eerdere versie van dit stuk werd Michael Ayong rebellenleider genoemd. Maar hij is lid van de oppositionele Southern Cameroons National Council.