Eerste stap richting oplossing pillentekort

Groothandelaren en medicijnfabrikanten zijn bereid verplichte voorraden aan te leggen om tekorten te voorkomen .

Een apothekersassistente zoekt medicijnen bij elkaar in een apotheek.
Een apothekersassistente zoekt medicijnen bij elkaar in een apotheek. Foto Koen van Weel / ANP

Nadat het pillentekort afgelopen jaren is uitgegroeid tot een grootschalig en ernstig probleem, is een eerste stap gezet om tot een oplossing te komen. Groothandels en medicijnfabrikanten zijn bereid extra voorraden aan te leggen mits zij daarbij steun krijgen, onder meer een tegemoetkoming in de financiering. Dat melden zij in een interne memo, die in handen is van KRO-NCRV Reporter Radio en NRC.

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) laat maandag in een Kamerbrief weten het aanhouden van zogenoemde ijzeren voorraden te willen verplichten: voorraden die steeds weer moeten worden aangevuld tot een bepaald minimumniveau. „Vooralsnog heb ik een voorkeur voor het aanhouden van drie maanden ijzeren voorraad bij de firma, twee maanden ijzeren voorraad bij de groothandel en twee tot drie weken bij de apotheek”.

Verder laat Bruins weten dat wat hem betreft „firma’s en groothandels de helft van de kosten opvangen”. De andere helft „leidt tot hogere zorguitgaven”. Nog niet bekend is wat groothandels en fabrikanten daarvan vinden.

Grootste probleem

In de memo stellen de fabrikanten en groothandels voor vanaf begin volgend jaar voorraden te gaan aanleggen van de groep geneesmiddelen waarbij een tekort de grootste problemen geeft. „Door hier te starten hopen we dat patiënten en de maatschappij snel merken dat er aandacht is voor het probleem”, schrijven de marktpartijen. Het gaat om BGPharma (namens de vier groothandels) en de brancheverenigingen VIG, Bogin en GLN namens de geneesmiddelenfabrikanten. De verwachting is dat het aanleggen van voorraden van alle geneesmiddelen twee tot drie jaar zal duren.

De basis voor de overeenstemming zijn de voorstellen uit een rapport van Gupta Strategists dat ook maandag naar de Tweede Kamer is verstuurd. Bruins had dit bureau gevraagd te onderzoeken in welke mate aanhouden van voorraden de problemen met medicijntekorten kan verhelpen. Hij gaf eerder al aan veel te zien in het idee van ijzeren voorraden.

Al sinds 2013 is een werkgroep geneesmiddelentekorten, met vertegenwoordigers van ministerie en marktpartijen, bezig een oplossing voor het probleem te vinden.

Schrijnend

Het medicijntekort neemt jaarlijks toe. Dit jaar zijn al meer dan zeventienhonderd unieke producten niet leverbaar geweest, blijkt uit de laatste cijfers van groothandel Mosadex. De kosten van de tekorten worden geschat op 65 miljoen euro per jaar.

De gevolgen zijn ingrijpend. Patiënten met chronische huidaandoeningen ondervinden dagelijks problemen met de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Ook verslavingsartsen schreven een brandbrief naar het ministerie omdat belangrijke ontwenningsmiddelen niet meer beschikbaar waren.

De meeste ophef ontstond toen anticonceptiepil Microgynon vorig jaar drie maanden niet of nauwelijks leverbaar was in apotheken. Meer dan een miljoen Nederlandse vrouwen slikken deze pil. Er ontstond een levendige handel op sociale media, zelfs op Marktplaats. Sommige apothekers gingen wachtlijsten hanteren.

Meestal is er voor patiënten een alternatief middel voorhanden, maar niet altijd. Zo kwam eerder dit jaar een vrouw aan het woord in NRC die door de medicijntekorten haar spasmen niet meer kon onderdrukken. Bij één van de aanvallen scheurde ze al een pees, bij een andere kwam ze op de eerste hulp terecht.

Het medicijntekort is niet naar één oorzaak te herleiden. Een belangrijke factor is de grote concurrentie op het gebied van generieke (patentloze) medicijnen. Voor groothandels en fabrikanten is het duur om voorraden aan te houden. Zij kiezen liever voor een betere concurrentiepositie. Wanneer ergens in de productie- en distributieketen iets misgaat, zoals afkeuring van een partij medicijnen, ontstaat daarom al snel een tekort.

Correctie (4 november 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd Bruno Bruins minister van Volksgezondheid genoemd. Bruins is minister voor Medische Zorg. Dat is hierboven aangepast.