Een demente oom die z’n testament wijzigde

Wie: kandidaat-notaris Frank

Kwestie: wilsonbekwame cliënt

Waar: kamer voor het notariaat in Arnhem

De Zitting

Ida te Velthuis is nog niet binnen of het alarm van de Arnhemse rechtbank begint te piepen. Ze grabbelt in haar handtas en steekt een etui omhoog. Er zit een zakmes in.

„Wat moet ú daar nou mee”, vraagt de beveiliger.

„Ik ben boerin, geboren en getogen op de boerderij. Met dit mes haal je strobalen los.”

Als klager heeft Ida te Velthuis vandaag een tuchtzaak aangespannen tegen een kandidaat-notaris uit de Achterhoek. Ze verwijt deze zestiger het testament van haar dementerende oom te hebben gewijzigd toen die niet meer bij zinnen was. Met als gevolg dat niet de kandidaat-notaris, maar haar broer executeur-afwikkelingsbewindvoerder werd. Uiteindelijk kreeg zij de boerderij in bezit en beschikt haar broer – en niet Ida – nu over vijf hectare landbouwgrond, pal voor haar deur.

De beklaagde kandidaat-notaris heeft een advocaat meegenomen, Ida te Velthuis is alleen gekomen. Hoe kan het, vraagt zij aan de vijf tuchtrechters, dat een kandidaat-notaris het testament verandert van een cliënt die opgesloten zit – op een psychogeriatrische verpleegafdeling nota bene. Daar was haar oom twee maanden eerder met een rechterlijke machtiging (art. 2, BOPZ) opgenomen omdat hij lijdt aan dementie. „In zijn toestand had dat testament nooit veranderd mogen worden, en al helemaal niet door een kandidaat-notaris.”

Het zweet breekt de kandidaat-notaris uit, zijn advocaat vertrekt geen spier. Frank was waarnemer van een kantoorgenoot, betoogt hij, en in die rol is hij bevoegd een testament te wijzigen. Hij moet cliënten helpen om een uiterste wilsbeschikking op te stellen zolang „die persoon de bekwaamheid daartoe op grond van de wet niet is ontzegd”. Dat was bij oom niet het geval, en evenmin twijfelde Frank aan zijn wilsbekwaamheid toen hij hem in het verpleeghuis opzocht.

Zei uw cliënt, vraagt de voorzitter aan de kandidaat-notaris, dat hij op een gesloten afdeling zat?

Ja, antwoordt Frank, zijn stem trilt. „Hij vertelde dat hij opgenomen was omdat hij thuis niet meer voor zichzelf kon zorgen. Hij zei: ik zit hier tegen mijn zin. Ze wilden voorkomen dat hij weg zou lopen.” Maar van de rechterlijke machtiging wist de kandidaat-notaris niet, bezweert hij. „Anders had ik nader onderzoek laten doen naar de wil van cliënt zoals dat ook in het stappenplan van de beroepsgroep staat.”

Wie heeft in maart 2017 gebeld, wil de voorzitter weten.

Dat deed de kandidaat-notaris, vertelt hij, op verzoek van de broer van Ida te Velthuis. Hij heeft oom op z’n oude Nokia gebeld en hem aansluitend in het verpleeghuis opgezocht. Ze bespraken het in 2015 opgemaakte testament. Oom wilde dat op één punt wijzigen. Frank: „Hij was als de dood voor hoge kosten en wilde dat zijn neef executeur werd. Ik had geen redenen te twijfelen aan zijn wil.”

Is dat heus, vraagt Ida te Velthuis. Over het medisch dossier kan ze vanwege het beroepsgeheim niet beschikken, maar de manager van het verpleeghuis mailde dat oom al „sinds opname niet wilsbekwaam meer was. Hij slikte er medicijnen voor. Bovendien vraag ik me af hoe mijn oom getelefoneerd heeft. Dat kon hij helemaal niet meer. En hij werd door zijn fysieke en psychische beperkingen steeds nukkiger.”

„Maar die nukkigheid maakte hem toch niet wilsonbekwaam?” De advocaat houdt voet bij stuk. Het komt in deze zaak aan op eigen waarneming van de kandidaat-notaris, houdt hij vol, en die had geen aanleiding te twijfelen aan de wilsbekwaamheid. Tijdens het gesprek kwam oom helder en coherent over. Zodoende zag hij zich genoodzaakt „zijn ministerie te verlenen” zonder het stappenplan van de beroepsgroep te volgen.

Vier weken later wijzen de tuchtrechters vonnis. De kandidaat-notaris valt niets te verwijten, luidt het oordeel. De ministerieplicht was leidend omdat „erflater consistent was in zijn wensen en helder kon uitleggen waarom hij het testament wilde wijzigen.” Dat oom dement op een gesloten afdeling van een verpleeghuis was opgenomen, „maakt hem niet per se en voortdurend onder alle omstandigheden wilsonbekwaam”.

Ida te Velthuis is met stomheid geslagen. Houden de notarissen elkaar hier de hand boven het hoofd? ,,Ik word niet serieus genomen. De tuchtrechters hebben niks met mijn informatie gedaan.” Tegen het advies van een advocaat gaat ze in hoger beroep. Waarom? ,,Met familiegrond hoop ik weer een echte boerin te worden.”